NAVO-hoofdkwartier Cannerberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plattegrond van het hoofdkwartier

NAVO-hoofdkwartier Cannerberg / Joint Operations Centre (JOC), gelegen achter het Château Neercanne ten zuiden van Maastricht, in het grensgebied met België, was gedurende de Koude Oorlog een verbindingscentrum en hoofdkwartier van de NAVO.

Geschiedenis[bewerken]

Periode 1954-1993 Koude Oorlog[bewerken]

Entree - buiten
Entree - binnen

Vanaf 1954 werd de ‘groeve Boschberg/Boschberggroeve/Cannerberg' door het toenmalige Ministerie van Oorlog gehuurd van de Stichting Limburgs Landschap voor een periode van 50 jaar. Op 15 april 1954 werd een overeenkomst gesloten door het Ministerie van Oorlog, Stichting Limburgs Landschap, freule Louise E.M. Poswick (tot 1947 eigenaresse van het Château Neercanne) en de paters Jezuïeten uit Maastricht dat de Cannerberg vanaf dat moment werd gebruikt door de krijgsmacht.

Indeling[bewerken]

De vloer van deze mergelgroeve was al door de Duitsers met beton verhard, ook hadden zij elektrische verlichting aangelegd. Aangezien het complex zich in een voormalige mergelgroeve bevindt, is het een doolhof van gangen. Hier is structuur in aangebracht door de middelste gang de 'Main Street' te noemen, en zijn tegen de wijzers van de klok in, de gangen genoemd naar de letters van het NAVO-alfabet van Alpha- tot en met Golf-street'. De kantoren in de gangen waren genummerd van laag naar hoog, beginnend bij 1 vanaf de 'Main Street'.

'Verboden toegang'

In 1955 werd in de groeve door de NAVO een interim-oorlogshoofdkwartier gevestigd: 'a temporary site to be used only in war'. Vanaf 17 februari 1956 kreeg het hoofdkwartier de status 'ultrageheim' omdat het vanaf dat moment bij Koninklijk Besluit geplaatst werd onder de Wet op de Staatgeheimen. In de editie 20 november 1980 van weekblad Vox van de Belgische strijdkrachten werd verslag gedaan van dit geheime ondergrondse NAVO-hoofdkwartier: 'ergens in de streek van Maastricht'.

Bunker

Als gevolg van de bouw van het IJzeren Gordijn kreeg de bunker vanaf 1 juli 1963 ook in vredestijd een permanente (24 uur per dag, het gehele jaar) militaire bezetting. Vanaf dat moment waren er gedurende de dag zo'n 300-400 Nederlandse, Belgische, Duitse, Engelse en Amerikaanse militairen actief, 's nachts zo'n 40 personen en bij meerdaagse oefeningen tot wel 1000 personen. Mocht er oorlog uitbreken, dan kon het regionale hoofdkwartier van de 2nd Allied Tactical Air Force (2ATAF) onmiddellijk vanuit het Duitse Rheindahlen (nabij Mönchengladbach), waar het in vredestijd gehuisvest was, verplaatst worden naar deze locatie. Ook was Allied Tactical Operations Centre (ATOC) in het complex aanwezig. Deze organisatie zou wanneer nodig, namens 2ATAF opdrachten geven aan de offensieve vliegtuigen. Daarnaast was hier het commando van de Northern Army Group (Noordelijke Legergroep, NORTHAG) gehuisvest. Dit commando bestreek de Nederlandse, Britse, Belgische, Duitse en eventueel Amerikaanse landmachteenheden in het noorden van West-Duitsland. In geval van oorlog zou het Joint Operations Centre (JOC) in verbinding staan met vooruitgeschoven commandoposten en hun eenheden middels het communicatiesysteem van het NATO Air Defence Ground Environment (NADGE). Tijdens de Koude Oorlog was een bijzondere taak weggelegd voor de Tactische Natrescompagniestaf Nr. 16. Volgens het operatieplan van het toenmalige Nationaal Territoriaal Commando te Gouda zou deze staf met 3 Natres pelotons bij uitgifte van 'telegram N' onder bevel worden gesteld van de NATO commandant van de Northern Army Group ter beveiliging van het JOC van de Northern Army Group/Second Allied Tactical Air Force (NORTHAG/TWO ATAF STATIC) in de Cannerberg en het NATO Information and Communication System (NICS) nabij Maastricht.

Voorzieningen[bewerken]

Ontsmetting

In dit hoofdkwartier werd via een verwarmingssysteem/airconditioning een constante temperatuur van 18 graden Celsius bereikt met de gewenste luchtvochtigheid. Het hoofdkwartier had een onafhankelijke watervoorziening en scheepsdieselmotoren werden als aggregaten gebruikt in geval van een onderbreking van de elektriciteitsvoorziening van het openbare net. In de berg was een overdruk aanwezig zodat bij een nucleaire-, biologische- of chemische aanslag de gevaarlijke stoffen buiten werden gehouden. Voor een dergelijke NBC-aanslag was ook een speciale ingang aanwezig met douchesluis. De toegangsdeuren en toegangsgangen waren bestand tegen de drukgolf van een explosie.

Trivia[bewerken]

Keuken
Keuken - plafond
  • Diepte tot 50 meter onder de grond;
  • Oppervlakte van in totaal ± 6750 hectare;
  • 8 km aan gangen;
  • 400 kantoren;
  • 51 toiletten, 31 urinoirs, 27 douches en 75 wasbakken;
  • 4482 TL-lampen;
  • 2 restaurants - De keuken van het zelfbedieningsrestaurant had een capaciteit van 600 maaltijden;
  • kapsalon;
  • 3 holes golfbaan met kunstgras.

Asbest[bewerken]

Aanvankelijk werden de buizen in de berg geïsoleerd met kurk. Na een brand en het lange nasmeulen van het isolatiemateriaal, werd er besloten de leidingen te isoleren middels asbest. In die tijd waren de gezondheidsrisico's hiervan nog onbekend en werd asbest als wondermiddel gezien. Echter nieuwe inzichten hebben ertoe geleid dat in 1991 TNO opdracht van het Ministerie van Defensie kreeg om onderzoek te doen in de Cannerberg. Enkele bevindingen uit het resulterende rapport: 'Op diverse plafonds werden vlokken blauw asbest waargenomen.', 'Drie van de tien luchtmonsters bevatten te veel asbestvezels.' en 'Het stof in de luchtleidingen is ernstig verontreinigd.' (‘Asbestmeting in de Cannerberg’, TNO, 3 december 1991). De conslusie van de onderzoekers was dat door 'het ernstige gezondheidsrisico, dat met blootstelling aan asbestvezels gepaard gaat, ingrijpen zeer urgent is'. De geplande sluiting was echter eind 1994, het Ministerie van Defensie en de NAVO besloten dat de Cannerberg tot die datum toch in gebruik zou blijven. Door het einde van de Koude Oorlog, werd de Cannerberg echter al in 1992 gesloten. Het bondgenootschap verliet de Cannerberg in 1993.

Periode 2003 - 24 januari 2012 Sanering[bewerken]

Dienst Vastgoed Defensie heeft in opdracht van het Nederlandse Ministerie van Defensie vanaf 2003 een 40 miljoen euro kostende saneringsoperatie van 7 jaar uitgevoerd om het complex vrij te maken van asbestvezels. Hierbij is het complex bijna volledig gestript. Verlaagde plafonds inclusief leidingen zijn verwijderd en de asbestvezels zijn van de mergelmuren en -plafonds afgekrabd. In deze periode is ook het afval verwijderd (zo'n 10000-14000 kubieke meter) dat op 16 lokaties was opgeslagen. Het was niet naar buiten afgevoerd om spionage tegen te gaan. Ook was er olie in de lagen onder het complex doorgedrongen. Deze lagen zijn tot 13 meter diep afgegraven.

Resultaat: De volgende hoeveelheden afval werden afgevoerd:

  • 9,3 miljoen kilo asbesthoudend materiaal
  • 2,9 miljoen kilo met olie verontreinigd mergel

Periode 24 januari 2012 - heden Excursies / Kunst[bewerken]

Op 24 januari 2012 heeft Defensie de Cannerberg weer overgedragen aan Stichting Limburgs Landschap. Vanaf september 2013 is het mogelijk om na een vooraanmelding een 2 uur durende excursie te maken, verzorgd door de gidsen van Stichting het Limburgs Landschap. Kosten van een rondleiding zijn 6 euro per persoon. Inschrijven is mogelijk via de site van het Limburgs Landschap. De kunstenaar Rob Scholte stelt in de Cannerberg werk tentoon onder de titel: ‘Shelter’. Het werk met de naam N8W8 is een verwijzing naar De Nachtwacht van Rembrandt dat samen met andere wereldberoemde schilderijen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verborgen in de Sint-Pietersberg. N8W8 stelt de achterkant van een geborduurde Nachtwacht voor.

Galerij[bewerken]

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]