Natuurvolk
De benaming natuurvolk verwijst naar volken die geïsoleerd van de geïndustrialiseerde beschaving leven in een niet- of nauwelijks veranderde natuurlijke omgeving en deze bijna volledig vrij van technologie gebruiken. Hierbij gaat het meestal om kleine inheemse volken in afgelegen delen van de wereld, zoals in de savannes van Afrika of in de regenwouden van Zuid-Amerikaans Amazonië of Nieuw-Guinea. Veel van deze volken worden door het doordringen van de "beschaving" bedreigd in hun eigen cultuur of zelfs in hun bestaan. Ze worden hierdoor meer en meer gedwongen zich aan te passen aan de moderne wereld of worden verdrongen of zelfs weggejaagd of gedood. De traditionele term primitieve volkeren is in onbruik geraakt wegens de connotatie (cultureel) 'minderwaardig'.
[bewerken] Kritiek
Het begrip 'natuurvolk' duidt niet slechts op de nabijheid van de natuur in de levenswijze van een gemeenschap, maar zet dergelijke gemeenschappen - meestal impliciet - tegenover het begrip cultuur. Hierdoor wordt 'natuurvolk' enerzijds een meetbaar begrip, aangezien deze cultuur als oorspronkelijker en minder ontwikkeld wordt beschreven, en anderzijds een romantiserend begrip (in volledige harmonie met de natuur levende mensen).
Het is echter een misvatting te denken dat alle natuurvolkeren in harmonie met de natuur leefden, zoals de fatale ontbossing van het Paaseiland door een Steentijd-stam schrijnend illustreert.
Daarnaast ligt aan het begrip 'natuurvolk' een conserverend uitgangspunt ten grondslag, die het bewaren van de oorspronkelijke levenswijze als een doel ziet bij het geven van hulp, waar anderen andere begrippen als mensenrechten en het beëindigen van achterstanden op het gebied van economie en politiek meer op de voorgrond stellen.
Verwante begrippen zijn edele wilde en tribalisme.