Muur (bouwsel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Muur met verschillende soorten steen gemetseld
Een gemetselde muur die door brand instabiel geworden is. Een horizontale scheur wordt verraden door de afzetting van roet. Het bovenste gedeelte van de muur staat bijna geheel los en kan omvallen.

Beluister

(info)

Een muur is een rechtopstaande constructie van bijvoorbeeld leem, steen, baksteen of gewapend beton en dient als afscheiding tussen twee ruimten. Het woord muur is afgeleid van het Latijnse woord murus (= muur). Daarmee is het woord muur een van de meest ingeburgerde leenwoorden van het Nederlands.

De volgende soorten muur kan men onderscheiden:

  • los- of vrijstaande muren, muren die geen deel uit maken van een gebouw;
  • muren die deel uitmaken van een gebouw.

Muren van gebouwen[bewerken]

Muren of wanden die deel uitmaken van een gebouw zijn onder te verdelen in:

  • buitenmuren: muren aan de buitenzijde van het gebouw;
  • binnenmuren: muren tussen de ruimtes binnen in een gebouw.

Een binnenmuur van weinig zware materialen noemt men ook wel binnenwand, een muur daarentegen van zwaar steenachtig materiaal wordt in de regel een muur genoemd.[1]

Spouwmuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Spouwmuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Buitenmuren worden meestal uitgevoerd als spouwmuur. Een spouwmuur is een dubbel uitgevoerde muur die wordt gescheiden door een luchtspouw. De binnenste muur wordt het binnenblad genoemd, de buitenste het buitenblad. In een spouwmuur bevindt zich tussen het binnen- en buitenblad een luchtspleet, de spouw. De spouw dient vooral voor het drooghouden van het binnenblad en een beetje warmte-isolatie. De spouw dient licht geventileerd te worden om overtollige waterdamp af te voeren. Tegen het binnenblad wordt meestal isolatiemateriaal aangebracht. Een spouwmuur kan ook als binnenmuur worden toegepast ten behoeve van de geluidsisolatie, bijvoorbeeld tussen rijtjeswoningen als woningscheidende muur. De geluidsisolatie komt onder meer tot stand door het scheiden van de vloer; de vloer loopt niet door van de ene naar de andere woning en zo wordt het contactgeluid beperkt. Het luchtgeluid wordt beperkt door de massa van de woningscheidende wand.

Dragende muur[bewerken]

Een andere onderverdeling van muren is die in dragende muren en niet-dragende muren. Dat is van belang bij het uitvoeren van een verbouwing. Het verwijderen van een dragende muur of het aanbrengen van een opening in een dragende muur is alleen mogelijk als er voldoende steun overblijft voor de belastingen die op de muur werken (bijvoorbeeld de bovenliggende constructie met het gewicht van het dak). Meestal zal er een (stalen) draagbalk moeten worden aangebracht om die belastingen te verwerken. Als dat niet goed wordt uitgevoerd, kan het gebouw scheuren gaan vertonen of instorten. Een niet-dragende muur kan zonder al te veel problemen door een doe-het-zelver worden veranderd.

Brand[bewerken]

Een gemetselde muur is in principe onbrandbaar en lijkt daarom een zeer veilige constructie. Tijdens of na afloop van een brand kan een muur echter instabiel worden door het ontstaan van (horizontale) scheuren. Hierdoor komt een muur los te staan en kan omvallen. In de muur opgelegde stalen balken kunnen de muur hierbij ook nog naar buiten drukken.
In maart 2003 kwamen drie brandweermannen om het leven toen zij bedolven raakten onder een instortende gemetselde muur van de brandende Koningkerk aan de Kloppersingel te Haarlem.

Stads- en verdedigingsmuren[bewerken]

Losstaande muren worden toegepast om ongewenste indringers tegen te houden. Beroemde voorbeelden hiervan zijn de Chinese muur en de Muur van Hadrianus in Engeland. De Berlijnse Muur werd vooral aangelegd om mensen die wilden vertrekken tegen te houden. Ook werden steden al sinds de oudheid voorzien van muren. In de Europese geschiedenis verloren stadsmuren hun betekenis als verdedigingswerk grotendeels in de periode rond 1500 vanwege de ontwikkeling van kanonnen waartegen gemetselde muren niet bestand waren. Gemetselde stadsmuren werden vervangen of aangevuld door wallen, grachten, bolwerken en ravelijnen.

Voor een overzicht van historische en anderszins belangrijke muren, zie Categorie muur. Zie ook: Wall Street.

Een tuinmuur wordt gebruikt om dieven of andere ongewenste indringers en wilde dieren buiten het erf of de tuin te houden. Muren rond gevangenissen dienen daarentegen juist om dieven en andere veroordeelde criminelen binnen te houden.

Constructie[bewerken]

Materiaal[bewerken]

Muren kunnen van verschillende materialen worden gebouwd. Vroeger gebruikte men wel leem op een skelet van takken. Sommige oude huizen zijn gebouwd als vakwerkhuizen met een geraamte van balken, die aan de buitenkant van het huis zichtbaar blijven. Woningen en kleinere gebouwen worden tegenwoordig meestal gemetseld van baksteen. Voor grote gebouwen is gewapend beton gangbaar.

Afwerking[bewerken]

Voor een egalere aanblik kan een muur worden gepleisterd of gestukadoord. Een betonnen gebouw kan aan de buitenzijde van metselwerk worden voorzien, om een vriendelijker uitstraling te bereiken.

Openingen[bewerken]

Om licht, lucht, personen en allerlei zaken te laten passeren, zijn muren vaak voorzien van één of meer van onderstaande zaken:

Een muur zonder openingen wordt een blinde muur genoemd.

Uitdrukkingen[bewerken]

  • Tegen de muur zetten - executeren door middel van een vuurpeloton. Figuurlijk: iemand geen keus laten. Dit komt overeen met met de rug tegen de muur staan.
  • Hij heeft een muur om zich heen - je dringt niet goed tot hem door.
  • Het is alsof je tegen een muur staat te praten - de gesprekspartner wil niet luisteren of negeert je.
  • Chinese muur (figuurlijk) - informatiescheiding binnen organisaties als banken en toezichthouders (NMa, AFM).
  • Muurtje (voetbal) - een rij verdedigers die bij een vrije trap van de aanvallende tegenpartij naast elkaar is opgesteld om de doorgang naar het doel te blokkeren.

Bekende muren[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Haslinghuis, E.J. en Janse, H. (2005) Bouwkundige termen. Leiden: Primavera Pers. ISBN 90 5997 033 0.