Nationalistische geschiedschrijving
Nationalistische geschiedschrijving onderscheidt zich van nationale geschiedschrijving doordat het een oorsprong zoekt in een ver mythisch verleden en de ontwikkelingen daarna herschrijft met de huidige staat als onontkoombaar eindpunt. Deze teleologische geschiedschrijving had zijn hoogtepunt in het Europa van de negentiende eeuw toen veel van de moderne staten zich vormden, maar is ook tegenwoordig nog veelvuldig terug te vinden in populaire media en als rechtvaardiging voor nationalistische politici. Hoewel het hoogtepunt in de negentiende eeuw lag, vond het al plaats onder de Romeinen. Ook veel vorsten, hertogen en graven lieten een geschiedenis schrijven die teleologisch van aard was.
De overgang van nationale naar nationalistische geschiedschrijving is geen scherpe grens en ook de eerste vorm is in veel gevallen gebaseerd op etnocentrisme. Waar echter nationale geschiedschrijving vaak zoekt naar verbindende elementen, legt de nationalistische vorm vaak de nadruk op verschillen en wordt de invloed van onder meer vrouwen en minderheden geminimaliseerd.
Het beginpunt van de nationalistische geschiedschrijving is arbitrair en wordt gekozen aan de hand van het gewenste eindpunt. Zo baseerden de Serviërs de claim op hun gebied op een heerschappij van de elfde tot de vijftiende eeuw, terwijl de Albanezen beweerden afstammelingen te zijn van de Illyriërs. Van de daaropvolgende ontwikkelingen wordt vervolgens een veel stabieler en statischer beeld geschetst dan er in werkelijkheid met de vele migratiebewegingen is geweest.
Het nationalisme van de negentiende eeuw is van grote invloed geweest op de moderne vorm van geschiedschrijving. Volgens Lucassen:
Geary schrijft hierover in The myth of nations:
Nationalisme is daarmee in veel gevallen wel succesvol geweest om staten een identiteit te geven, ook met behulp van uitgevonden tradities, maar een goed begrip van wat er werkelijk is gebeurd, is hiermee vertroebeld. Daarnaast wordt dezelfde methodiek gebruikt voor regio's binnen bestaande landen, of juist grensoverschrijdende gebieden, wat juist een verzwakking van de bestaande staten zou kunnen betekenen.
Als men al buiten de landsgrenzen wist te kijken, dan kwam men vaak nog tot een eurocentristisch beeld, versterkt door het grote Europese overwicht op economisch, politiek, militair en ideologisch gebied tijdens de negentiende eeuw. Pas na de Tweede Wereldoorlog en het verminderde belang van het westen ontstond een beweging om globale verbanden en patronen te onderzoeken in de wereldgeschiedenis.
Literatuur [bewerken]
- Boone, M. (2007): Historici en hun métier: een inleiding tot de historische kritiek, Academia Press,
- Dhoest, A. (2004): De verbeelde gemeenschap: 50 jaar Vlaamse tv-fictie en de constructie van een nationale identiteit, Leuven University Press,
- Geary, P.J. (2002): The myth of nations: the medieval origins of Europe, Princeton University Press,
- Stradling, R. (2001): Teaching 20th-century European history, Volume 2, Council of Europe,