Nationale Raad (Oostenrijk)
De Nationale Raad (Duits: Nationalrat) is het lagerhuis van het parlement van Oostenrijk. Het hogerhuis is de Bundesrat, die de federale vertegenwoordiging vormt. Beide kamers zijn zelfstandig ingericht. In bijzondere gevallen vergaderen ze samen als de Bundesversammlung von Österreich.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, toen Oostenrijk-Hongarije uit elkaar viel, kwamen op 21 oktober 1918 de Duitstalige afgevaardigden van de Reichsrat onder voorzitter Karl Seitz als Provisorische Nationalversammlung für Deutschösterreich samen.
Zij kozen op 30 oktober een groep die zich Deutschösterreichischer Staatsrat noemde waarvan Seitz voorzitter werd en Karl Renner staatskanselier. Zij vormden de eerste regeering van de nieuwe staat. Op 12 november, nadat de laatste Habsburger keizer van Oostenrijk Karel I elk aandeel aan de staatsaangelegenheden had afgedankt, besloot de Nationalversammlung de wet over de staats- en regeringsvorm van Deutschösterreich in te stellen. In Art. 1 staat: Deutschösterreich ist eine demokratische Republik. Alle öffentlichen Gewalten werden vom Volke eingesetzt. Oostenrijk is een democratische republiek en alles wordt in opdracht van het volk gedaan.
Zich beroepend op de uitspraak van de Amerikaanse president Woodrow Wilson dat "alle volken zelfbeschikkingsrecht hebben" namen behalve afgevaardigden van de huidige Bundesländer ook afgevaardigden uit Bohemen, Moravië, Oostenrijks-Silezië en Zuid-Tirol aan de zittingen deel; Duits-Oostenrijk had de Duitstalige gebieden graag bij Duits-Oostenrijk gehouden. Later bleek de uitspraak van Wilson toch niet voor alle volken te gelden.
Op 16 februari 1919 kon alleen op het huidige grondgebied (met uitzondering van Burgenland) de eerste verkiezing plaatsvinden. Alle volwassen staatsburgers die zich in Oostenrijk bevonden mochten aan deze verkiezing deelnemen.
Door het verdrag van St. Germain moest de naam van de staat worden verkort op Oostenrijk. In 1921 was het parlement ook verantwoordelijk voor het Burgenland dat Oostenrijk van Hongarije terugkreeg. Alle andere Duitstalige gebieden gingen verloren. Vaak tegen de wil van de plaatselijke bevolking.
De Nationalrat die in 1920 de Nationalversammlung opvolgde had toen net als vandaag 183 afgevaardigden. In 1925 werd het aantal afgevaardigden op 165 gezet. De Nationalrat was in de eerste republiek het toneel van heftige strijd tussen de conservatieve regeringen en de socialistische oppositie. Toch lukte het om in 1929 de grondwet te veranderen en de bondspresident meer macht te geven.
Op 4 maart 1933 kwam het parlement in een crisis terecht. De Nationalratspräsidenten (Karl Renner, Rudolf Ramek en Sepp Straffner) hadden alle drie na elkaar hun ambt neergelegd. Voor zo een situatie bestonden er nog geen regels. Daardoor kon de zitting niet volgens de wet worden afgesloten. De toenmalige bondskanselier Engelbert Dollfuß gebruikte deze situatie om het parlement in Oostenrijk af te schaffen. Een terugkeer van de afgevaardigden liet Dollfuß door de politie verhinderen.
De bondskanselier greep naar een wet die men over het hoofd had gezien en na de Eerste Wereldoorlog niet had afgeschaft: Kriegswirtschaftliches Ermächtigungsgesetz. Hierdoor kon hij de republiek op 1 mei 1934 in een autoritaire Standestaat (Ständestaat) veranderen. Vier jaar lang regeerde de Vaterländische Front zonder parlement. Dit was het zogenaamde Austrofaschismus. Op 12 maart 1938 hield Oostenrijk als zelfstandige staat op te bestaan doordat het door de Anschluß deel werd van het Duitse rijk.
Op 25 november 1945 werden er weer verkiezingen gehouden voor de Nationalrat. In 1971 werd het aantal afgevaardigden weer naar het oorspronkelijke aantal van 183 verhoogd.
Competenties [bewerken]
De Nationale Raad beslist over eenvoudige Bondswetten met een eenvoudige meerderheid als er minimaal een derde van de afgevaardigden aanwezig is. Op dezelfde manier kan men zichzelf opheffen. Op diezelfde wijze kan men het vertrouwen in de bondsregering of in ministers opzeggen. Bij grondwetswijzigingen moet minimaal de helft van de afgevaardigden aanwezig zijn en een tweederdemeerderheid moet voor de wijziging stemmen.
Peilingen na de verkiezingen voor de Nationale Raad van 2008 [bewerken]
Direct na het aantreden van het kabinet Faymann 1 steeg de FPÖ, de protestpartij, in de peilingen. Uit peilingen bleek ook dat de meeste oostenrijkers het liefst een rechts kabinet bestaande uit ÖVP, FPÖ en BZÖ hadden gezien. Voornamelijk de SPÖ werd flink te grazen genomen, aangezien haar achterban vond dat het kabinet een te conservatieve koers voerde en te veel aan de ÖVP haar wensen voldeed. Vrijwel direct na de verkiezingen zakte de SPÖ van 29% naar 21% in de peilingen. De ÖVP stond daarna even als grootste partij in de peilingen, totdat de vele schandalen in de Rooms-Katholieke bekend werden gemaakt. Zowel de SPÖ, de FPÖ als de BZÖ profiteerden hiervan. 7 maanden lang gebeurden er vrijwel niets in de peilingen. De SPÖ stond met 35% met grote winst ruim voor in de peilingen op de ÖVP, die zich stabiel hield op 27%. De rollen werden omgedraaid en de ÖVP stond nu met 35 respectievelijk 28% voor op de SPÖ. Totdat in de media veel werd gesproken over de immigratieproblemen, waar de FPÖ goed gebruik van maakte. In oktober 2010 meldde de FPÖ zich bij de ÖVP en gingen gezamenlijk 6 maanden rond de 25% verder. De SPÖ hoefde niet te klagen, aangezien zij door de ÖVP/FPÖ-crisis een tijd bovenaan in de peilingen stond. Maar toen kreeg de SPÖ ook een tegenslag te verduren. In Japan was een groot probleem rondom de kerncentrale in Fukushima, wat ervoor zorgde dat de SPÖ de procenten die zij voorlag op de ÖVP en de FPÖ weggaf aan Die Grünen. De drie partijen stonden ongeveer gelijk in de peilingen. Maar voor de 2 rechtse partijen kwam er een probleem bij, de opkomst van de aan de FPÖ verwante BZÖ, die een gematigdere koers voer en op die manier ook kiezers bij de ÖVP vandaan lokte. Maar dat probleem wist de FPÖ direct neer te slaan door veel uitspraken in de media te doen over in hun ogen de grote immigratieproblemen. De ÖVP wist er geen raad mee en zakte verder weg in de peilingen, wat er mogelijk voor kon zorgen dat de huidige coalitie van SPÖ en ÖVP haar meerderheid verliest, iets wat nog nooit voorgekomen is. Volgens FPÖ-leider Strache wordt het een strijd tussen bondskanselier Faymann(SPÖ) en FPÖ leider Strache(FPÖ). De ÖVP blijkt voorlopig afgeschreven, waar nog een andere reden voor is. ÖVP leider Pröll is afgetreden wegens gezondheidsproblemen. Minister van Buitenlandse Zaken, Michael Spindelegger, moet de ÖVP er weer bovenop helpen door een rechtsere koers te gaan varen. Een voorbeeld hiervan zijn de recent ingevoerde strengere immigratieregels aan de hand van een puntensysteem. Maar voorlopig heeft die rechtsere koers maar voor een herstel van 3% gezorgd en staat nu met 24% achter op de FPÖ en de SPÖ die op 27% respectievelijk 28% staan.
Zetelverdeling [bewerken]
De zetelverdeling na de verkiezingen in Oostenrijk van 28 september 2008:
|
- 1 Één zetel van de SPÖ gaat op basis van een alliantie met het Liberale Forum aan hen.
- 2 Op 4. April 2005 kwam er door een scheuring in de FPÖ een nieuwe partij Bündnis Zukunft Österreich (BZÖ). Het grootste deel van de FPÖ afgevaardigden stapte naar het BZÖ over. De afgevaardigden van beide partijen vormden echter verder samen één fraktie.
Uitslagen van de verkiezingen voor de Nationale Raad na 1945 [bewerken]
Percentage en het aantal zetels
| Jaar | SPÖ | ÖVP | Die Grünen1 | FPÖ2 | BZÖ3 | LiF4 | KPÖ5 | Rest | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1945 | 44,6 | 76 | 49,8 | 85 | 5,4 | 4 | 0,2 | 0 | ||||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1949 | 38,7 | 67 | 44,0 | 77 | 11,7 | 16 | 5,1 | 5 | 0,5 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1953 | 42,1 | 73 | 41,3 | 74 | 10,9 | 14 | 5,3 | 4 | 0,4 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1956 | 43,0 | 74 | 46,0 | 82 | 6,5 | 6 | 4,4 | 3 | 0,1 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1959 | 44,8 | 78 | 44,2 | 79 | 7,7 | 8 | 3,3 | 0 | 0,1 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1962 | 44,0 | 76 | 45,4 | 81 | 7,0 | 8 | 3,0 | 0 | 0,5 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1966 | 42,6 | 74 | 48,4 | 85 | 5,4 | 6 | 0,4 | 0 | 3,3 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1970 | 48,4 | 81 | 44,7 | 78 | 5,5 | 6 | 1,0 | 0 | 0,4 | 0 | ||||||
| Verhoging naar 183 zetels | ||||||||||||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1971 | 50,0 | 93 | 43,1 | 80 | 5,5 | 10 | 1,4 | 0 | 0,0 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1975 | 50,4 | 93 | 42,9 | 80 | 5,4 | 10 | 1,2 | 0 | 0,0 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1979 | 51,0 | 95 | 41,9 | 77 | 6,1 | 11 | 1,0 | 0 | 0,0 | 0 | ||||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1983 | 47,6 | 90 | 43,2 | 81 | 3,4 | 0 | 5,0 | 12 | 0,7 | 0 | 0,1 | 0 | ||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1986 | 43,1 | 80 | 41,3 | 77 | 4,8 | 8 | 9,7 | 18 | 0,7 | 0 | 0,3 | 0 | ||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1990 | 42,8 | 80 | 32,1 | 60 | 4,8 | 10 | 16,6 | 33 | 0,6 | 0 | 3,3 | 0 | ||||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1994 | 34,9 | 65 | 27,7 | 52 | 7,3 | 13 | 22,5 | 42 | 6,0 | 11 | 0,3 | 0 | 1,4 | 0 | ||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1995 | 38,1 | 71 | 28,3 | 52 | 4,8 | 9 | 22,0 | 41 | 5,5 | 10 | 0,3 | 0 | 1,1 | 0 | ||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 1999 | 33,2 | 65 | 26,9 | 52 | 7,4 | 14 | 26,9 | 52 | 3,7 | 0 | 0,5 | 0 | 1,5 | 0 | ||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 2002 | 36,5 | 69 | 42,3 | 79 | 9,5 | 17 | 10,0 | 18 | 1,0 | 0 | 0,6 | 0 | 0,2 | 0 | ||
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 2006 | 35,3 | 67 | 34,3 | 66 | 11,0 | 21 | 11,0 | 21 | 4,1 | 7 | 1 | 1,0 | 0 | 3,3 | 0 | |
| Oostenrijkse parlementsverkiezingen 2008 | 29,7 | 58 | 25,6 | 50 | 9,8 | 19 | 18,0 | 35 | 11,0 | 21 | 0,8 | 0 | 0 | |||
- 1 1983 ALÖ (Alternative Liste Österreichs, 1,4%) en VGÖ (Vereinte Grüne Österreichs, 1,9%)
- 2 1949 en 1953 als VdU (Wahlpartei der Unabhängigen (WdU))
- 3 Het BZÖ kwam in 2005 als afsplitsing uit de FPÖ voort. 2006 deed men voor het eerst aan de verkiezingen mee an
- 4 Het Liberale Forum had in 2006 geen eigen lijst maar kon door een verbintenis met de SPÖ een afgevaardigde in het parlement sturen
- 5 1953 VO (Wahlgemeinschaft Österreichische Volksopposition) 1956 - 1966 KuL/KLS (Kommunisten und Linkssozialisten)