NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) aan de Herengracht 380 in Amsterdam in 2009. Het instituut huist in het woonhuis dat Jacob Nienhuys tussen 1888 en 1890 door architect Abraham Salm heeft laten bouwen.

Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is sinds 2010 de naam van een Nederlands instituut voor de bestudering van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en hedendaagse genociden dat ontstond na een fusie tussen het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies (CHGS).

Geschiedenis van het NIOD[bewerken]

Oprichting[bewerken]

Naambordjes van het NIOD en het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies bij de ingang

Het NIOD werd op 8 mei 1945 opgericht onder de naam Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD). Reeds op 6 juni 1945 werd evenwel door de Chef Staf van het Militair Gezag afgekondigd dat "de veiligheid van de Staat vordert" dat het oprichtingsbesluit van 8 mei moest worden ingetrokken.[1] Het instituut werd vooral bekend door het mediagenieke optreden van directeur dr. Loe de Jong. Diens levenswerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog is het omvangrijkste resultaat van de activiteiten van het RIOD. Op 1 januari 1999 veranderde de naam in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en werd het instituut onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). In 2007 werd prof. dr. Marjan Schwegman directeur.

Fusie[bewerken]

Op 9 december 2010 fuseerde het NIOD met het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, waarmee het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies ontstond.

Taken[bewerken]

Het NIOD deed sinds zijn oprichting onderzoek naar en publiceerde over Nederland (inclusief Nederlands-Indië) en de Tweede Wereldoorlog. De taken van het NIOD waren aanvankelijk:

  • archieven en collecties van en over de Tweede Wereldoorlog te archiveren, verzamelen en beschikbaar te stellen;
  • wetenschappelijk onderzoek uit te voeren en hierover te publiceren;
  • particulieren en overheidsinstellingen informatie te verschaffen.

Na de fusie werd het werkterrein van het NIOD verruimd en bestrijkt het de 20ste en 21ste eeuw. Centraal staat de vraag naar de uitwerking van oorlogen, de Holocaust en andere genociden op individu en samenleving. Het NIOD stelt zichzelf nu aanvullend ten taak:

  • debatten en activiteiten over oorlogsgeweld en processen die daaraan ten grondslag liggen te stimuleren en organiseren.

Kritiek[bewerken]

Het NIOD heeft in de loop van jaren heel wat kritiek te verduren gekregen en ook zijn regelmatig vraagtekens gezet bij de legitimiteit van een Nederlands of nationaal instituut ter bestudering van de geschiedenis. Een van de belangrijkste critici in de jaren zeventig van de twintigste eeuw was Jan Rogier. Ook tijdens de affaire-Aantjes kwam het instituut onder vuur te liggen toen Loe de Jong in een rechtstreeks op televisie uitgezonden persconferentie verklaarde dat CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes bewaker was geweest in strafkamp Port Natal bij Assen en bij de Waffen-SS in vreemde krijgsdienst had gezeten, wat achteraf onjuist bleek. Historicus Jan Bank betwijfelde in zijn inaugurele rede van 1983 het nut van het voortbestaan van het instituut.

Geschiedenis van het CHGS[bewerken]

Het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies werd in 2002 opgericht door de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met het NIOD. Het centrum, sinds 2010 gefuseerd met het NIOD, houdt zich bezig met wetenschappelijk onderwijs en onderzoek naar de Holocaust en andere vormen van genocide, zoals de Jodenvervolging in Nederland en de genocide in Rwanda en Bosnië. Het vormde vanaf het begin onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Huisvesting[bewerken]

Studiezaal van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (2009)

Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is gevestigd in een rijksmonument aan de Herengracht 380 te Amsterdam, oorspronkelijk tussen 1888 en 1890 gebouwd door architect Abraham Salm in opdracht van de Nederlandse tabaksplanter Jacob Nienhuys. Een studiezaal met 32 plaatsen vormt het hart van het instituut. Deze is tijdens kantooruren geopend voor onderzoekers en belangstellenden.

Publikatie[bewerken]

  • Annemieke van Bockxmeer: De oorlog verzameld. Het ontstaan van de collectie van het NIOD. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. ISBN 9789023489399

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verordening No. V 5 (113), 'Intrekking besluit tot instelling Rijksbureau Documentatie geschiedenis van Nederland in Oorlogstijd', in: Nederlandsche Staatscourant, 27 augustus 1945 (No. 55, blz. 7).