Musculus obliquus internus abdominis
| Binnenste schuine buikspier | ||||
| musculus obliquus internus abdominis | ||||
| Spier | ||||
| De schuine spieren in het midden van de figuur | ||||
| Gegevens | ||||
| Origo | crista iliaca en ligamentum inguinale | |||
| Insertie | linea alba, schaambeen, rib 10, 11 en 12 | |||
| Zenuw | Nervi intercostales, Nervi subcostales, Nervus ilioinguinalis, Nervus iliohypogastricus | |||
| Actie | - Rotatie en lateroflexie van de wervelkolom bij eenzijdige activiteit.
- Flexie van de romp bij tweezijdige activiteit. - Uitademen |
|||
| Naslagwerken | ||||
| Gray's Anatomy | 118,412 | |||
|
||||
De binnenste schuine buikspier (musculus obliquus internus abdominis), ook wel inwendige schuine buikspier genoemd, is een skeletspier van de romp. Hij is samen met de buitenste schuine buikspier verantwoordelijk voor de rotatie en lateroflexie van de wervelkolom. Verder zorgt hij samen met de rechte buikspier voor flexie van de wervelkolom en voor het toenemen van de druk in de longen, om uit te ademen.
Structuur [bewerken]
De twee binnenste schuine buikspieren zijn te vinden aan beide zijkanten van de buik. Hij ligt naast de rechte buikspier en onder de buitenste schuine buikspier. Van voren bekeken maken de binnenste schuine buikspieren een ^ vorm.
De spier ontspringt aan de fascia thoracolumbalis, het laterale 2/3 van de linea intermedia van het crista iliaca en aan de laterale 1/2 van het lig. inguinale om vervolgens met de craniale vezels aan te hechten aan de onderrand van rib 10-12. De mediale vezels hechten aan linea alba (splitsen en vormen de ventrale rectusschede: oppervlakkig blad en dorsale rectusschede: diep blad). De caudale vezels hechten aan de falx inguinalis (pees die vastzit op m. rectus abdominis en os pubis). Ze verloopt onder de m. obliquus abdominis externus, waaiervormig naar craniaal-, mediaal-en caudaalwaarts.
Deze spier heeft verscheidene functies, nl.; Bij een gefixeerd bekken: een unilaterale contractie: latero- en anteroflexie van de romp; een bilaterale contractie: ribben omlaag trekken en anteroflexie vd. romp Bij een gefixeerde thorax: een unilaterale contractie: bekken homolateraal opheffen; een bilaterale contractie: buikpers bevorderen