Musculus gracilis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slanke dijspier
Musculus gracilis
Spier
Musculus gracilis en omliggende spieren
Musculus gracilis en omliggende spieren
Musculus gracilis midden rechts.
Musculus gracilis midden rechts.
Indeling
Functie Adduceert de heup. Tevens flexie en endorotatie van de heup. Tevens adductie en flexie in de knie.
Gegevens
Origo Ramus (inferior) ossis pubis.
Insertie mediale kant tibia, pes anserinus
Slagader arteria femoralis circumflexa medialis
Zenuw ramus anterior nervi obturatorii interni
Antagonist musculi glutaei, musculus obturatorius, musculi gemelli, musculus piriformis, musculus quadratus femoris.
Naslagwerken
Gray's Anatomy 128,471
Dorlands/Elsevier m_22/12549236
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculis gracilis[1] of slanke dijspier[2][3][4] is een spier in het bovenbeen. Hij is een van de "adductoren van het bovenbeen"; hij trekt, als de overige "’adductoren", de benen naar elkaar toe, verder draait de musculus gracilis het been naar binnen (endorotatie) en draagt de musculus gracilis bij aan de buiging van de heup en de knie.

Beschrijving[bewerken]

De musculus gracilis is de spier die aan de binnenzijde (de "mediale" zijde) van het dijbeen het meest aan de oppervlakte ligt. Aan de bovenzijde is hij plat en breed; aan de onderzijde loopt hij taps toe. De oorsprong (origo) is een dunne peesplaat vanaf de voorkant van de onderste rand van de symfyse en de onderste boog van het schaambeen (ramus inferior ossis pubis). De spiervezels lopen verticaal naar beneden, en eindigen in een ronde pees, die achter de condylus medialis femoris (de binnenste knobbel van het dijbeen achter de knie) langs loopt en dan naar de condylus medialis tibiae, de bobbel op het scheenbeen ter plaatse van de knie, waar hij weer platter wordt, en aanhecht aan het mediale oppervlak (dus de binnenzijde) van de tibia, het scheenbeen, beneden de condyl. Hierdoor is de spier ook een adductor van het (onder)been. Bij zijn aanhechting bevindt de pees zich onmiddellijk boven de pezen van de musculus semitendineus (een van de hamstrings en zijn bovenrand wordt overlapt door de pees van de musculus sartorius met wie hij uiteindelijk de pes anserinus vormt. De pes anserinus wordt van het ligamentum collaterale mediale gescheiden door een slijmbeurs. Enkele vezels van het onderste gedeelte van de pees zetten zich voort in de diepe fascie (bindweefsel) van het been.

Functie[bewerken]

De spier adduceert (trekt naar het midden, in dit geval naar het andere been) en buigt de heup naar boven, en helpt ook bij het buigen van de knie. [5]

Aangrenzende structuren[bewerken]

Aan de mediale (oppervlakkige) zijde wordt de spier overdekt door de fascia lata en aan de onderzijde met de musculus sartorius , de nervus saphenus; de vena saphena magna kruist hem oppervlakkig van de fascia lata. Zijn laterale; diep gelegen zijde grenst aan de musculus adductor longus, brevis, en magnus, en aan het ligamentum collaterale mediale, waarvan de pees gescheiden is door een slijmbeurs. [6]

Literatuur[bewerken]

  • Sobotta Becher; Atlas der Anatomie des Menschen, deel I, Urban & Schwarzenberg, 1972
  • Grant’s method of Anatomy; 8th ed; Williams & Wilkins; Baltimore 1971
  • Hafferl, Lehrbuch der topographischen Anatomie; Springer 1969
Bronnen, noten en/of referenties
  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  3. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  4. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  5. Hamstrings Times Two, muscles synergistic to the hamstrings
  6. Wilson, Erasmus (1851) The anatomist's vade mecum: a system of human anatomy, p 261