Nederlandse krijgsmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nederlandse Krijgsmacht)
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse krijgsmacht
Flag of the Netherlands.svg
Land Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel van Ministerie van Defensie
Oprichting 1814
Leiding
Opperbevelhebber Nederlandse regering
Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert
Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp
Slagkracht
Eenheden Koninklijke Marine
Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marechaussee
Troepensterkte* 43.218[1]
Aantal reserve* 4.692[1]
Minimumleeftijd 17 jaar
Aantal tanks* 0[2]
Aantal pantservoertuigen* 295[2]
Aantal vliegtuigen* 90[2]
Aantal helikopters* 74[2]
Aantal schepen* 31[2]
Uitgaven
Jaarbudget* € 7.602.033.000[3]
Procent van BBP* 1,17%[4]
(*) Gegevens voor 2014.
Defensie van Nederland
Flag of the Netherlands.svg
Instanties

Ministerie van Defensie
Nederlandse Krijgsmacht
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Krijgsmachtdelen

Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marine
Koninklijke Marechaussee

Interservice-organisaties

Commando DienstenCentra
Defensie Materieel Organisatie

Functies

Minister van Defensie
Commandant der Strijdkrachten
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

De Nederlandse krijgsmacht is de militaire organisatie van het Koninkrijk der Nederlanden. Ze bestaat uit vier "onderdelen":

Organisatie[bewerken]

Sinds 2005 zijn de vier krijgsmachtdelen geen zelfstandige organisaties met een eigen bevelhebber meer. De Koninklijke Marine (KM), Koninklijke Landmacht (KL) en de Koninklijke Luchtmacht (KLu) zijn georganiseerd in drie operationele commando's (OPCO's) die direct onder bevel van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) vallen:

Het vierde operationele commando, de Koninklijke Marechaussee (KMAR), is het militaire politiekorps. De marechaussee valt vanwege de specifieke taakstelling doorgaans niet direct onder bevel van de CDS, maar rechtstreeks onder de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie.

De OPCO's worden ondersteund door het Commando DienstenCentra (CDC) en de Defensie Materieel Organisatie (DMO).

Er bestaan binnen het koninkrijk ook nog kleine lokale militaire korpsen op Curaçao (de Curaçaose Militie) en op Aruba (de Arubaanse Militie). Deze opereren onder gezag van de Koninklijke Marine ter plaatse.

Het bestaan, de taken van en het gezag over de krijgsmacht zijn vastgelegd in Artikel 97 van de Nederlandse Grondwet:[5]

1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.
2. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

Inzet[bewerken]

Een mogelijk inzet van de Nederlandse krijgsmacht hangt onder meer af van het nationale defensiebudget. In 2014 bedroeg dit € 7.602.033.000[3] (1,17% van het BBP[4]). Het is ver onder de NAVO norm en is laag voor een handelsland dat in verband met haar economische belangen wel vaart bij internationale veiligheid.

Door deelname aan de NAVO verzekerde Nederland zich na de 2e wereldoorlog van bondgenoten tegen het communistische gevaar. Hierbij verklaarde het zich akkoord om, zoals alle leden van de NAVO, 2% van hun Bruto Nationaal Product aan defensie uit te geven. Nederland houdt zich hier echter al jaren niet aan staat in het rapport “Krijgsmacht in de Knel” dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken in 2012 presenteerde.

Binnen de NAVO is Nederland niet het enige land dat niet voldoet aan de norm. De USA trekt zich echter als militaire beschermheer van Europa steeds verder terug. De aandacht verschuift naar Azië, mede door de opkomst van China. Tegelijkertijd vijzelt Rusland het defensiebudget onder president Poetin steeds meer op.

Vanwege de steeds maar doorgaande bezuinigingen en personeelsreducties schaart Nederland zich qua inzetmogelijkheden van de krijgsmacht anno 2014 in de categorie Cyprus, Malta, Estland, Litouwen, Luxemburg en Finland.[6]

Van dienstplichtig naar beroeps[bewerken]

Het bestaan van militaire dienstplicht voor mannen van 18-45 jaar is vastgelegd in Artikel 98 van de Nederlandse Grondwet.[5] Sinds 1997 is de oproeping in werkelijke dienst opgeschort en de ten opzichte van vroeger sterk verkleinde krijgsmacht bestaat nu geheel uit beroepspersoneel.

Daarnaast heeft de veranderde situatie in de wereld grote invloed gehad op de Nederlandse krijgsmacht. Wereldwijde inzet was vanaf 1960 op beperkte schaal voorbehouden aan het Korps Mariniers maar dit is totaal herzien. Sedert enige decennia worden Nederlandse militairen van alle krijgsmachtdelen uitgezonden i.h.k.v. VN-, NATO- of EU-operaties binnen maar ook buiten Europa.

Reservisten[bewerken]

De Nederlandse krijgsmacht heeft ongeveer 6000 reservisten, die verdeeld zijn over de vier reservisteneenheden:[7]

  • de Koninklijke Marine Reserve (ca 850 personen) bestaat uit voormalige marinemilitairen,
  • het Korps Nationale Reserve (ca 3000 personen) is toegankelijk voor zowel voormalige militairen als voor burgers,
  • de Groep Luchtmacht Reserve (ca 650 personen) is toegankelijk voor zowel voormalige militairen als voor burgers,
  • de reservisten van de Koninklijke Marechaussee (210 personen) zijn voormalige opsporingsambtenaren van dat krijgsmachtdeel.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Personele kengetallen en trends Defensie 2013, Rijksoverheid, 19 mei 2014.
  2. a b c d e Kerngegevens Defensie, Ministerie van Defensie, 19 januari 2013.
  3. a b Rijksbegroting 2014 Defensie
  4. a b Miljoenennota 2014, pagina 69.
  5. a b Besluit van 22 augustus 2008, Stb. 2008, 348, ter bekendmaking van de tekst van de herziene Grondwet.
  6. Clingendael publicatie, NAVO, veiligheid en terrorisme. “Article 5 – Is NATO up to it?” augustus 2014
  7. Functies reservisten, Ministerie van Defensie. Bezocht op 20 augustus 2014.