Natuurschoon
Natuurschoon is de term die natuurbeschermers en anderen in Nederland in het begin van de 20e gebruikten om waardevolle natuur aan te duiden.
Nu, anno 2010, zouden we zeggen dat het ging om gebieden met een hoge landschappelijke waarde of een hoge biodiversiteit. Het was zeker niet zo dat alleen esthetiek telde. Een deel van die waardevol geachte gebieden was als landgoed in bezit van particulieren. Deze terreinen bestonden veelal uit bossen, soms uit heide en water en vaak ook uit landbouwgronden.
Bij gebrek aan wettelijke beschermingsmiddelen werd naar andere middelen gezocht om natuurschoon te handhaven. Daarom werd in 1928 in Nederland de Natuurschoonwet 1928 ingevoerd, die onder voorwaarden belastingfaciliteiten ging bieden voor landgoedeigenaren.