Musculus gracilis
| Slanke spier | ||||
| Spier | ||||
| Musculus gracilis en omliggende spieren | ||||
| Musculus gracilis midden rechts. | ||||
| Indeling | ||||
| Functie | Adduceert de heup. Tevens flexie en endorotatie van de heup. Tevens adductie en flexie in de knie. | |||
| Gegevens | ||||
| Origo | Ramus (inferior) ossis ischii. | |||
| Insertie | mediale kant tibia, pes anserinus | |||
| Slagader | arteria femoralis circumflexa medialis | |||
| Zenuw | ramus anterior nervi obturatorii interni | |||
| Antagonist | musculi glutaei, musculus obturatorius, musculi gemelli, musculus piriformis, musculus quadratus femoris. | |||
| Naslagwerken | ||||
| Gray's Anatomy | 128,471 | |||
| Dorlands/Elsevier | m_22/12549236 | |||
|
||||
De musculis gracilis of slanke spier is een spier in het bovenbeen. Hij is een van de "adductoren van het bovenbeen"; hij trekt, als de overige "’adductoren", de benen naar elkaar toe, verder draait de musculus gracilis het been naar binnen (endorotatie) en draagt de musculus gracilis bij aan de buiging van de heup en de knie.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
De musculus gracilis is de spier die aan de binnenzijde (de "mediale" zijde) van het dijbeen het meest aan de oppervlakte ligt. Aan de bovenzijde is hij plat en breed; aan de onderzijde loopt hij taps toe. De oorsprong (origo) is een dunne peesplaat vanaf de voorkant van de onderste rand van de symfyse en de onderste boog van het zitbeen (ramus inferior ossis ischii). De spiervezels lopen verticaal naar beneden, en eindigen in een ronde pees, die achter de condylus medialis femoris (de binnenste knobbel van het dijbeen achter de knie) langs loopt en dan naar de condylus medialis tibiae, de bobbel op het scheenbeen ter plaatse van de knie, waar hij weer platter wordt, en aanhecht aan het mediale oppervlak (dus de binnenzijde) van de tibia, het scheenbeen, beneden de condyl. Hierdoor is de spier ook een adductor van het onderbeen. Bij zijn aanhechting bevindt de pees zich onmiddellijk boven de pezen van de musculus semitendinosus (een van de hamstrings en zijn bovenrand wordt overlapt door de pees van de musculus sartorius met wie hij uiteindelijk de pes anserinus vormt. De pes anserinus wordt van het ligamentum collaterale mediale gescheiden door een slijmbeurs. Enkele vezels van het onderste gedeelte van de pees zetten zich voort in de diepe fascie (bindweefsel) van het been.
Functie [bewerken]
De spier adduceert (trekt naar het midden, in dit geval naar het andere been) en buigt de heup naar boven, en helpt ook bij het buigen van de knie. [1]
Aangrenzende structuren [bewerken]
Aan de mediale (oppervlakkige) zijde wordt de spier overdekt door de fascia lata en aan de onderzijde met de musculus sartorius , de nervus saphenus; de vena saphena magna kruist hem oppervlakkig van de fascia lata. Zijn laterale; diep gelegen zijde grenst aan de musculus adductor longus, brevis, en magnus, en aan de mediale collaterale knieband, waarvan de pees gescheiden is door een slijmbeurs. [2]
Literatuur [bewerken]
- Sobotta Becher; Atlas der Anatomie des Menschen, deel I, Urban & Schwarzenberg, 1972
- Grant’s method of Anatomy; 8th ed; Williams & Wilkins; Baltimore 1971
- Hafferl, Lehrbuch der topographischen Anatomie; Springer 1969
Referenties [bewerken]
- ↑ Hamstrings Times Two, muscles synergistic to the hamstrings
- ↑ Wilson, Erasmus (1851) The anatomist's vade mecum: a system of human anatomy, p 261
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.