Narcisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld, Michelangelo Merisi da Caravaggio (1573–1610), olieverf op doek, 1594-1596, Galleria Nazionale d'Arte Antica, Rome

Narcisme is een term uit de psychologie. Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.

Freud[bewerken]

De term narcisme werd voor het eerst gebruikt door Sigmund Freud. Hij noemde het verschijnsel naar de figuur Narcissus uit de Griekse mythologie. Narcissus wees volgens het verhaal alle romantische avances af en werd als straf verliefd op zijn eigen spiegelbeeld.

Freud doelde met narcisme vooral op vrouwen die hun energie te veel aan zichzelf en te weinig aan anderen besteden. Verliefd zijn op jezelf, te veel eigenliefde, anderen gebruiken om jou aan je trekken te laten komen, niet een ander beminnen maar vooral zelf bemind willen worden, daar ging het volgens Freud over. Deze nadruk op eigenliefde is altijd blijven bestaan maar in de loop der jaren zijn er heel veel kenmerken bijgekomen en is het accent naar mannen verschoven.

Gevoel van eigenwaarde[bewerken]

Op het eerste gezicht heeft een narcist een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en straalt zelfvertrouwen uit. Vreemd genoeg is echter het tegendeel het geval. Narcisten hebben, meestal onderbewust, juist weinig gevoel van zelfwaarde en compenseren dit door zich als beter of belangrijker dan anderen te beschouwen. Dit wordt wel de narcistische paradox genoemd.

Om zich te beschermen tegen kritiek heeft een narcist niet veel aandacht voor de mening of de gevoelens van anderen en zo vaak een onderontwikkeld inlevingsvermogen. Het hebben van een narcistische persoonlijkheid kan daardoor een bezwaar vormen bij de uitoefening van bepaalde functies waarbij anderen dienen te worden beoordeeld.

Kernsymptomen[bewerken]

De kernsymptomen van narcisme zijn; ‘een instabiele basis’, ‘jezelf opblazen’, ‘gebrek aan wederkerigheid’ en ‘afstoten’. Deze vier symptomen vormen een vicieuze cirkel (de narcistische cirkel).

Een instabiele basis wordt gekenmerkt door wantrouwen en het niet kunnen aangaan van duurzame intieme relaties. Dit wordt veroorzaakt door een biologische kwetsbaarheid (waarbij een gebrek aan serotonine en/of te veel cortisol een rol spelen) en een jeugd waarin ouders of verzorgers zich niet goed afstemmen op de emotionele behoefte van hun kind.

Het opblazen is een zelfbeschermende poging om het basale wantrouwen niet te voelen. Het bevat kenmerken als dominantie, eigenliefde en gevoelloosheid.

Gebrek aan wederkerigheid is het gevolg van een opgeblazen houding. Daarbij passen symptomen zoals grenzen overschrijden, geen rekening met anderen houden en arrogantie.

Bij afstoten passen symptomen zoals een lage frustratietolerantie, de fout bij de ander leggen, minachten en woede.

Een narcist probeert zijn instabiele psychische basis niet te voelen door zich op te blazen. Hierdoor neemt hij veel meer ruimte in dan mensen normaal gesproken nodig hebben. Een narcist heeft hier echter geen last van omdat hij op een eenrichtingsweg leeft. Andere mensen moeten hem dienen of voor hem applaudiseren. Zo niet, dan stoot hij ze af.

Typen narcisme[bewerken]

In de literatuur is vaak sprake van verschillende typen narcisme: primair en secundair, introvert en extravert, kwetsbaar en grandioos, dikke en dunne huid, verborgen en openlijk, verlegen – arrogant - wreed, en psychopathisch – exhibitionistisch - masochistisch narcisme.

Uit wetenschappelijk onderzoek naar narcistische symptomen blijkt dat er bewijs is voor een kwetsbaar of naar binnen gekeerd type dat er van uit gaat dat hij er in het leven alleen voor staat (depressief narcisme), en een grandioos of naar buiten gericht type dat er van uit gaat dat andere mensen er zijn om te gebruiken (angstig narcisme). Een depressief narcist is solistisch, vermijdt contacten en ruimt anderen uit de weg wanneer hij vindt dat ze hem voor de voeten lopen. Een angstig narcist spant anderen voor zijn karretje, doet paniekerig wanneer ze dat niet willen en dumpt ze zodra ze er wat hem betreft niet meer hard genoeg aan trekken. Angstig en depressief narcisme kan ook gecombineerd voorkomen.

Stoornis[bewerken]

Eigenlijk heeft ieder mens wel eens een licht narcistische inslag, maar als iemands gedrag er te sterk door bepaald wordt, kunnen er problemen met de omgeving ontstaan. Dan kan er sprake zijn van een psychische aandoening, bijvoorbeeld een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Behandelen van narcisme[bewerken]

Narcisme is niet te genezen, maar wanneer een narcist iets aan zijn gedrag wil veranderen, dan kan dit wel. Vooral cognitief gedragstherapeutische technieken zijn dan geschikt. Voorbeelden zijn: schematherapie, oefeningen om de instabiele basis te hanteren, minder opgeblazen en meer wederkerig te reageren, en om anderen minder af te stoten.

Een narcistische tijd?[bewerken]

Een veel gehoorde en vaak te lezen stelling dat we tegenwoordig in een bijzonder narcistische tijd leven en dat narcisme zich als een epidemie verspreidt. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat dit niet zo is. De mate waarin mensen hoog scoren op vragenlijsten naar narcisme neemt wel toe maar dit is een patroon dat al heel lang bestaat. Niet alleen de huidige, maar ook alle vorige generaties zijn een zogenaamde ‘Generation Me’; generaties waarin mensen meer op zichzelf en minder op elkaar gericht zijn. Bovendien is de stijgende score slechts van toepassing op een aantal aspecten die ook bij narcisme voorkomen. Het gaat vooral over assertiviteit, gemakzucht, impulsiviteit en het gericht zijn op uiterlijke zaken maar niet over de meest gestoorde en agressieve kenmerken van narcisme zoals het minachten, misbruiken en afstoten van anderen.

Bronnen, noten en/of referenties