Nationale Overgangsraad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De door de Overgangsraad gebruikte vlag van het oude Koninkrijk Libië.

De Nationale Overgangsraad, afk. NOR (Tamazight: Amqim n wamur n Libya, Arabisch: المجلس الوطني الانتقالي, al-maǧlis al-waṭanī al-intiqālī, Engels: National Transitional Council, afk. NTC) is het door opstandelingen op 27 februari 2011 opgerichte politieke bewind tijdens de Opstand in Libië. De Overgangsraad streefde naar de verdrijving van kolonel Moammar al-Qadhafi als staatshoofd van Libië tegen wie zij de strijd coördineerde, en heeft zich opgeworpen als tussentijdse vertegenwoordiger van het Libische volk.

De voorzitter is Mustafa Abud al-Jeleil. Andere leden zijn onder meer Abdul Hafiz Ghoga (tot begin 2012) en Ahmed al-Senussi.

De Overgangsraad zetelde aanvankelijk in Benghazi, de tweede stad van Libië en een half jaar lang het bolwerk van de opstandelingen, maar eiste Tripoli op als hoofdstad van een ongedeeld Libië. Toen de slag om Tripoli vrijwel gewonnen was door de rebellen, had de Overgangsraad zich op 25 augustus al grotendeels naar de hoofdstad verplaatst, hoewel voorzitter al-Jeleil voorlopig nog in Benghazi bleef.[1]

Op 24 augustus 2011, de dag nadat rebellen het hoofdkwartier van Qadhafi in Tripoli hadden veroverd, maakte de NOR bekend dat er een prijs op het hoofd van de ondergedoken dictator was gezet.[2]

Erkenning [bewerken]

██ Libië

██ Staten die de NOR als enige wettige vertegenwoordiger van het Libische volk hebben erkend

██ Staten die een permanente diplomatieke vertegenwoordiger naar de NOR hebben gestuurd zonder deze formeel te erkennen

██ Staten die hebben aangegeven de NOR niet te zullen erkennen

██ Staten die geprotesteerd hebben tegen de erkenning van de NOR bij de VN

Verscheidene landen hebben de Nationale Overgangsraad erkend als de enige wettige vertegenwoordiger van het Libische volk, als gesprekspartner of anderszins blijk van erkenning gegeven. Ook zijn er landen zoals Bolivia, Cuba, Venezuela en Zimbabwe die hebben aangegeven dat ze de Nationale Overgangsraad geen erkenning zullen verlenen. Sommige staten hebben bij de VN geprotesteerd tegen de erkenning van de NOR. Algerije en China trokken hun eerdere verklaringen later in en erkenden de NOR alsnog.

Bronnen, noten en/of referenties