Muzieknotatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Muzieknotatie is een systeem van tekens dat gebruikt wordt om muziek op papier (of tegenwoordig ook op beeldschermen) vast te leggen, zodat zij later gelezen en ten gehore gebracht kan worden. Het resultaat heet bladmuziek. Met vastleggen wordt bedoeld het op uniforme wijze noteren van duur, toonhoogte en uitvoeringspraktijk van de muziek. De 11e-eeuwse Italiaanse monnik Guido van Arezzo wordt beschouwd als de grondlegger van de hedendaagse muzieknotatie, al was die in de loop van de tijd wel onderhevig aan allerlei veranderingen, zoals bij het Gregoriaans.

Genoteerde muziek bedoeld voor een enkel instrument, musicus of muzikant wordt partij genoemd. Alle partijen samen vormen de partituur, die vooral gebruikt wordt door een dirigent.

Fur-elise-preview.png

Muziek wordt doorgaans genoteerd op regels met vijf lijnen, de notenbalk.

Noten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie muzieknoot voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De verticale plaats van de nootbolletjes bepaalt - met sleutel en voortekens - de toonhoogte.

De duur van een toon wordt bepaald door de nootwaarde, aangegeven door vorm van de noot en door vlaggetjes, al dan niet samengenomen tot een waardestreep. De basis voor de nootwaarde is de hele noot: een open ovaal (bolletje). De helft daarvan, de halve noot, krijgt een stok. De kwartnoot krijgt een stok en een gesloten bolletje. De achtste noot krijgt een vlaggetje aan de stok, de zestiende noot twee vlaggetjes, enz. Door een of meerdere verlengingspunten wordt de nootwaarde steeds met de helft van de genoteerde duur verlengd. Door een groeperingsteken met een cijfer erbij kan de duur zodanig veranderd worden dat er ook afwijkende nootwaarden mogelijk worden. Hiermee worden triool, kwintool enz. genoteerd. Analoog aan de notatie van de duur van de toon, bestaat er een systeem om de duur van de rust (stilte) aan te duiden.

Metrum[bewerken]

Muzieknotatie beschrijft niet alleen de hoogte en duur van een toon, maar ook de plaats van de toon in de melodielijn en in het metrum. De maatsoort geeft het aantal tellen in de maat weer en wordt vooraan (of telkens op de plaats waar de maatsoort wijzigt) in ieder muziekstuk geschreven met twee getallen; het bovenste cijfer geeft het aantal tellen, het onderste welke notenwaarde (bijvoorbeeld kwart, achtste enz.) geteld wordt. Op de notenbalk wordt met maatstrepen aangegeven wanneer de maat vol is (volgens de maatsoort).

Tempo[bewerken]

De snelheid (tempo) waarmee een muziekstuk moet worden gespeeld wordt strikt genomen niet door de notatie aangeduid, maar door een doorgaans Italiaanse muziekterm zoals allegro, moderato, ... tenzij men het cijfer van de metronoom-aanduiding op de partituur schrijft.
De manier van spelen van de toon wordt aangegeven met tekentjes op of onder de noot. Dit worden versieringstekens of ornamenten genoemd. Hoe luid tonen of passages gespeeld moeten worden, wordt aangegeven met dynamiektekens.

Lichte muziek[bewerken]

In de lichte muziek en jazz wordt ook gebruikgemaakt van de 'klassieke' muzieknotatie. Door het meer improvisatorisch karakter heeft deze stijl echter zijn eigen gebruiken en regels voor de notatie verworven. In de lichte muziek wordt vaak gebruikgemaakt van een akkoordenschema of een leadsheet, waarbij meestal slechts de melodie en akkoordsymbolen worden weergegeven. De precieze invulling hiervan (het arrangement) wordt grotendeels overgelaten aan de uitvoerders. In de versies van het Realbook dat veel door lichte musici wordt gebruikt komen deze leadsheets veelvuldig voor.

Zie ook[bewerken]