Musculus semitendineus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Halfpezige spier
Musculus semitendineus
Spier
Semitendinosus muscle.PNG
Synoniemen
Latijn Musculus semitendinosus[1][2]

Musculus hemitenontodes[3]

Nederlands Halfpeesachtige spier[4]
Indeling
Hoort bij Dorsale bovenbeenspieren
Functie flexie en endorotatie in het kniegewricht, retroflexie in het heupgewricht
Gegevens
Origo tuber ischiacum
Insertie pes anserinus superficialis
Zenuw Nervus ischiadicus (tibiale gedeelte)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus semitendineus[5][6][7] of halfpezige spier[6][8][9] is een spier aan de achterzijde van het bovenbeen. De spier is bi-articulair en loopt van het bekken naar het onderbeen. Hiermee heeft deze spier zowel een functie over het heup- als het kniegewricht. In het heupgewricht heeft deze spier retroflexie als functie, over het kniegewricht flexie en endorotatie. Meestal worden de spiervezels van deze spier een keer afgewisseld met een streng bindweefsel: 'inscriptio tendinea'.

De spier dankt zijn naam aan het feit dat hij al halverwege het bovenbeen overgaat in een fraaie ronde eindpees, die samen met de pezen van de musculus sartorius en de musculus gracilis aanhecht als de pes anserinus. De pees van deze spier is van buitenaf zeer duidelijk waarneembaar aan de binnenzijde van de knieholte.

Hamstrings[bewerken]

De musculus semitendineus en twee andere spieren aan de achterzijde van het bovenbeen: de musculus semimembranaceus en de musculus biceps femoris, worden samen de hamstrings genoemd. Alle strekken ze de heup en buigen de knie. Rekoefening voor deze spiergroep bestaat dan ook uit het buigen van de heup bij gestrekte knie; bijvoorbeeld de grond zien te raken met de handen, terwijl men staat met gestrekte knieën.


Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  2. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  3. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  4. Hilfman, M.M. (1978). Pinkhof-Hilfman Geneeskundig woordenboek (7de druk). Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema.
  5. Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Aufgabe). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  6. a b Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  7. Sliosberg, A. (1975). Elsevier’s medical dictionary in five languages. English/American / French / Italian / Spanish and German. (2de uitgave). Amsterdam/Oxford/New York: Elsevier’s Scientific Publishing Company.
  8. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  9. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
'inscriptio tendinea'