Naturalisme (literatuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip naturalisme verwijst in de literatuurwetenschap naar een literaire stroming die permanent aanwezig was in de periode 1850-1900 en vooral tot uiting kwam in het proza en het drama. Deze stroming was een uitvloeisel (of volgens sommigen: onderdeel) van het literaire realisme en wordt gezien als een rechtstreekse tegenreactie op de romantiek.

Naturalisme, romantiek en realisme[bewerken]

Grote verschillen tussen de toenmalige romantische tendens enerzijds en het realisme en naturalisme anderzijds zijn de thematiek, weergave en benadering.

Terwijl de romantische kunstenaar vaak het idealistische, bovennatuurlijke en fantastische behandelt, richten de realisten en naturalisten zich op het alledaagse. In de romantiek staan de held en de kunstenaar centraal, bij het realisme en naturalisme wordt dat de man in de straat, de arbeider. Het naturalisme gaat met deze “vervloersing” nog verder, en stelt soms ook de prostituee of de zieke centraal. De romanticus uit zijn ongenoegen met de werkelijkheid door deze te ontlopen, vlucht in het fantastische en verhevene en verheerlijkt het. De realist stapt van deze verheerlijking af, en keert zich naar de realiteit. De naturalist, op zijn beurt, toont zijn ongenoegen met de maatschappelijke toestanden. In het naturalisme is niets terug te vinden van de idealen van de romantiek. Het blijkt deze soms zelfs aan te klagen.

Het centrum van het naturalistisch kunstwerk is het personage in zijn milieu. Dit personage is zwak en vaak ziek, verveeld, somber, decadent. De naturalistische kunstenaar behandelt vaak de ontnuchtering, teleurstelling en ondergang van dit personage, alsmede de kwalijke gevolgen daarvan op zijn omgeving. Terwijl dit in het realisme zou gebeuren als een vlakke weergave, staat het naturalisme ook voor een wetenschappelijke onderbouw en studie. De romantische kunstenaar wordt geprofileerd als een geniale poeta vates, de realistische als een objectieve poeta faber. De naturalist beschouwt zichzelf als een wetenschapper-vorser.

Terwijl in de romantische literatuur het goede het opnam tegen het slechte, en deze respectievelijk beloond en bestraft werden, valt deze tegenstelling en duidelijkheid weg in de naturalistische. Het wereldbeeld gaat van zwart-wit naar (donker)grijs.

Invloeden van buiten de kunst[bewerken]

Het naturalisme is duidelijk meer van buiten de kunst beïnvloed dan het realisme. Bij het realisme is een artistiek engagement terug te vinden, bij het naturalisme ook een wetenschappelijk-filosofische en een politieke.

Van groot belang voor het ontstaan en de ontwikkeling van het naturalisme is het darwinisme, dat de kop opstak na de uitgave van Charles Darwins The Origin of Species in 1859. Het versterkte de mening van de naturalisten dat de persoonlijkheid een schepping is, een speelbal zelfs, van erfelijkheid (genen) en omgeving.

Evenzeer, en voor de Franse naturalisten zelfs in grotere maten, van invloed was de leer van het sociaal positivisme en de toepassing daarvan op de literatuurwetenschap van Hippolyte Taine: niet het genie van de kunstenaar is de grootst scheppende kracht achter een kunstwerk, daar deze onderhevig zijn aan de componenten "race, milieu et moment" (culturele groep, omgeving en tijd, vergelijkbaar met de genius seculi).

Charles Augustin Sainte-Beuve, een Frans literair criticus, bracht de auteurs theorieën bij die vergelijkbaar zijn met die van Taine. Ook Sainte-Beuve beweerde dat het werk van een kunstenaar niet losgekoppeld mag worden van enkele bepalende factoren, zoals biologisch-sociaal milieu, godsdienst en geboortestreek, maar geloofde niet - in tegenstelling tot Sainte-Beuve - in een “overheersende eigenschap”. Filosoof en socioloog Auguste Comte bracht de naturalisten in contact met het wetenschappelijk positivisme, dat inhield dat een nieuwe en verbeterde wetenschap over de samenleving zou leiden tot maatschappelijke verbetering, door middel van orde en vooruitgang.

Filosofisch had het naturalisme vooral sombere invloeden:

  • pessimisme: de werkelijkheid en het leven brengen onvermijdelijk en voornamelijk ongeluk en ellende voort.
  • determinisme: de mens speelt een ondergeschikte rol in zijn eigen lot, dat van buitenaf bepaald wordt.
  • fatalisme: het noodlot is onvermijdelijk en voorbeschikt.

De ontwikkeling van het naturalisme hangt deels - en niet toevallig - samen met die van het socialisme (het eerste deel van Marx' Das Kapital verscheen in 1867 en Het communistisch manifest in 1848). De naturalist toonde zijn engagement door sociale wantoestanden en de zere plekken van de samenleving bloot te leggen door middel van thema’s als prostitutie, decadentie, armoede en racisme, maar evenzeer materialisme en industrialisering. Naturalisten kiezen in hun werk vaak de kant van de kleine man, tegen de bourgeoisie, waardoor ze een soort van waakhondfunctie vervullen, ook al zagen ze zichzelf als objectieve wetenschappers.

Émile Zola, één van de belangrijkste figuren uit het Frans naturalisme, sprak dan ook van “le roman expérimental”. Hij was van mening dat de kunstenaar een wetenschapper moest worden, die een objectieve analyse van de mens gaf. Voor hem bestond de naturalistische techniek er uit een temperament in een milieu te plaatsen (het opstellen van condities), en vervolgens te registreren wat er gebeurt volgens deterministische regels.

Belangrijke werken die - vooral de Franse - naturalisten hebben beïnvloed, waren Introduction à la médicine expérimentale (1865) van psycholoog Claude Bernard en Hérédité naturelle (1847) van Dr. Lucas.

Naturalisme in Frankrijk[bewerken]

Het naturalisme vond zijn oorsprong in Frankrijk, waar het uit een jonge traditie van het realisme voortvloeide. Gustave Flaubert, een realistische schrijver, gaf de aanzet met zijn in 1857 verschenen roman Madame Bovary, waarin hij een zekere wetenschappelijkheid toevoegde aan zijn realistische objectiviteit, maar toch duidelijk de burgerij, industrialisering en verstedelijking bekritiseerde. Ook Alphonse Daudet viel op doordat hij afweek van het zuiver realisme, maar kan -in tegenstelling tot Flaubert- wel als naturalist pur sang gezien worden. Zijn scientistische pretenties waren minder nadrukkelijk dan bij andere naturalisten, echter toch zijn ze aanwezig. Zo droeg hij het feuilleton L’Évangéliste, dat vanaf 1882 in Le Figaro verscheen, op aan neuroloog Jean-Martin Charcot. In zijn oeuvre vindt men naast naturalistische kenmerken (ironie, Provençaalse charme, sympathie voor de kleine, falende burger) ook al tekenen van een vroeg impressionisme.

De broers Edmond en Jules de Goncourt droegen ook bij tot het naturalisme door hun blootleggen van het onbekend-psychologische achter hun personages en maakten een zestal romans in collaboratie. Hun zin voor nuance kwam voort uit hun voormalig beroep als schilder-illustrator.

De meest uitgesproken exponent van het naturalisme was Émile Zola, die de Europese decadentie ontleedde in alle waarheidsgetrouwheid. Soms wordt Zola nog tot de laat-romantici gerekend door zijn projectie van zijn verhalen tegen een achtergrond van lotsverbetering. De figuren in zijn romans zijn niet enkel de kunstenaar en priester, maar ook de dokter, mijnwerker, prostituee en dronkenman. De wetenschappelijke invloed in zijn werk kwam van Bernard, Lucas en vooral Taine.

Ook Guy de Maupassant herleidde zijn personages tot een stuk elementaire natuur, slaafs aan intuïtieve krachten en emoties, en kenmerkte zijn werk door een anti-metafysisch en aromantisch objectivisme.

Naturalisme in Nederland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Nederlandse literatuur

In navolging van Frankrijk bestaat ook in Nederland ongenoegen over de romantisch-idealistische roman. In 1880 schrijft Marcellus Emants: "overal zijn de leesbibliotheken nog vol van gefabriekte verhaaltjes met interessante intriges, poëtisch-optimistische aflopen, en helden, wier aderen met deugd in plaats van bloed zijn gevuld". In deze ontevredenheid propagandeert Frans Netscher het (tot dan toe Franse) naturalisme. In zijn essay Wat wil het naturalisme komt hij voor deze stroming op, de nadruk leggend op de nieuwe, wetenschappelijke pretenties van de stroming. Lodewijk van Deyssel zou echter fel op Netschers schrijfsel reageren in zijn kritiek Over Literatuur uit 1886. Daarin merkt hij op dat Netscher met Wat wil het naturalisme een compilatie van citaten van Zola heeft geschreven, en doet de uitspraak "Zola is een kip, die achter de Hollandsche duinen het ei Netscher is komen leggen".

Voor Van Deyssel is niet het wetenschappelijke aspect doorslaggevend voor het naturalisme, maar het werken naar de natuur toe. Hij acht tevens de kunst nog altijd belangrijker dan de wetenschap. Ook levert hij kritiek op een klakkeloos overnemen van het Franse naturalisme door Nederlandse auteurs, die volgens hem een nieuwe, eigen - en dus Nederlandse - kunstrichting naar voren moeten brengen. Hij spreekt van "sensitivisme" als Nederlandse tegenhanger voor het Franse naturalisme.

Hoewel het debat rond het naturalisme al jaren bezig was, gaat de stroming pas in 1888 echt van start in Nederland. In dat jaar verschijnt zowel Een liefde van Van Deyssel als Juffrouw Lina van Emants. Tussen 17 juni en 4 december verschijnt in Het Vaderland bovendien de eerste roman van Louis Couperus in feuilletonvorm: Eline Vere. Van Deyssels Een liefde valt meteen op door zijn stijlbreuk middenin het verhaal: het eerste deel is typisch wetenschappelijk-naturalistisch, maar in het tweede deel komt zijn sensitivisme naar voren. Van Deyssel zelf spreekt over het tweede deel als een uiting van impressionisme.

Ondanks Van Deyssels oproep tot het creëren van een typisch Nederlandse stroming, staan de auteurs toch duidelijk nog onder de Franse invloed, en zijn het - zoals Zola het zegt - "anatomen die een temperament blootleggen". Wel typisch voor het Nederlandse naturalisme is de traditie van écriture artiste, die bij Van Deyssel begint en sterk tot uiting komt in het oeuvre van Israël Querido en Arnold Aletrino, maar ook weer terug te trekken valt tot de schrijfstijl van Edmond en Jules de Goncourt. Door het schone taalgebruik wilde Van Deyssel bijdragen tot de wereldliteratuur, maar dit had tot gevolg dat deze schrijfstijl een modeverschijnsel werd. De enige Nederlandse schrijver die met zijn nuchtere schrijfstijl en alledaagse woordkeus duidelijk niet beïnvloed werd door de bellettrie is Paul Adriaan Daum, vermoedelijk doordat hij zich gevestigd had in Nederlands-Indië, ver van de literaire kringen in Nederland.

Na Noodlot uit 1890, zijn tweede (naturalistische) roman, stapt Couperus van het naturalisme af, en begint in zijn schrijven meer naar het decadentisme te neigen. Ook Van Deyssel, jarenlang voorvechter van de stroming, verlaat deze. Van de drie grootste Nederlandse naturalistische auteurs (Van Deyssel, Couperus en Emants) blijft enkel Emants schrijven in de stijl.

Opvallend is dat de drie hoofdpersonages uit de eerste naturalistische romans van 1888 van hetzelfde type zijn: zowel Eline Vere, Juffrouw Lina als Mathilde (uit Een liefde) zijn nerveuze dames. De drie schrijvers waren er dan ook van overtuigd dat hun publiek voornamelijk uit vrouwen bestaat. Oorzaak van de nerveuze dame als protagonist zijn de opkomst van de psychoanalyse en hun interessante karakter voor de auteur als wetenschapper: overgevoelige personen zijn makkelijker als object te ontleden. Ook al is dit een typisch naturalistisch (en daardoor anti-romantisch) fenomeen, de nerveuze personages streven stuk voor stuk naar romantische idealen, maar door hun falen en ontnuchtering kan dit worden gezien als tegenreactie. Ook het idee van determinisme staat centraal; het handelen van de personages is het resultaat van de omstandigheden waarin ze verkeren, ze zijn er niet zelf schuldig aan.

Nog een ander belangrijk kenmerk van met name de Nederlandse naturalistische roman is de afkeer van de bourgeoisie

De Nederlandse naturalistische romans besteden verder ook aandacht aan seksualiteit, vaak in de vorm van zelfbevrediging of homoseksualiteit of het bezoek aan een bordeel. De aandacht hoeft niet gezien te worden als een poging tot emancipatie, maar is bedoeld als uiting van degeneratie in de maatschappij.

De roman Van de koele meren des doods uit 1900 van Frederik van Eeden is vaak ingedeeld bij het naturalisme, maar is daarop in feite een reactie. Tegenover de als onvermijdelijk beschouwde noodlottige afloop wilde Van Eeden een positiever alternatief tonen. Zijn hoofdpersonage Hedwig Marga de Fontayne is een nerveuze dame zoals hierboven geschetst, maar weet uiteindelijk wel haar door erfelijkheid en milieu bepaalde karaktereigenschappen te overwinnen, dankzij de hulp van de psychoanalyse - die hier dus niet beperkt blijft tot een wetenschappelijk observerende rol - en de kracht van de religie.

Naturalisme in België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Vlaamse literatuur

De eerste Vlaamse naturalistische roman is De biezenstekker van Cyriel Buysse, die in 1890 in het juninummer van De Nieuwe Gids opgenomen wordt. In Nederland was men al vertrouwd met deze stroming, echter niet met het Vlaamse element. Het werd op gemengde kritieken onthaald. In Vlaanderen zelf was de kritiek eenduidig negatief en reageerde men met afschuw en het verwijt dat Buysse zijn volk belasterde, in plaats van het te verheffen.

Buysse was echter geen typische naturalist: de wantoestanden werden in zijn schrijven expliciet bekritiseerd, daar hij (net zoals Van Deyssel in Nederland) wantrouwig stond tegenover het wetenschappelijk-experimentele karakter van de naturalistische roman. Nog altijd overheersen determinisme en fatalisme, maar deze keer gepaard met engagement. Ook gaat Buysse niet volledig akkoord met het naturalistische principe dat karakter bepaald wordt door erfelijkheid.

Een tweede Vlaamse schrijver die van belang is voor het naturalisme was Stijn Streuvels. In zijn werk registreerde hij het noodlot van onschuldige slachtoffers, maar vanwege hun kosmische natuurbeleving en Streuvels’ subjectiviteit worden zijn romans soms toch gerekend onder de romantische traditie.

Naturalisme elders[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Duitse literatuur, Russische literatuur

In Duitsland was vooral Theodor Fontane van belang voor het naturalisme, vaak beschouwd als eerste moderne Europese auteur. Zijn nieuwe psychologische romantechniek, met ook voor het sociale, stimuleerde de Duitse literatuur, en was van grote invloed op Thomas Mann en Hermann Hesse. Als realist, en schatplichtig aan Zola, registreerde hij vanuit liberaal perspectief en met ironie de vernieuwe Berlijnse samenleving.

In Scandinavië waren de Noor Henrik Ibsen en de Zweed August Strindberg de voornaamste auteurs van de stroming. Ibsen, beïnvloed door Kierkegaard en Nietzsche, maar evenzeer door Taine en Darwin, pleitte voor de individuele zelfverwezenlijking tegen traditionele conventies in, waarmee hij het realisme en naturalisme oversteeg. Toch wordt hij nog steeds beschouwd als Noors kopstuk van het naturalisme. Ook Strindberg valt te classificeren onder het naturalisme terwijl hij het eveneens oversteeg. Naturalistische elementen zoals erfelijkheid, milieu, opvoeding en toevalligheid komen aan bod, maar dat is ook het geval voor het occultisme en mysticisme, twee meer romantisch-idealistische elementen.

In Rusland was vooral Dostojevski een belangrijk figuur.

Naturalistisch theater[bewerken]

Iets later dan de naturalistische roman, ontwikkelde zich het naturalistische theater. Hierin werd getracht de perfecte illusie van de realiteit weer te geven door dramatische en theatrale strategieën: gedetailleerd en driedimensionaal decor, prozaïsche en alledaagse dialogen, afwezigheid van fantastische (bovennatuurlijke) of exotische elementen, krachten en locaties, en de aandacht voor sociale achtergrond. Vooral in Frankrijk, Duitsland, Rusland en Scandinavië werd er geëxperimenteerd met naturalistisch theater.

Einde en nalatenschap[bewerken]

Ondanks de geschikte tijdsgebonden omkadering was het naturalisme slechts in zeer beperkte kringen succesvol. Het grote publiek zwoer nog altijd bij idealistische en verheffende romans, en rekende af met het naturalisme omdat het te grof, te ruw en te pijnlijk was. Mogelijk door het uitblijven van succes, maar zeker doordat ze uitgekeken waren op de technieken, verlieten veel schrijvers het naturalisme tegen het einde van de negentiende eeuw. Al in 1891 kondigde Van Deyssel de dood van het naturalisme aan.

Deze twee oorzaken zouden uiteindelijk zorgen voor het uitdoven van de stroming. Het naturalisme werd echter niet verdrongen door een andere stroming, een "isme", zoals het realisme/naturalisme de romantiek verdrong, maar opgevolgd door een groep verschillende moderne stijlen, zoals het symbolisme en de neoromantiek. Tegenwoordig gaat men er soms van uit dat het naturalisme gezien kan worden als de eerste moderne stroming, daar deze de definitieve breuk betekende met het romantisch-idealistische.

Het naturalisme was van groot belang voor de ontwikkeling van de psychologische roman, het fatalisme zal terugkeren in de naoorlogse existentialistische literatuur en de geëngageerde emancipatieroman. Ook de moderne bellettrie is deels schatplichtig aan deze stroming. De invloed van de licht- en kleurrijke beschrijvingen in de naturalistische roman is ook duidelijk terug te vinden onder het impressionisme, het sciëntistische in de post-impressionistische tendensen.

Er is echter geen verband tussen het naturalisme van de negentiende eeuw en de muziekstroming naturalismo of freakfolk in de eenentwintigste eeuw.

Kenmerken naturalistische literatuur[bewerken]

  • seculier wereldbeeld
  • nerveuze, zwakke en/of zieke protagonist
  • natuurlijke dialogen tegenover neologismen in de vertelling
  • taboedoorbrekende seksualiteit
  • ontnuchtering van personages
  • oog voor de kleine man
  • aandacht voor sociale omgeving
  • onbeoordelende verteller, die een objectieve houding aanneemt ten aanzien van de hoofdpersonen
  • veelvuldig gebruik van de vrije indirecte rede
  • sociale misstanden
  • afwezigheid metafysische of symbolische elementen
  • haast wetenschappelijke weergave onderliggende elementen
  • weergave geloofwaardige realiteit
  • veel aandacht voor determinisme en zaken als erfelijke bepaaldheid

Émile Zola vatte in een opstel over Gustave Flaubert de kenmerken van de naturalistische roman (waarvan hij Madame Bovary als het prototype zag) in drie hoofdpunten samen:

  • Een getrouwe weergave van het leven, met geordende scènes en zonder romantische elementen of een te gekunstelde plot.
  • De protagonist(en) mag/mogen geen bovenmenselijke proporties bezitten, maar is gelijk aan de alledaagse mens
  • De schrijver zelf probeert volledig te verdwijnen achter de door hem vertelde gebeurtenissen.

Belangrijke figuren[bewerken]

Beïnvloedende wetenschappers[bewerken]

Franse auteurs[bewerken]

Nederlandse auteurs[bewerken]

Vlaamse auteurs[bewerken]

Duitse auteurs[bewerken]

Amerikaanse auteurs[bewerken]

Theatermakers[bewerken]

Beeldende kunstenaars[bewerken]

Tijdschriften[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]