Mythe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen naar Iemand vindt dat de inhoud van dit artikel ingevoegd zou moeten worden in Mythologie, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dit artikel een redirect te worden (hier melden).

Mythe (Grieks: mythos; μυθος) betekende oorspronkelijk in het Grieks gesproken woord, verhaal. De betekenis is afhankelijk van de context:

  • In de tijd van Homerus kreeg het woord mythe de betekenis die als hoofdbetekenis moet worden gezien: heilig, overgeleverd verhaal van een volk over zijn herkomst en godsdienst.
  • Vanaf het einde van de 19e eeuw wordt het begrip mythe gehanteerd binnen wetenschappen als de psychologie, culturele antropologie en de historische sociologie in een andere betekenis: een verhaal met een louterende werking dat een diepe waarheid over het menselijk bestaan uitdrukt, bijvoorbeeld door uitbeelding te geven aan een archetype.
  • Het woord mythe wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak ten onrechte verstaan als ​fictie, iets dat nooit gebeurd is, een verzonnen verhaal. Een mythe wordt echter vaak opgevat als een zinrijk, betekenisvol en zelfs rëeel verhaal, al bevat de vertelling vele elementen die niet rëeel zijn in letterlijke of historische zin. In dit verband zei Mircea Eliade, een godsdiensthistoricus, hierover ooit: "Myths tell only of that which really happened."

In tegenstelling tot wat bij sagen, sprookjes en fabels meestal het geval is, gaan mythen in hoofdzaak over goden en halfgoden.

Kenmerken van de mythe[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Mythologie#Kenmerken van mythen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een mythe in historisch-religieuze zin is een verhaal over daden van goden, halfgoden of goddelijke voorouders. Dergelijke mythen zijn gesitueerd in een tijd voor de opkomst van het schrift en beschrijven hoe de wereld geschapen en/of geordend werd, ten onder ging en hoe de cultuur ontstond of aan zijn einde kwam. Het zijn ook soms verhalen met een ethisch oogmerk. De mythe geeft in de tijd van ontstaan zin aan de cultuur en verzorgt gemeenschapsbinding.

Men onderscheidt de volgende soorten mythen:

  • De kosmogonische mythe: over de schepping of totstandkoming van mens en wereld en over de oorsprong van de goden. Een voorbeeld hiervan is de mythe die Plato in de Timaeus vertelt over het ontstaan van de kosmos en de mens.
  • De etiologische of verklarende mythe: over het ontstaan van culturele verschijnselen (bijvoorbeeld de cultus of de sociale gebruiken) en natuurverschijnselen. Zo verklaren veel verhalen bijvoorbeeld de herkomst van een bepaalde rots of berg.
  • De eschatologische mythe: over de ondergang van de wereld. Voorbeelden hiervan zijn de joodse, christelijke en islamitische opvattingen over het einde van de geschiedenis, de opstanding van de doden en het Laatste Oordeel.

In de culturele antropologie is het onderwerp uitgebreid behandeld door Edward Burnett Tylor, Émile Durkheim, Bronisław Kaspar Malinowski, Claude Lévi-Strauss en James George Frazer. In de psychologie is Carl Gustav Jung een belangrijk auteur. In de sociologie wordt de term mythe gebruikt als een van de grondslagen van ideologieën.

Zie ook[bewerken]

Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en vertelinstantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelling · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse