N. John Habraken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scheepstimmermanstraat Amsterdam, vrije keuze van stijl en architect, stedenbouwkundig plan en coördinatie West 8 (Adriaan Geuze), ontwerp woningen door verschillende architecten, 1997


N. (Nikolaas) John Habraken (Bandung Indonesië, 29 oktober 1928) is een Nederlandse architect, hoogleraar bouwkunde aan technische universiteiten (TU Eindhoven, MIT Cambridge Massachusetts), theoreticus en auteur. Zijn hoofdonderwerp is de bewonersparticipatie in de massawoningbouw, waar de bewoners actief deelnemen aan het ontwerpproces. In de internationale architectuur wordt Habraken gezien als de belangrijkste protagonist van de participatiebeweging. Alle hier behandelde projecten staan in verbinding met zijn theorie. Het thema is een deelaspect van de architectuurstroming Structuralisme en van het Particuliere opdrachtgeverschap.

De ideeënwereld van Habraken heeft niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Japan en andere landen tot invloedrijke participatieprojecten geleid. Voor zijn werk kreeg hij nationale en internationale architectuurprijzen.

Sinds enkele jaren bestaat de organisatie CIB (International Council for Research and Innovation in Building and Construction), die de "Working Commision W104" ingesteld heeft voor de "Open Building Implementation".

Bewonersparticipatie in Nederland - Theorie en uitgevoerde projecten[bewerken]

1961 Theorie van Habraken. In 1961 verschijnt het theoretische sluitelwerk van de bewonersparticipatie De dragers en de mensen - Het einde van de massawoningbouw van Habraken. Later komt het boek in verschillende talen uit. Een belangrijk aspect van het verhaal van Habraken is, dat hij twee soorten architectuur onderscheidt, de "Alledaagse" en de "Bijzondere architectuur". Hij houdt zich met de eerste bezig. Ter demonstratie van de twee soorten architectuur toont hij in de tijdschrift Forum 1-1964 een plattegrond van Rome van Giovanni-Battista Nolli, waar de alledaagse architectuur grijs en de bijzondere architectuur wit is aangegeven. Voor dezelfde tweedeling gebruiken andere auteurs de begrippen "High culture" en "Low culture" in de architectuur, die in iedere stad aanwezig zijn. In 1967 formuleert Habraken een woordbeeld, dat de richting van zijn visie aangeeft, de "Montere veelvormigheid". - In het boek De dragers uit 1961 zijn geen afbeeldingen opgenomen. De praktische uitvoering van zijn theorie laat hij aan "de architecten" over.

1962 Bijdrage van de Forumgroep. Het boek De dragers is invloedrijk op de architecten van de Forumgroep in de 1960er jaren. Jacob Bakema publiceert in Forum 2-1962 de eerste afbeeldingen voor de bewonersparticipatie: de beroemde perspectieftekening "Fort l'Empereur" in Algiers van Le Corbusier uit 1933, projecten van Kenzo Tange, eigen voorstellen voor participatie in saaie woonwijken, en een uitvoerig artikel over de bewonersparticipatie in de structuur van het Paleis van Diocletianus in Split. - In het volgende Forum 3-1962 levert Herman Hertzberger een theoretische bijdrage over de vorm van de participatiearchitectuur. In tegenstelling tot het vroegere principe "Form follows function" spreekt Hertzberger over "Reciprocity of form" (wederkerigheid van vorm) en toont voorbeelden van transformaties in de arena's van Arles en Lucca. Deze arena's werden tot stad verbouwd en daarna weer ingericht als arena.

1971 Diagoon Delft en Centraal Beheer Apeldoorn - Architectuur als halfproduct. Omdat Herman Hertzberger zich in de Forumgroep het meest voor de bewonersparticipatie interesseerde, kwamen van hem de eerste uitvoeringen, die internationaal bekend werden. Bij de acht huizen "Diagoon" in Delft (1971) sprak hij over architectuur als halfproduct, dat door de bewoners zelf afgemaakt wordt, zowel aan de binnenkant als ook bij de gevel en de omgeving. Het bijzondere aan de Diagoonhuizen is de gevelstructuur, die in vele variaties ingevuld kan worden, zonder dat disharmonieën ontstaan. Het idee van de gevelvariaties is het beste te zien op de vogelvlucht-tekeningen van Hertzberger (zie Google Afbeeldingen). - Het kantoorgebouw Centraal Beheer (1972) van Hertzberger is eveneens voor participatie ontworpen, voor de kantoormedewerkers in de binnenruimte. De basisstructuur van de kantoorplattegronden bestaat uit een gridiron-plan (regelmatig stratenplan), dat individueel ingevuld kan worden.

Woonwijk Brandevoort in Helmond, particulier opdrachtgeverschap, 2005 (Rob Krier en andere architecten)

1997 Scheepstimmermanstraat Amsterdam - Kubistische bouwstijl. In het oostelijke havengebied van Amsterdam - aan de "Scheepstimmermanstraat" op het halfeiland Borneo - werd in 1997 een van de meest succesvolle participatieprojecten gerealiseerd. Het is onderdeel van een groter stedenbouwkundig plan, dat door het bureau West 8 (Adriaan Geuze) ontwikkeld werd. Ook voor de verdere coördinatie was dit bureau verantwoordelijk. De 60 huizen zijn ontworpen door verschillende architecten, waaronder Herman Hertzberger en Mvrdv. Adriaan Geuze werkte als een dirigent met gemotiveerde solisten. Opvallend is het vormprincipe. Alle huizen zijn in een kubistische stijl gebouwd, met uitzondering van één huis, dat een halfronde dakvorm heeft. Het resultaat toont een harmonische afstemming van vormen, materialen en kleuren. Het totaalaanzicht is een goede weergave van de door Habraken geformuleerde "montere veelvormigheid". Net als bij de vroegere grachtenhuizen in Amsterdam leidt één vormthema, resp. één architectuurstijl tot een evenwichtig architectuur-ensemble.

2005 Brandevoort Helmond - Traditionalistische bouwstijl. Zoals boven aangegeven, laat Habraken de uitvoering van de bewonersparticipatie over aan "de architecten" en levert hij geen afbeeldingen. Bij veel mensen bestaat de vraag, voor welke architectuur Habraken een persoonlijke voorkeur zou hebben. Een antwoord op deze vraag laat de film "De Drager" uit 2013 zien: Hier wandelt Habraken discussiërend door het nieuwe stadscentrum van Zaandam en uit zich daarover enthousiast met de woorden: "I like it, - people like it." De architectuurtaal is postmodernistisch en afkomstig van één van zijn vroegere studenten, de architect Sjoerd Soeters. Omdat in het project Zaandam de particuliere opdrachtgeverschap geen rol speelde, is bij dit artikel voor een ander project gekozen, dat verwant is met Zaandam. Het betreft de woonwijk Brandevoort in Helmond, waar Rob Krier en andere architecten een voorbeeld van particulier opdrachtgeverschap realiseerden en waar de gewenste gevarieerdheid aanwezig is. De traditionalistische bouwstijl in Brandevoort en de kubistische bouwstijl aan de Scheepstimmermanstraat in Amsterdam zijn parallelstromingen, die in dezelfde tijd gebruikt werden. Bij beide projecten komt geen stijlenmix voor. In architectenkringen worden de twee bouwstijlen vaak niet als gelijkwaardig ingeschat.

2012 Homeruskwartier Almere - Stijlenmix. De initiator van het participatieproject Homeruskwartier in Almere was wethouder Adri Duivesteijn. Van 1989-1994 was hij directeur van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam en kwam hier in aanraking met de participatiebeweging van Habraken. In tegenstelling tot de projecten Scheepstimmermanstraat en Brandevoort bestaat de participatie in het Homeruskwartier uit een mix van alle bouwstijlen, zonder afstemming van de vormthema's. Hoewel de bewoners van Almere momenteel enthousiast zijn over hun persoonlijke keuzes, bestaat de onzekerheid, of de kopers van de volgende generatie evenzo enthousiast zullen zijn over de soms vrij extreme smaken van de huidige bewoners. Welk systeem op langere termijn meer gewenst is bij de bevolking blijft een vraag. Is het de stijlenmix van "Het wilde wonen" in het Homeruskwartier of de evenwichtig afgestemde ensembles Scheepstimmermanstraat en Brandevoort? De uitkomst heeft ook consequenties op de financiële waarde van de huizen.

2013 Berlage-wijk Den Haag - Van bewonersparticipatie naar commerciële participatie. Het initiatief voor het participatieproject in de Berlage-wijk Bomenbuurt kwam van Maarten Schmitt, een vroegere student en SAR-medewerker van Habraken. Schmitt was van 1998-2009 stadsstedenbouwer in Den Haag. Dit project hoort bij de meest complexe en problematische gevallen. Na enkele jaren participatie ontstonden problemen, die in het kwartaalblad van de wijk besproken werden. In de uitgave "De Boomgaard 12-2013" zijn artikelen opgenomen, die zich tegen het nieuwe bestemmingsplan keren met de titels "Wijziging bestemmingsplan nodig!" en "Comité De Beukenhof in aktie!" De belangrijkste inschattingsfouten van de gemeente voor dit project zijn:

  • Door verhoging van de bouwhoogte in de particuliere tuinen tot 4m (en gedeeltelijk 6m) kwam er een "run" op van vreemde speculanten en projectontwikkelaars, die hoge commerciële tuinuitbouwen en commerciële dakopbouwen realiseerden. Dit ten nadele van de buren links en rechts. Hierdoor veranderde de gewenste bewonersparticipatie in een commerciële participatie. Vele van de commerciële op- en uitbouwen staan nu leeg.
  • Discutabele waardebepaling van het werk van Berlage. Hoewel de stedenbouw van Berlage door internationale auteurs en critici tot het beste in de 20ste eeuw gerekend wordt, omschreef de stadsstedenbouwer Maarten Schmitt het werk van Berlage als "totaal achterhaalde stedenbouwkundige referentie" en vroeg om een "definitief afscheid van Berlage". Hiermee gaf hij groen licht voor de uitbouwen. In de gesubsidieerde biografie "Den Haag - Maarten Schmitt" zijn nog meer nota's en structuurplannen genoemd voor het gebruik in Den Haag tot het jaar 2030.
  • In de Bomenbuurt staan gebouwen van wereldberoemde architecten zoals Jan Duiker e.a. Voordat een commerciële dakopbouw op het Jan-Duiker-ensemble aan het Thomsonplein begon, kwam kritiek van bewoners maar ook van bekende architecten zoals Herman Hertzberger en Wessel de Jonge. Hertzberger schreef op de website van de Haagse Stadspartij: "Afblijven van het werk van grote architecten, je gaat toch ook niet een verdieping op het Gemeentemuseum plakken!" Het gemeentebestuur bleef ongevoelig voor deze protesten.

Voorbeelden en projecten in het buitenland[bewerken]

Voorbeeld van Habraken: "alledaagse architectuur" (grijs) en "bijzondere architectuur" (wit), in Forum 1-1964, detail plan Rome van Giovanni-Battista Nolli

Buiten Nederland was Ottokar Uhl uit Oostenrijk een van de eersten, die zich door de theorie van Habraken liet inspireren. Hij realiseerde meerdere participatieprojecten: "Wohnen morgen" in Hollabrunn uit 1972, "Wiener Gasse 6" en "Jeneweingasse 32" in Wenen, beide uit 1984. Een andere architect uit Oostenrijk, die met het idee van Habraken werkte, was Eilfried Huth.

Tot de meest spectaculaire projecten van de bewonersparticipatie hoort de studentencampus Sint-Lambrechts-Woluwe van Lucien Kroll aan de periferie van Brussel. Dit bouwcomplex wordt vaak gezien als symbool van de studentenrevolutie in 1968. Lucien Kroll noemde het beeld van zijn creatie "Le visage pluraliste". In de plattegronden gebruikte hij het maatsysteem van de SAR, het zogenaamde SAR-raster (SAR=Stichting Architecten Research, werkgroep van Habraken).

Bij de uitbreiding van de Vrije Universiteit in Berlijn in 1973 bestond het structuurplan uit het principe "Structuur en invulling" of "Structuur en toeval". De architecten Candilis Josic & Woods kenden het werk van Habraken door Jacob Bakema van het Team 10.

Het belangrijkste voorbeeld voor de bewonersparticipatie blijft de eerder genoemde perspectieftekening "Fort l'Empereur" in Algiers van Le Corbusier uit 1933. Jacob Bakema publiceerde de tekening in Forum 2-1962 en Herman Hertzberger in Forum Juli-1970 in een vergroting van 1m lengte (zie Google Afbeeldingen).

In Japan is in 2008 de wetgeving voor de woningbouw onder invloed van de nieuwe denkbeelden aangepast om het principe van "inbouw" door bewoners en het "casco" in de appartementengebouwen te stimuleren. Het project NEXT 21 in Osaka heeft daarin als pilot gefungeerd. Na invoering van de wetswijziging zijn al meer dan 300.000 woningen op deze wijze geproduceerd. Doelstelling was om de levensduur van de woningbouw te verlengen, waarbij de invulling van de woning optimaal vrijgelaten werd voor veranderingen. Dit op basis van ontwerpen van studenten, die de theorie van Habraken kenden van de architectuurschool MIT. Na aanvankelijke scepsis blijkt er geen sprake te zijn van kostenverhogende factoren bij de bouw. Naar verwachting zijn de aanpassingskosten in de volgende jaren lager door de mogelijkheid van participatie.

Smaak, esthetiek en bouwkunst[bewerken]

Bij de participatiebeweging in de woningbouw zijn de maatstaven van smaak, esthetiek en bouwkunst open en zeer verschillend. Dit komt ook tot uiting door de tweedeling van Habraken in een "alledaagse" en "bijzondere architectuur". Vroeger was de "elite" alleen verantwoordelijk voor de architectuur. Door de participatiebeweging krijgt iedereen de kans zijn idealen te verwezenlijken in de woningbouw.

Over de "bijzondere cultuur" bestaan andere artikelen. In het Volkskrant-Magazine No.35 uit het jaar 2000 schreef Ron Kaal het bekende artikel "Weg met de platheid". Zijn thema was de vraatzucht van de "ordinaire cultuur" en de kwetsbaarheid van de "extraordinaire cultuur". Dit artikel kan nu nog gelezen worden op internet.

Afbeeldingen van verschillende projecten[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Van Habraken:

  • De dragers en de mensen - Het einde van de massawoningbouw, Amsterdam 1961.
  • Denken in varianten (met J.T.Boekholt, A.P.Thyssen, P.J.M.Dinjens), Alphen a/d Rijn 1974.
  • The Structure of the Ordinary, Cambridge MA - London 1998.
  • Palladio's Children, London - New York 2005.

Over Habraken:

  • Koos Bosma e.a., Housing for the Millions - John Habraken and the SAR (1960-2000), Rotterdam 2000.
  • Arnulf Luchinger, 2-Komponenten-Bauweise - Struktur und Zufall, met 90 afbeeldingen; in combinatie met Die Träger und die Menschen von N. John Habraken, Den Haag 2000.
  • Carel Weeber, Het Wilde Wonen, Rotterdam 1998. Over Habraken en de SAR, p.74-77.

Externe links[bewerken]

Online video "De Drager"[bewerken]

John Habraken over De dragers en de mensen - Het einde van de massawoningbouw, uitgave 2013, in Nederlandse, Engelse en Duitse versie.