Napoleon Distelmans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Napoleon Distelmans (Berchem, 18841946) was altviolist en hoogleraar aan het Antwerps Conservatorium.

Zijn vader was een arme schoenmaker met grote muzikale ambities. Hij wilde een orkest maken bestaande uit alleen zijn nakomelingen. Helaas stierf zijn zwakke vrouw bij de geboorte van zijn zesde kind, zodat hij zich moest beperken tot de formatie van een strijkkwartet.

De Antwerpsche Vlaamsche Muziekschool was net onder impuls van Peter Benoit erkend als conservatorium en daarmee de eerste instelling voor hoger onderwijs in België met het Nederlands als voertaal, toen de broers daar werden ingeschreven. Met de andere conservatorium-laureaten Emiel Dingemans, Arthur van Sintruyen en Albert Van de Vijver maakte Napoleon Distelmans deel uit van het Vlaamsch kwartet.

Nog voor de Eerste Wereldoorlog won hij de prestigieuze Prijs van Rome voor altviool, die bestond uit een studiebeurs die hij gebruikte om te studeren bij een vooraanstaande altviolist van die tijd in Londen. Vrijwel automatisch door het winnen van deze prijs werd hij docent aan het conservatorium.

De klas van Napoleon Distelmans kreeg al gauw de bijnaam 'componistenklas' omdat meerdere afgestudeerden later een loopbaan als componist verkozen boven een carrière als altviolist, waaronder Jef Maes, August Baeyens (bekend als de eerste Belgische modernist), Ernest van der Eyken en De Puysseleyr.

Distelmans combineerde zijn conservatoriumonderricht ook een tijd met een positie als altviool-solist in het Orkest van de Koninklijke Maatschappij voor Dierenkunde Antwerpen, het vaste orkest van de in 1902 opgerichte Maatschappij voor Nieuwe Muziek dat ooit componisten als Ravel, Stravinski, Mahler en Rachmaninov naar Antwerpen lokte om er hun eigen werk te komen dirigeren in de hal naast het Centraal Station. Huisdirigent was Flor Alpaerts en concertmeester viool Lodewijk De Vocht.

Tussen de wereldoorlogen was Napoleon de spil van een strijkkwartet dat hij met zijn broers vormde, alle drie bespelers van strijkinstrumenten. Het feit dat de Vlaams-nationalistische sfeer van de Antwerpse Muziekschool op sommige van zijn broers was overgeslagen en op andere niet, zou tijdens de Tweede Wereldoorlog tot een breuk leiden en het eind van het kwartet betekenen. Zijn cellospelende broer Karel, een fanatiek nationalist, liet zich nog opmerken in de jaren 1930–1940 als oprichter en muzikaal leidinggever van een zangkoor uitsluitend bestaande uit doven.