Mythunga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mythunga camara is een pterosauriër behorend tot de groep van de Pterodactyloidea die tijdens het vroege Krijt leefde in Australië.

De soort werd in 2008 beschreven en benoemd door Ralph Molnar. De geslachtsnaam is die van het sterrenbeeld Orion, dus de "hemelse jager", in de taal van een plaatselijke stam van de Aboriginals. De soortaanduiding verwijst naar de kamervormige uithollingen van het sterk gepneumatiseerde bot en had eigenlijk "camerata" moeten luiden.

Het fossiel, holotype QM F18896, in 1991 door Philip Gilmore gevonden in een mariene afzetting in de Toolebucformatie (Albien, ongeveer 100 miljoen jaar geleden) bij Dunluce Station nabij bij Hughenden in Queensland, bestaat uit een fragment van een schedel en de onderkaken; een gedeelte van de voorkant van beide is bewaard gebleven. De bovenkant van de snuit ontbreekt. Ondanks de wat schamele resten concludeerden de beschrijvers dat het nieuw geslacht betrof op grond van verschillende autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen, waaronder de grote lengte van de tanden in de onderkaak (ongeveer de helft van de hoogte van het kaakbeen) en het sterk uit elkaar staan van de tanden (slechts drie tanden in de bovenkaak tussen de achterste tand en de fenestra nasopraeorbitalis, een opening vooraan in de schedel).

Mythunga was de tweede pterosauriër die uit Queensland beschreven was, naast een toen nog onbenoemde ornithocheiride die later Aussiedraco gedoopt zou worden. Zijn verwantschap is erg onzeker; hij behoort tot een of andere plesiomorfe, dus in vorm niet erg afgeleide, deelgroep van de Pterodactyloidea; de beschrijvers achtten het het waarschijnlijkst dat hij tot de klade Archaeopterodactyloidea behoort. Alexander Kellner stelde in 2010 echter dat hij een lid van de Pteranodontoidea was, verwant aan de Anhangueridae.

Uit de grootte van de snuit leidden de beschrijvers af dat de spanwijdte bij leven vijftien voet zou hebben bedragen, dus zo'n vier à vijf meter. Ze wijzen er echter op dat de verbening erop duidt dat het individu nog niet helemaal volgroeid was en dat de volwassen vorm een spanwijdte van een vijf meter moet hebben gehad.

Literatuur[bewerken]

  • Molnar, R.E., and Thulborn, R.A., 2008, "An incomplete pterosaur skull from the Cretaceus of north-central Queensland, Australia", Arquivos do Museu Nacional, Rio de Janeiro 65(4): 461-470