Nederfrankisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederfrankisch
Nederlands dialect
Het Nederfrankisch in kaart gebracht
Het Nederfrankisch in kaart gebracht
Gesproken in Nederland (incl. Aruba, Curaçao en Sint Maarten), België (Vlaanderen, Brussel en Waalse faciliteitengemeenten), Frankrijk (Frans-Vlaanderen), Duitsland (in het Land van Kleef en in Nederrijn), Suriname, Zuid-Afrika en Namibië
Aantal sprekers 45 miljoen (30 miljoen als moedertaal)
Portaal  Portaalicoon   Taal
Nederlands

Nederfrankisch is de verzamelnaam voor een aantal West-Germaanse talen en taalvariëteiten, waar onder meer het Zeeuws, Hollands, Vlaams, Brabants, Limburgs (gedeeltelijk) en het op deze variëteiten gebaseerde Standaardnederlands onder vallen. Nederfrankische talen en dialecten worden vooral gesproken in het zuiden en westen van Nederland, in Vlaanderen en in het westen van Duitsland: diverse Nederfrankische dialecten worden daar nog gesproken in noordelijk Rijnland, namelijk in de regio Nederrijn, globaal ten noorden van de lijn Aken-Düsseldorf. Voorts moet ook het in Zuid-Afrika gesproken Afrikaans tot het Nederfrankisch gerekend worden.

Kenmerkend voor alle Nederfrankische taalvormen is dat ze niet hebben meegedaan aan de Hoogduitse klankverschuiving, evenmin als de Nederduitse. Nederfrankisch wordt daardoor onderscheiden van Middelfrankisch respectievelijk Hoogfrankisch.

Classificatie[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Nederfrankisch taalgebied
Brussel was wel van oudsher Nederlandstalig, maar het is al veel langer tweetalig dan Frans-Vlaanderen.
Nuvola single chevron right.svg zie ook Geschiedenis van het Nederlands

De oudste fase van het Nederfrankisch wordt Oudnederfrankisch of - enigszins misleidend - het Oudnederlands genoemd. De daaropvolgende heet Middelnederlands, soms ook aangeduid als Diets. Uit deze zelfde dialectgroep hebben zich het Nieuwnederlands (16e en 17e eeuw) en het Afrikaans en nog later het Standaardnederlands ontwikkeld.

Dialecten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg zie ook Minderheidstaal

De Nederfrankische dialecten staan onder druk van de taal die in hetzelfde spraakgebied als officiële taal dienst doen en tegelijkertijd nauw verwante talen zijn, de zogeheten daktaal. In Nederland is deze daktaal het Standaardnederlands, dat zelf van oorsprong een Nederfrankische taalvariëteit is. Het aantal sprekers van andere Nederfrankische taalvormen zoals het Zeeuws - dat volgens sommige taalkundigen een streektaal is - is hierdoor gaandeweg sterk teruggelopen.[bron?].

Overgangsgebieden[bewerken]

In het zuidwesten loopt het Nederfrankische taalgebied door tot aan het uiterst noordelijke punt van Frankrijk (bij Duinkerke), waar Frans-Vlaams gesproken wordt. In Duitsland loopt het Nederfrankische taalgebied tot aan het noordwestelijke deel van Rijnland. In Duitsland en Nederland vormt de eenheids-pluralislijn de isoglosse tussen de Nederfrankische dialecten ten westen van deze isoglosse en de Nedersaksische dialecten - zoals het Westfaals - ten oosten ervan. De Benrather Linie geldt als zuidelijke grenslijn van het Nederfrankisch hoewel Ripuarische invloeden zich over deze grens naar het noorden in het Nederfrankisch uitstrekken.

Veluwe[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Veluws voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de vroege literatuur werd het Veluws nog ingedeeld bij het Nederfrankisch, tegenwoordig wordt dit bij de Nedersaksische dialecten gerekend.


Noordelijk Rijnland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kleverlands en Oostbergisch voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Het noordelijke Rijnland wordt als overgangsgebied gezien tussen de Nederlandse (Nederfrankische) en Duitse (Hoogduitse) dialecten. Het Kleverlands en Oostbergisch in Duitsland kunnen echter ook tot het Nederfrankisch gerekend worden.

Zuid-Nederfrankisch[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Zuid-Nederfrankisch en Limburgs voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Het Zuid-Nederfrankisch - waartoe onder meer het Limburgs behoort - wordt tegenwoordig als Nederfrankisch beschouwd, hoewel het anders dan andere Nederfrankische taalvormen wel gedeeltelijk aan de Hoogduitse klankverschuiving heeft meegedaan. Het Zuid-Nederfrankisch wordt ten oosten van de Rijn gesproken tot in het district Mettmann, Düsseldorf, Solingen en Remscheid. In de meeste Limburgse dialecten (alles ten zuiden/oosten van de Uerdinger linie en het mich-kwartier) zijn tijdens de Keulse expansie delen van de Hoogduitse klankverschuiving doorgedrongen. Het Limburgs vormt zodoende strikt genomen een groep van overgangsdialecten tussen het Nederfrankisch en Middelfrankisch (dat onder meer het Ripuarisch omvat). In oudere literatuur over dit onderwerp werd het Zuid-Nederfrankisch daarom ook wel tot het Middelduits gerekend.

Zuidoost-Limburgs[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Zuidoost-Limburgs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Zuidoost-Limburgs behoort tot het Middelduits (Middelfrankisch, Ripuarisch) van Aken en omgeving. In dit dialect zijn invloeden van het Frans aan te wijzen met name in zinsconstructie.

Duitse opvattingen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Oud-Oostnederfrankisch en Maas-Rijnlands voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Rheinmaasländisch zoals gedefinieerd door Arend Mihm.
De Kreitsen in de NW hoek van het Heilige Roomse Rijk in 1560.

De Duitse dialectologie rekende traditioneel de dialecten in Nederland en België bij de Duitse dialecten. Hier werd dus niet van twee aparte taalgebieden uitgegaan. Vandaag is deze opvatting nog in afgezwakte vorm verspreid: de scheiding wordt wél erkend, maar als secundair beschouwd (door invloed van de schrijftalen veroorzaakt). Hieraan moet echter worden toegevoegd dat met het begrip "Duits" in dit verband geen nationale, maar alleen een taalkundige eenheid bedoeld is – een betekenis die ook in het Nederlands nog tot in de 19de eeuw bekend was.

Het taalgebied in Duitsland waarin diverse Nederfrankische dialecten worden gesproken, wordt in de filologie soms aangeduid als Rheinmaasländisch/Rhein-Maasländisch (Nederlands: Rijn-Maaslands of Maas-Rijnlands). Dit taalgebied was de voortzetting van het gebied dat vóór de periode van het Middelnederlands als Oud-Oostnederfrankisch bekendstaat.

Traditionele Duitse opvatting van Frankische dialecten.
Het Nederfrankisch in Nederland, België en Frankrijk wordt dan tot het Nederduits in plaats van tot het Nederlands gerekend. In de Nederlandse dialectologie draait men dit juist om: het Nederfrankisch in Duitsland wordt dan typologisch eerder tot het Nederlands gerekend.

In de Duitse dialectologie wordt soms gesproken van 'Duitsnederlands' als de in Noordrijn-Westfalen gesproken Zuid-Gelderse dialecten (dit zijn het Kleverlands en Nederrijns) worden bedoeld. Deze Nederfrankische dialecten worden tezamen met het Limburgs tegenwoordig soms ook onder de noemer Rhein-Maasländisch gebracht.

In de Duitse vergelijkende taalkunde gebruikt men daarnaast meestal de term Zuid-Nederfrankisch voor de Limburgse en aanverwante dialecten in het noordelijke Rijnland, de Nederrijn. In de Nederlandse vergelijkende taalkunde beschouwt men deze dialecten als primair met het Nederlands verwant, ervan uitgaand dat het Nederlandse taalgebied in overwegende mate de opvolger is van het Nederfrankische.

Nederfrankisch versus andere taalvariëteiten[bewerken]

Nederfrankisch versus Middelfrankisch[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Middelfrankisch, Benrather linie en Uerdinger Linie voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Middelfrankisch, niet als chronologische, maar als geografische aanduiding, is de taalkundige benaming voor dialecten zoals het Ripuarisch die in het Duitse Midden-Rijnland zijn gelegen. De Benrather linie, die van Eupen naar Düsseldorf loopt, wordt aangehouden als isoglosse tussen het Nederfrankische Rijnlands en het Hoogduitse Middelfrankisch. Alle Nederfrankische dialecten liggen ten noorden van deze isoglosse.

Met name onder Duitse taalkundigen is het soms nog gebruikelijk om het Limburgs niet onder het Nederfrankisch te scharen maar onder het Middelfrankisch, dit vanwege de (vermeende) historische invloed van de naburige Duitse dialecten op het Limburgs[1]. De isoglosse is dan niet de Benrather Linie, maar de Uerdinger Linie (d.w.z. de ik/ich-lijn) gecorrigeerd voor de mich-lijn, die het meest noordelijke deel vormt van de Rijnlandse waaier; boven deze isoglosse wordt Zuid-Gelders en/of Kleverlands gesproken.

Nederrijns versus Nederfrankisch[bewerken]

Het noordelijke Rijnland wordt als overgangsgebied gezien tussen de Nederfrankische en de Hoogduitse dialecten. De in Duitsland gesproken taalvormen Kleverlands en Oostbergisch kunnen probleemloos tot het Nederfrankisch gerekend worden, omdat ze niet aan de tweede Germaanse klankverschuiving hebben deelgenomen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. (de) , (en) http://www.let.leidenuniv.nl/ulcl/events/confs/2003/FTA/ftaabs.pdf

Literatuur[bewerken]

  • M.C. van den Toorn, W. Pijnenburg, J.A. van Leuvensteijn en J.M. van der Horst (red.), Geschiedenis van de Nederlandse taal. Amsterdam University Press, Amsterdam 1997, 682 pp
  • Jürgen Macha, Elmar Neuss, Robert Peters, 2000, Rheinisch-Westfälische Sprachgeschichte, Böhlau, 2000, 409 pp