NL Octrooicentrum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

NL Octrooicentrum is een divisie van Agentschap NL van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken. NL Octrooicentrum is de octrooiverlener voor Nederland, geeft voorlichting over het octrooisysteem en behartigt de belangen van Nederland in Europese en mondiale organisaties.

Organisatie[bewerken]

Start[bewerken]

In 1893 startte het huidige NL Octrooicentrum onder de naam ‘Bureau voor den industrieelen eigendom’ als uitvoerder van de Merkenwet in Nederland.

Octrooiraad[bewerken]

De Octrooiraad werd in het leven geroepen door de Rijksoctrooiwet 1910, die in 1912 in werking trad. Aanvankelijk bestond de Octrooiraad uit een handjevol leden, voornamelijk hoogleraren en anderen die zich in de (technische) wetenschappen onderscheiden hadden.

Van Octrooiraad naar Octrooicentrum Nederland[bewerken]

Op 1 september 2004 werd de Rijksoctrooiwet 1910 ingetrokken, en daarmee de Octrooiraad opgeheven. In plaats van de Octrooiraad, dat inmiddels een zelfstandig onderdeel van het ministerie van Economische Zaken was geworden, kwam het Bureau voor de Industriële Eigendom. In maart 2005 is de naam van het Bureau voor de Industriële Eigendom gewijzigd in Octrooicentrum Nederland.

Agentschap NL[bewerken]

De uitvoeringsdiensten Octrooicentrum Nederland, EVD en SenterNovem vormen sinds 1 januari 2010 één uitvoeringsagentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie onder de naam Agentschap NL. Agentschap NL biedt klanten één aanspreekpunt voor duurzaamheid, innovatie en internationaal ondernemen. Ondernemers, kennisinstellingen en overheden kunnen bij dit agentschap terecht voor informatie, financiering, netwerken en uitvoering van wet- en regelgeving op de drie genoemde gebieden. De divisie NL Octrooicentrum is het aanspreekpunt als het gaat om verlening van – en voorlichting over octrooien.

Wetgeving[bewerken]

Rijksoctrooiwet uit 1910[bewerken]

Tussen 1912 en 1995 toetste de Octrooiraad iedere octrooiaanvraag nauwgezet aan de eisen die de Rijksoctrooiwet 1910 stelde. Om voor octrooibescherming in aanmerking te komen moest een uitvinding aan drie eisen voldoen:

  • de eis van nieuwheid betekent dat de uitvinding nergens ter wereld openbaar bekend mag zijn, ook niet door toedoen van de uitvinder/aanvrager zelf.
  • de eis van inventiviteit (uitvinderwerkzaamheid) betekent, dat men geen octrooi kan krijgen voor een idee, dat logisch voortvloeit uit de stand van de techniek. Het moet gaan om een echte 'vondst' en niet iets waar elke vakman op het desbetreffende gebied vanzelf op zou komen.
  • de eis van industriële toepasbaarheid betekent min of meer dat een uitvinding waarop octrooi aangevraagd wordt, gebouwd moet kunnen worden, toegepast moet kunnen worden en moet werken. "Industrieel toepasbaar" wil niet zeggen dat alleen hightech of alleen machines geoctrooieerd kunnen worden. Maar de uitvinding moet wel geschikt zijn om gemaakt te worden in de industrie.

Europees Octrooibureau[bewerken]

In 1973 werd het Europees Octrooiverdrag gesloten. Dit verdrag had als doel om aanvraag en verlening van Europese octrooien door het Europees Octrooibureau te regelen en octrooiverlening binnen Europa te centraliseren. In 1977 werd het Europees Octrooibureau opgericht. Sindsdien kunnen uitvinders kiezen of ze een Nederlands octrooi aanvragen of een Europees octrooi bij het Europees Octrooibureau.

Rijksoctrooiwet 1995[bewerken]

De verleningprocedure onder de Rijksoctrooiwet 1910 vormde voor veel ondernemers een (te) hoge drempel om over te gaan tot octrooibescherming. Mede onder invloed van internationale ontwikkelingen werd een nieuwe wet opgesteld: de Rijksoctrooiwet 1995. Binnen deze wet werd het mogelijk goedkoper en sneller octrooi aan te vragen, zonder het jaren durende inhoudelijke onderzoek en zonder toetsing. De Rijksoctrooiwet 1995 blijft voor octrooihouders een waardevolle aanvulling vormen op het Europese octrooisysteem. De voorwaarden (nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid) zijn nog steeds van kracht. Bij het beoordelen van de aanvraag spelen deze inhoudelijke eisen geen rol, omdat Nederland het ongetoetste octrooi kent (het zogenaamde registratieoctrooi). Dit betekent dat het octrooi altijd wordt verleend. De inhoudelijke toetsing vindt pas achteraf plaats bij de rechter als er een conflict ontstaat over het verleende octrooi. Daarbij kan NL Octrooicentrum door de rechter om advies worden gevraagd. Een aanvrager is er dus zelf verantwoordelijk voor of de uitvinding die hij met een octrooi wil beschermen aan de eisen voldoet.

Bij het nieuwe zesjarig octrooi werd geen onderzoek naar de stand der techniek gedaan. Omdat dit type octrooi naar oordeel van de gebruikers te veel rechtsonzekerheid opleverde, is per 5 juni 2008 het zesjarig octrooi komen te vervallen. Vanaf dat moment gelden octrooien voor Nederland voor maximaal twintig jaar en worden altijd met een onderzoek naar de stand van de techniek gepubliceerd. Om de codes in de onderzoeksrapportage te verduidelijken, levert NL Octrooicentrum sinds juli 2006 een extra service: de schriftelijke opinie. Deze geeft een betere uitleg van het onderzoeksrapport. Dat is zowel voor de aanvrager als voor derden waardevol. Alle partijen krijgen zo goed inzicht in de nieuwheid en inventiviteit van de aanvraag en - in een later stadium - het octrooi.

Externe links[bewerken]