Museum De Hallen Haarlem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Museum De Hallen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Museum De Hallen Haarlem
De Hallen Haarlem.jpg
Opgericht 1903
Locatie Grote Markt 16, Haarlem
Thema Moderne kunst en hedendaagse kunst
Personen
Directeur Ann Demeester (1975)
Overig
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 19261
Lid van ICOM (International Council of Museums), Museumvereniging
Website www.dehallen.nl
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De Hallen Haarlem is het museum voor moderne en hedendaagse kunst in Haarlem. Drie keer per jaar organiseert De Hallen Haarlem een tentoonstellingscluster over actuele ontwikkelingen in de beeldende kunst. Het museum biedt hiermee een platform voor kunstenaars uit binnen- en buitenland, met het accent op fotografie en videokunst. De Hallen Haarlem maakt deel uit van de Stichting Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem. De Hallen bestaan uit twee verschillende panden, de Vleeshal en de Verweyhal.

Geschiedenis[bewerken]

De oorsprong van De Hallen Haarlem ligt in de verzameling stedelijke kunstschatten die vanaf het eind van de zestiende eeuw in het stadhuis van Haarlem werden bewaard. In 1862 werd hiervoor het ‘Museum der stad Haarlem’ gesticht, gevestigd in twee zalen in het stadhuis. In 1913 verhuisde het museum naar het zeventiende-eeuwse Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, onder de nieuwe naam ‘Frans Hals Museum’. Hoewel het museum vooral een monument was voor Haarlems roemrijke verleden, kreeg ook eigentijdse kunst een plaats. Het Haarlemse gemeenteraadslid J. Krol Kzn. schonk het museum bij de opening een collectie die een bijzonder overzicht gaf van de kunstproductie rond 1900. Haagse schoolschilders als Paul Joseph Constantin Gabriel, Jozef Israëls, Hendrik Willem Mesdag en Jan Hendrik Weissenbruch en zelfs een aquarel van Piet Mondriaan maakten (een) deel uit van de verzameling. Ondanks deze toevoeging aan de collectie had de eerste directeur Gerrit Gratama 1874-1965) nog geen plannen om meer moderne en eigentijdse kunst te verzamelen of tentoon te stellen. In de jaren twintig werd van het Frans Hals Museum, als stedelijk museum, steeds meer een rol verwacht in het culturele leven. Haarlemse kunstenaarsverenigingen organiseerden tentoonstellingen in het museum en er ontstond behoefte aan een nieuwe zaal om hedendaagse kunst in te tonen. Deze kwam er in 1931. Na de Tweede Wereldoorlog trad in 1946 Henricus Petrus Baard (1946-1972) als nieuwe directeur aan. Onder zijn bewind werd het museum minder een monument en meer een kunstmuseum. Baard dunde de hoeveelheid schilderijen in de zalen aanzienlijk uit en verwijderde de zwaarden, vaandels, kanonskogels en andere herinneringen aan de Haarlemse geschiedenis. Ruimtegebrek was in deze tijd echter een groot probleem, waardoor de collectie moderne kunst op zolder bleef hangen. Desondanks groeide de collectie moderne kunst vanaf de jaren vijftig aanzienlijk en werden er voor het eerst aankopen van hedendaagse kunst gedaan. Een belangrijke reden hiervoor was dat oude kunst na de oorlog vrijwel niet meer te betalen was. Van 1949 tot 1967 fungeerde het Huis van Looy als een dependance van het Frans Hals Museum om de moderne kunst tentoon te stellen. In 1960 werd Daan Schwagermann (1920) aangesteld als adjunct-directeur, verantwoordelijk voor moderne kunst en in 1970 als directeur voor moderne kunst. Hij maakte van de onevenwichtig opgebouwde collectie een systematische verzameling, waarin de grote lijnen van de ontwikkelingen in de twintigste-eeuwse beeldende kunst te zien waren. In de jaren zestig bestond er een goed klimaat voor moderne kunst in Haarlem en was het de bedoeling dat de collectie moderne kunst van Frans Hals Museum een zelfstandige collectie zou gaan vormen. De afdeling moderne kunst zou gevestigd moeten worden op de Grote Markt, met tentoonstellingsruimten in de Vis- en Vleeshal en de Verweyhal. De Vis- en Vleeshal fungeerden al langer als tentoonstellingsruimten. Van 1961 tot 1993 werd de Vishal als tentoonstellingsruimte aan het Frans Hals Museum toegevoegd, in 1967 volgden de Vleeshal en in 1993 de Verweyhal.

Het gebouw[bewerken]

De Hallen Haarlem heeft een expositieruimte in de Vleeshal en in de Verweyhal op de Grote Markt van Haarlem. In 1992 maakten de stadsarchitect Wiek Röling samen met collega Jan Bernard een modernistisch ontwerp voor de nieuwe inrichting van de oude gebouwen als tentoonstellingsruimten. De Vleeshal en de Verweyhal werden hierdoor met elkaar verbonden en openden hun deuren in 1993.

De Vleeshal[bewerken]

Berndnaut Smilde, Nimbus, 2014. Vleeshal, De Hallen Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij
Nuvola single chevron right.svg Zie Vleeshal (Haarlem) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oude Vleeshal werd gebouwd in de jaren 1602-1604 en ontworpen door de Haarlemse stadsbouwmeester Lieven de Key (ca. 1560-1627). Het gebouw heeft een gotische constructie wat betreft het grondplan, de opbouw van de trapgevels en het steile dak. De toevoeging van Toscaanse zuilen en rusticablokken is echter typisch renaissancistisch, net als de vele fantasierijke ornamenten. Zoals de naam aangeeft was het gebouw oorspronkelijk een vleeshal: de plaats waar vleeshouwers (slagers) hun waren aan de man brachten. Stieren- en ramskoppen op de gevels wijzen nog op de oorspronkelijke functie van het gebouw. Vanaf 1951 werd de Vleeshal definitief als tentoonstellingsruimte in gebruik genomen en sinds 1967 wordt de hal officieel beheerd en geëxploiteerd door het Frans Hals Museum. In 1991 opende in de kelder van het gebouw Het Archeologisch Museum Haarlem. Na de oorlog bepaalden burgemeester en wethouders dat het gebouw tentoonstellingsruimte moest worden. En dat is het tot op heden gebleven. Op de twee verdiepingen organiseert het Frans Hals Museum wisselende tentoonstellingen van hedendaagse kunst, en in de kelder zetelt het Archeologisch Museum.

De Verweyhal[bewerken]

Verweyhal, De Hallen Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij
Nuvola single chevron right.svg Zie Verweyhal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Verweyhal is rechts van de Vleeshal gesitueerd en is vernoemd naar de Haarlemse schilder Kees Verwey (1900-1995). Het tussengelegen ‘vishuisje’ – ooit de woning van de beheerder van de Vishal - dient als entree voor de beide Hallen. De Verweyhal werd gebouwd in 1879/1880 als herensociëteit van de vroegere rederijkerskamer, later culturele gezelligheidsvereniging, ‘Trou moet Blycken’. In 1992 werd het pand verbouwd. De verdieping (bel-etage) kreeg, met steun van de Stichting Kees Verwey , een museale functie en een nieuwe naam: de Verweyhal.

Collectie[bewerken]

De Hallen Haarlem beheert een collectie moderne en hedendaagse kunst die uit ruim 10.000 werken bestaat. Het verzamelbeleid is gericht op het werk van kunstenaars die de moderne samenleving kritisch onder de loep nemen. Daarbij gaat de aandacht uit naar drie zwaartepunten: werk dat de blik richt op de mens, werk met een aandachtige blik op de samenleving, en werk dat een ontsnapping aan de (bittere) realiteit tracht te bieden. Zoals het Frans Hals Museum zich in haar verzamelbeleid voor een belangrijk deel richt op werk van Haarlemse kunstenaars uit de 16e en 17e eeuw, wordt ook het gezicht van de collectie moderne kunst van De Hallen Haarlem deels door lokale ‘helden’ als de schilders Jacobus van Looy, Henri Boot en Kees Verwey bepaald. De collectie overspant grofweg drie periodes: vooroorlogse en naoorlogse moderne kunst, en hedendaagse kunst.

De collectie vooroorlogse kunst omvat verder werk van Nederlandse modernisten als Jan Toorop en Piet Mondriaan en de schilders van de Bergense School: onder anderen Henri Le Fauconnier, Leo Gestel en Jacoba van Heemskerck. Ook Herman Kruyder, die een tijd lang in Haarlem woonde, is met een groot aantal werken in de collectie vertegenwoordigd.

In de collectie naoorlogse kunst komen onder andere CoBrA en Nieuwe Figuratie aan bod. Naast schilder- en beeldhouwkunst werd in het laatste kwart van de twintigste eeuw ook een substantiële kern hedendaagse keramiek aan de collectie toegevoegd.

Vanaf 2001 is het verzamelbeleid onder het bewind van directeur Karel Schampers, naar aanleiding van de ontwikkelingen binnen de hedendaagse kunst, internationaler geworden, waarbij Nederlandse kunst in een internationale context wordt geplaatst en de meest actuele ontwikkelingen op de voet worden gevolgd. Fotografie en ‘bewegend beeld’ (film en video) zijn speerpunt van het collectiebeleid. De fotografiecollectie wordt gekenmerkt door geëngageerde en documentaire posities, en bevat werk van onder andere Nan Goldin, Boris Mikhailov, Dana Lixenberg, Sarah Lucas, Gillian Wearing, Koos Breukel en Bertien van Manen. De collectie ‘bewegend beeld’ bevindt zich binnen de thematische driehoek documentair - geënsceneerd – performatief, en bevat werken van onder anderen Paul McCarthy, Andrea Fraser, Michel Auder, Erik van Lieshout, Joost Conijn, Guido van der Werve en Renzo Martens.

Tentoonstellingen[bewerken]

De jaarlijkse tentoonstelling van ‘De Hallen Haarlem Zomerserie’ belicht thema’s en personen uit de geschiedenis van de moderne kunst (ca. 1850 – heden) en richt zich op een breed publiek. Daarnaast heeft de hedendaagse programmering een meer signalerende functie; het tentoonstellingsbeleid is erop gericht een gevarieerd inzicht te geven in de ontwikkeling in de internationale hedendaagse kunst. De Hallen Haarlem toont regelmatig solopresentaties van internationaal spraakmakende kunstenaars die nog niet eerder in Nederland hebben geëxposeerd en heeft ook aandacht voor jong talent uit binnen- en buitenland.

Selectie van afgelopen tentoonstellingen[bewerken]

Roger Hiorns in tentoonstelling Dread. Verweyhal, De Hallen Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij

KARELS KEUZE – Terugblik op de hedendaagse kunst (afscheidstentoonstelling van directeur Karel Schampers) (2013)

DREAD – FEAR IN THE AGE OF TECHNOLOGICAL ACCELERATION – De Hallen Haarlem Curatorenwerkbeurs, internationale groepstentoonstelling (2013)

VEREEUWIGD, 1913-2013. IN HET VOETSPOOR VAN FRANS HALS – De Hallen Haarlem Zomerserie (2013)

ROGER HIORNS - solotentoonstelling en Joseph Beuys – Herinnering, energie, transformatie (2012)

tentoonstelling He Disappeared Into Complete Silence. Bovenverdieping Vleeshal, De Hallen Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij

HE DISAPPEARED INTO COMPLETE SILENCE – rereading a single artwork by Louise Bourgeois, internationale groepstentoonstelling (2011)

NATHANIEL MELLORS, Ourhouse (2010)

RINEKE DIJKSTRA – The Krazy House (2010)

GUIDO VAN DER WERVE – Minor Pieces (2009)

NAN GOLDIN – Heartbeat (2008)

ERIK VAN LIESHOUT EN KELLEY WALKER – I Am Scared of America (2008)

ANDREA FRASER – Videowerken (2007)

Organisatie[bewerken]

De Hallen Haarlem maakt deel uit van de Stichting Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem.

Directeuren[bewerken]

Gerrit David Gratama, 1912-1946, eerste directeur van het Frans Hals Museum

Hendricus Petrus Baard, 1946-1972

Daan Schwagermann, 1960-1962, adjunct-directeur voor moderne kunst, en 1970-1975, directeur moderne kunst

Dick Couvee, 1972-1983

Derk P. Snoep, 1983-2000

Karel Schampers, 2000-2013

Ann Demeester, 2014-heden

Conservatoren[bewerken]

Hedendaagse kunst: Xander Karskens (1973)

Moderne kunst (De Hallen Haarlem Zomerserie): Antoon Erftemeijer (1954)

Prijzen[bewerken]

2013

AICA Oorkonde voor beste kunstinstelling volgens de kunstkritiek

Kunstbeeld: beste museum voor hedendaagse kunst

Kunstbeeld: beste groepstentoonstelling - DREAD


2011

Kunstbeeld: beste museum voor hedendaagse kunst

Huisdichter[bewerken]

De Hallen Haarlem introduceerde in september 2013 als eerste museum in Nederland een huisdichter. Huisdichter Lucas Hirsch (Hilversum, 1975) schrijft bij elke tentoonstelling een gedicht waarbij hij zich laat inspireren door de thema’s, werken en kunstenaars. De gedichten worden ter plekke door hem voorgedragen en vervolgens gepubliceerd. Het museum ziet in de huisdichter een nieuwe manier om kunst te duiden of te interpreteren en een nieuw publiek te interesseren voor hedendaagse beeldende kunst. De Hallen Haarlem liet zich hierbij inspireren door het Museum of Modern Art in New York, waar de huisdichter een succesvol onderdeel van de museumidentiteit is.

De Hallen Haarlem curatorenwerkbeurs[bewerken]

In 2011 kregen Laurie Cluitmans en Arnisa Zego dankzij de tweejaarlijkse De Hallen Haarlem curatorenbeurs de kans de tentoonstelling 'He disappeared into complete silence: rereading of a single artwork by Louise Bourgeois' te maken. In 2013 ging de beurs naar Juha van ’t Zelfde met zijn inzending ‘Dread. De esthetiek van de angst’, die hij vertaalde in de tentoonstelling ‘Dread- Fear in the Age of Technological Acceleration’. De beurs wordt mede mogelijk gemaakt door de Dr. Marijnus Johannes van Toorn & Louise Scholten Stichting.

Bibliografie[bewerken]

Antoon Erftemeijer, 100 jaar Frans Hals Museum, nai010 Uitgevers, Haarlem: 2013

Jan Torringa en Mabel Hoogendonk, Verzameld. Collectie moderne kunst Frans Halsmuseum Haarlem, Frans Halsmuseum, Haarlem: 1999. ISBN 90 804456 3 0

Externe links[bewerken]