Musculus orbicularis oculi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oogkringspier
Musculus orbicularis oculi
Spier
Gray379.png
Indeling
Functie sluit oogleden
Gegevens
Origo voorhoofdsbeen; ligamentum palpebrale mediale; traanbeen
Insertie rhaphe palpebralis lateralis
Slagader arteria ophthalmica, arteria zygomaticoorbitalis, arteria angularis
Zenuw ramus zygomaticus nervi facialis
Antagonist bovenooglidheffer
Naslagwerken
Gray's Anatomy 106,380
Dorlands/Elsevier m_22/12549996
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus orbicularis oculi,[1] musculus orbicularis palpebrarum,[2] kringspier van het oog,[3][4] oogkringspier[5] of circulaire oogspier[6] is een sluitspier van het oog. De spiervezels zijn cirkelvormig gerangschikt. De voornaamste functie van de spier is het sluiten van de oogleden. De bovenooglidheffer is de directe antagonist van deze spier die het bovenste ooglid optilt en de voorkant van de oogbollen zichtbaar maakt. De spier wordt geïnnerveerd door de motorische vezels van de aangezichtszenuw.

Anatomie[bewerken]

De musculus orbicularis oculi bestaat uit drie delen:

  • pars orbitalis[7] of oogkasgedeelte[3]: het meest aan de buitenkant gelegen deel dat vastzit aan de rand van de oogkas (bovenkaakbeen en voorhoofdsbeen) en aan het ligamentum palpebrale mediale. Het is dik en roodachtig van kleur. De spiervezels vormen een complete ononderbroken ellips. De vezels waaieren uit in de onderhuid van voorhoofd, slaap en wang. De bovenste vezels gaan over in de musculus corrugator supercilii en musculus depressor supercilii. Deze spieren kunnen daarom ook als delen van de pars orbitalis van de musculus orbicularis oculi worden beschouwd.
  • pars palpebralis[7] of ooglidgedeelte[3]; dit bevindt zich in de oogleden zelf. Het is dun en bleek. Het ontspringt op de splitsing van het ligamentum palpebrale mediale, vormt een reeks van concentrische bochten en mondt uit in de rhaphe palpebralis lateralis.
  • pars lacrimalis[8] of traangedeelte[3]: dit zit vast achter de traanzak. Het wordt ook wel de musculus tensor tarsi genoemd. Dit is een kleine dunne spier van ongeveer zes millimeter breed en twaalf millimeter lang, die achter de traanzak en het ligamentum palpebrale mediale ligt. Hij splitst zich in een bovendeel en een onderdeel, die uitmonden in de tarsus superior en tarsus inferior. Dit zijn twee bindweefselplaten die de oogleden versterken.

Functie[bewerken]

De musculus orbicularis oculi maakt deel uit van de gelaatsspieren die de gelaatsexpressies regelen. De pars palpebralis kan niet door de wil beïnvloed worden en de pars orbitalis wel. Bij het normale knipperen van de oogleden is de pars palpebralis actief. De pars orbitalis contraheert wanneer men de ogen wil beschermen tegen hevig licht of bijvoorbeeld tegen rondwaaiend stof. De pars lacrimalis trekt de traanzak open, zodat deze zich met tranen kan vullen. Als de gehele spier actief is, beweegt de huid van het voorhoofd, slaap en wang zich naar de oogkassen toe, waarbij de oogleden stevig worden gesloten. De huid naast de ooghoeken krijgt dan een typisch geplooid uiterlijk, dat op latere leeftijd permanent zichtbaar is en bekendstaat als kraaiepootjes.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  2. Sliosberg, A. (1975). Elsevier’s medical dictionary in five languages. English/American / French / Italian / Spanish and German. (2de uitgave). Amsterdam/Oxford/New York: Elsevier’s Scientific Publishing Company.
  3. a b c d Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  5. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  6. Hilfman, M.M. (1978). Pinkhof-Hilfman Geneeskundig woordenboek (7de druk). Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema.
  7. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  8. Putz, R. & Pabst, R. (Red.) (2000). Sobotta. Atlas van de menselijke anatomie. Deel 1. Hoofd, hals, bovenste extremiteit. (2de druk). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.