Myron van Eleutherae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De discuswerper van Myron, in de Botanische tuin van Kopenhagen.

Myron van Eleutherae (Oud-Grieks: Μύρων) was een Griekse beeldhouwer en bronsgieter uit het midden van de 5e eeuw v.Chr. Hij werd geboren te Eleutherae, dat aan de rand van Boeotië en Attica ligt.

Leven[bewerken]

Eerst en vooral moet opgemerkt worden dat er niet veel geweten is over het leven van Myron. De meeste stellingen zijn bovendien slechts veronderstellingen. Wat we wel zeker zijn is dat Myron geboren is in het Attisch-Beotisch grensgebied Eleutheriae in het eerste jaar van de vierde eeuw voor Christus. Er wordt verondersteld dat hij opgroeit in de bergen en een pastorale jeugd kent. Een eerste (vergaande) conclusie die sommige vorsers maken, is dat Myron zelf een discuswerper moet zijn om de “Dyscobolos” met een dergelijke precisie te kunnen weergeven. Anderen beweren dat hij ook moet deelgenomen hebben aan Dionysusdansen omwille van de nauwkeurigheid van het uitbeelden van deze dansen, bijvoorbeeld “Athena en Marsyas”.[1] Maar dit zijn wellicht te vergaande conclusies om uit beeldhouwwerken af te leiden. Zijn vader is vrij wel zeker geen kunstenaar.[2] Hij is zeker in Athene en Thebe geweest en hij was een tijdgenoot van Kalamis. Hij heeft een school opgericht en was duidelijk een inspiratiebron voor vele andere kunstenaars zo herkennen we typische stijlelementen van Myron in de “Thésée” van Phidias, de “Diadumenos” van Polycleitos en in de “Hermes” van Praxiteles.[3] Naast een positieve relatie met andere beeldhouwerkunstenaars heeft hij ook enkele rivalen zoals Polykleitos en Praxiteles.[4]

Werken[bewerken]

Myron zijn meest bekende werk is de “Dyskobolos” (Discuswerper). Het origineel is vergaan maar men bewaart een kopie in het Thermenmuseum in Rome. Het oorspronkelijk beeld is vrijwel zeker van marmer gemaakt. Delen ervan worden gevonden in 1906 onder de resten van een antieke villa in het Italiaanse Castel Porziano. Het beeld is een getuige van de beweeglijkheid waarvoor Myron gekend is. In de vierde eeuw voor Christus geeft men atleten weer ofwel tijdens ofwel voor of na de oefening. De “Dyskobolos” is een voorbeeld van een atleet in volle actie.[5] We zien het moment dat de discus zal ontsnappen uit zijn hand. De proporties zijn perfect net zoals de bewegingen en de spieren. Dit bewijst dat Myron zeer goed kan observeren en ook een vaste en zekere hand heeft. De positie van het lichaam en de anatomische details zijn juist en natuurgetrouw weergegeven. Opnieuw is hier de observatie van groot belang. Het hoofd van het beeld is wellicht dat van een echte atleet uit zijn tijd. Dit is zo bij veel beelden van atleten. Geen enkele trekje of blessure in het gezicht valt te bespeuren. Maar het hoofd van deze atleet is door zijn korte haar, massiviteit en asymmetrie helemaal niet ideaal. Dit komt overeen met het atleetzijn en is dus een bewijs van natuurgetrouwheid. Het gezicht is eveneens rustig want we zien geen enkele samengetrokken spier. Dit kan een eventuele voorstelling zijn van het ideale mannelijke gezicht volgens Myron. We kunnen deze bewering staven door de zelfde kenmerken die voorkomen bij andere mannelijke beelden van Myron, zoals de “Marsyas” in het Lateranenmuseum. Dit beeld is opnieuw een weergave van een snelle fase uit een beweging. Ook hier valt de echtheid en de naturel duidelijk op. Het beeld is verbaasd en mysterieus. Deze keer getuigt het expressief hoofd van dezelfde gevoelens als de houding van het lichaam. Dit is de eerste maal (na de archaïsche glimlach) dat men een poging tot dit genre opmerkt.[3] Een ander bewijs dat Myron wel degelijk de ‘meester van de beweging’ is, kan de “Dronken lelijke heks” zijn. Ook hier beeldt Myron een moeilijke houding natuurgetrouw af.[6] Myron heeft meerdere beelden gemaakt van Heracles. Maar hij heeft er nooit zoveel kunnen maken als er kopieën zijn gevonden. De werken die wij kennen van Myron zijn dan ook vooral kopieën. Hierdoor hebben we geen exact beeld van Myron zijn weergave omdat kopiisten vaak hun eigen accenten gaan leggen. Zo zijn de hoofden van de kopieën in Rome veel gedetailleerder. (bijvoorbeeld “Hygieia”) Bovendien worden niet alle fijnheden van het origineel (bijvoorbeeld hoofd- en baardhaar) bewaard en gaat met de kopie ‘moderner’ maken.[7]

Stijl en techniek[bewerken]

Zoals al eerder vermeld, wordt Myron de ‘Meester van de beweging’ genoemd. Myron werkt in een tijd na een periode van simpele monotone beelden. Zijn beelden getuigen van inspanning om de beweging zo goed mogelijk weer te geven. Hij staat voor vernieuwing en gedurfdheid. Zijn uitzonderlijke houdingen, geweldige bewegingen zijn het tegenovergestelde van wat het publiek toen gewoon is afgebeeld te zien. We mogen uiteraard Kritios en Nesiotès en de groep van Tyrannicides niet vergeten maar hun gebaren zijn op basis van gevoelens en alle houdingen zijn rustfases terwijl Myron zijn beelden in volle actie zijn. Volgens de Grieken is de beeldhouwkunst ontstaan om vorm te geven aan de eigen ideeën van goddelijke vormen uit dromen.[3] Wanneer we de onderwerpen bekijken die Myron hanteert, dan valt de grote variëteit op. Hij gaat zowel inspiratie halen uit het dagelijks leven met vooral dieren zoals de “Bronzen koe” als de godenwereld waarbij hij de goden statig en met hun attributen gaat weergeven bijvoorbeeld “Asklepios” (St. Petersburg), “Neptunus” en “Mercurius” (beide Vaticaan).[5] Een ander stijlkenmerk van Myron is de manier waarop hij haren weergeeft. Anders dan zijn voorgangers gaat Myron dit gracieus, verfijnd en vol lichtheid doen. Dit heeft de antieken dan ook verbaasd.[4] Myron maakt aanvankelijk 3D reliëfs en evolueert naar volledig losstaande beelden. Die maakt hij eerst in hout en dan een conversie van het model in een vorm.[6] Hij gebruikt Aeginetisch brons voor zijn beelden in tegenstelling tot één van zijn grootste rivalen, Polykleitos die Delisch brons gebruikt. Sommige vorsers beweren dat zij dit bewust doen om zich van elkaar te onderscheiden.[8] Tenslotte moet nog vermeld worden dat Myron een vrije hellenistische stijl gebruikt.[1]

Reacties van tijdgenoten[bewerken]

Myron heeft zowel voorstanders als tegenstanders. Een voorbeeld van het feit dat hij door een aantal geliefd is, is het feit dat hij voor een aantal kunstenaars als inspiratiebron geldt (supra) bijvoorbeeld voor vaasschilderingen. Zo is er een oinochoe die Athene en Marsyas toont en eventueel gebaseerd is op de gelijknamige beelden van Myron. Door zijn vernieuwende stijl met de nadruk op beweging verbaast hij de antieken.[9] Maar Myron heeft ook tegenstanders. Zo is Plinius negatief over het haar van de “Dyskobolos” dat op een vernieuwende manier door Myron is weergegeven.[5] Cicero vindt dat Myron nog niet de natuurlijke waarheid weergeeft zoals zijn grote rivaal Polykleitos dat wel doet. Quintilianus beschrijft Myrons werk als onnatuurlijk en vreemd.[6] Hij zou in zijn ‘De Instituione Oratoria de Discobols wel verdedigt hebben op grond van een nieuw en moeilijk werk.[10] Dit laatste is wellicht de hoofdreden van de negatieve kritiek op Myron zijn werk. Zijn tijdgenoten waren simpele beelden gewoon in een rustpositie en moeten eventueel nog wennen aan Myron zijn vernieuwende stijl. In de loop van de geschiedenis blijkt dat vernieuwing altijd kritiek oproept, zowel negatief als positief.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Charbonneaux, J. (1943-1945: 12) La sculpture grecque classique / Par Jean Charbonneaux. Paris : Cluny.
  2. Lippold, G. (1950: 136) Die griechische Plastik / Georg Lippold, in “Handbuch der Archäologie 3”. München : Beck.
  3. a b c Paris, P. (1989: 186) La sculpture antique / Par Pierre Paris. Paris Picard.
  4. a b Klein, W. (1904-1907: 1) Geschichte der griechischen Kunst / Von Wilhelm Klein. Leipzig: Von Veit.
  5. a b c Furtwängler & Ulrichs (1911) Denkmäler griechischer und römischer Skulptur. München: Bruckmann.
  6. a b c Carpenter, R. (1960:83-134) Greek sculpture. A critical review / By Rhys Carpenter. Chicago (Ill.): University of Chicago press.
  7. Amelung, W. (1928: 11-127) Antike Plastik. Walther Amelung zum sechzichsten Geburtstag. Berlin: de Gruyter.
  8. Mattusch, C.C. (1988: 71) Greek bronze statuary from the beginnings through the fifth century B.C.. Ithaca (N.Y.) : Cornell university press.
  9. Keay, Moser & Sparkes (2004: 27) Greek art in view : essays in honour of Brian Sparkes / edited by Simon Keay and Stephanie Moser. Oxford: Oxbow books.
  10. Richter, G.M.A. (1951) Three critical periods in Greek sculpture / Gisela M. A. Richter. Oxford : Clarendon press.