Bier in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nederlandse biercultuur)
Ga naar: navigatie, zoeken
Jopen, een populair bier uit Haarlem

Met de Nederlandse biercultuur worden de verschillende gebruiken rond het drinken en brouwen van bier in Nederland bedoeld.

Typisch voor de Nederlandse biercultuur is de veelheid aan stijlen en de vele internationale invloeden. De Nederlandse biercultuur is een "progressieve" biercultuur, waar nieuwe invloeden steeds welkom zijn en er veel tijdelijke bieren (bijvoorbeeld seizoensbieren) bestaan, terwijl er juist relatief weinig oude tradities zijn bewaard. Hierin verschilt de Nederlandse biercultuur duidelijk van de Belgische, al zijn er ook veel overeenkomsten.

Geschiedenis[bewerken]

Het Nationaal Biermuseum "De Boom" in Alkmaar herinnert aan de brouwgeschiedenis van deze stad.
Pils domineert de moderne biermarkt

Al sinds het begin van de christelijke jaartelling wordt er in Nederland bier gebrouwen. In de Middeleeuwen werd het bier in kloosters gebrouwen, maar aan het einde van de Middeleeuwen komen de professionele brouwerijen op. In Nederland wordt het brouwen van bier in de Gouden Eeuw een commerciële aangelegenheid. Om tegemoet te komen aan buitenlandse afnemers maken Nederlandse brouwers zich buitenlandse bierstijlen eigen. Zo ontstaat een typische biercultuur met veel internationale invloeden.

De rijkdom aan stijlen verdwijnt na de Tweede Wereldoorlog tot er in Nederland bijna alleen nog maar pils gebrouwen wordt. Vanaf de jaren 80 keert dan het tij: het aantal brouwerijen neemt sindsdien weer flink toe en Nederlandse speciaalbieren heroveren de markt.

Volksdrank[bewerken]

Vanaf de middeleeuwen was bier een zeer algemeen gedronken drank. Gewoon water was vaak besmet, melk bedierf snel. Bier bevat onder andere gekookt water, daarom werd men van deze drank niet ziek. Vooral stedelingen dronken (vaak licht) bier als eenvoudige dorstlesser, bijvoorbeeld bij maaltijden. In de zeventiende eeuw was het normaal om een liter bier per dag te drinken. Kinderen die (licht) bier dronken waren eerder regel dan uitzondering.

Elke stad had één of meerdere kleine brouwerijen en ook op het platteland kwamen brouwerijen veel voor, hoewel het niet in alle gewesten toegestaan was om buiten een stad te brouwen. De grondstoffen voor het bier werden overal in Nederland verbouwd in de nabijheid van die brouwerijen, want de infrastructuur voor leverantie was toen nog niets vergeleken met nu.

In de middeleeuwen was ongehopt bier heel normaal: bier werd op smaak gebracht met kruiden (gruit). Pas in de late middeleeuwen werd het gebruikelijk om hop aan het bier toe te voegen. De hop gaf een droge, bittere smaak. De hop in dat bier droeg ook bij aan het sterilisatieproces, waardoor de volksdrank nog "gezonder" werd.

De Gouden Eeuw[bewerken]

In de Gouden Eeuw maakt het brouwersvak stormachtige ontwikkelingen door. De Hollandse steden staan in het centrum van de wereldhandel en de bierbrouwerijen profiteren daar zeker van. Belangrijke brouwerssteden zijn Amersfoort, Delft, Haarlem en Gouda. Door de goede kwaliteit van het water en de efficiënte handelsconnecties (waardoor andere grondstoffen snel werden aangevoerd) konden de Hollandse brouwers grote hoeveelheden kwalitatief goed bier maken, dat werd verhandeld naar de Noord-Duitse steden, het huidige België en het Verenigd Koninkrijk.

Concurrentie[bewerken]

Vanaf 1700 werd het in de Nederlanden steeds gewoner om thee en koffie te drinken. Ook die bevatten gekookt water. Deze dranken verdrongen in de loop van de achttiende eeuw het bier als standaarddrank. Daarnaast kwam vanaf de zeventiende eeuw jenever op als leverancier van alcohol. Gedurende de achttiende eeuw schakelde Nederland over van een bier- naar een jenevercultuur. Daarnaast maakten belastingwetten rondom het brouwproces in de negentiende eeuw bier relatief duur. Pas rond 1960 zou de Nederlander weer vaker bier dan jenever gaan drinken.

Situatie begin 20e eeuw[bewerken]

In Nederland waren er voor de Tweede Wereldoorlog zo'n 180 brouwerijen actief. Deze brouwerijen produceerden een veelheid aan stijlen. Pils was sinds de 19e eeuw in opkomst, maar er werden ook nog veel witbieren en stouts gemaakt benevens zwaardere, donkere bieren. Nieuwe technieken leidden tot een schaalvergroting, maar kleine brouwers slaagden er vaak toch in zich te handhaven. Het verlies van koopkracht als gevolg van de Grote Depressie bracht veel brouwers niettemin in moeilijkheden. De oorlog zou voor de genadeklap zorgen.

Verval[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog waren er in Nederland nog zo'n 80 brouwerijen over. Dat aantal zou in de jaren daarna nog verder teruglopen. Veel oude bierstijlen werden uit de productie genomen. Heineken wist zich door slimme marketing en het opkopen van andere brouwerijen een sterke positie op de Nederlandse markt te veroveren. Uiteindelijk zou de pils van Heineken uitgroeien tot de meest gedronken pils ter wereld. Tegenover dit grote commerciële succes stond het verval van de Nederlandse biercultuur: op het dieptepunt in 1980 waren er nog maar 14 brouwerijen over[1]. De markt werd gedomineerd door pils, voor speciaalbier was nauwelijks nog ruimte.

Heropleving[bewerken]

Vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw neemt de belangstelling voor speciaalbier weer toe. Er ontstaan steeds meer kleinschalige brouwerijen die speciaalbieren gaan brouwen en de vraag naar deze bieren blijkt zo groot, dat deze kleine brouwerijen ook commercieel een succes blijken. Het aantal brouwerijen en biermerken stijgt snel. Waren het er ooit nog 14, inmiddels zijn het er weer meer dan 200.

Bierstijlen in Nederland[bewerken]

Het meestgedronken biertype in Nederland is pils. Hierin verschilt Nederland niet van de overige bierlanden. Naast dit ondergistende pils bestaan er in Nederland echter ook de nodige bovengistende bieren. Typisch voor de Nederlandse biercultuur is de veelheid aan verschillende stijlen en de internationale oriëntatie: Nederlandse brouwers laten zich graag door Duitse, Belgische, Engelse en Amerikaanse brouwers inspireren.

Belangrijkste stijlen[bewerken]

La Trappe is een van de twee trappisten in Nederland
De lentebock van Emelisse

Ondergistend[bewerken]

De dominante stijl is pils. Naast het "gewone" pils dat in praktisch ieder café te krijgen is bestaat er in Nederland ook een wat bitterder type, dat wel Urtyp genoemd wordt en vooral door liefhebbers wordt gewaardeerd. Een ander populair ondergistend type is het bokbier (zie "Seizoensbieren"). Hiervan bestaan tegenwoordig ook bovengistende versies. Met name in de provincie Limburg worden ook ondergistende bieren in de stijl van een Dortmunder gebrouwen. Tot slot bestaat er nog Oud Bruin, een zoetig, licht bier dat van restproducten wordt gebrouwen. Traditioneel wordt dit aan zwangere vrouwen te drinken gegeven. Ook wordt het voor door het eten gebruikt.

Bovengistend[bewerken]

De meeste speciaalbieren zijn bovengistend. Het populairste bovengistende biertype is witbier. De meeste Nederlandse witbieren komen uit het zuiden des lands en zijn op Belgische leest geschoeid. In de 21e eeuw zijn ook de Duitse Weizeners populair geworden in Nederland en verschillende brouwers brengen een bier in deze stijl. Hoewel witbieren het hele jaar door te koop zijn, worden ze vooral in de zomer gedronken.

Zware blonde bieren zijn in Nederland populair. Meestal laten brouwers zich inspireren door Belgische tripels, maar de laatste tijd wordt er ook meer en meer met Amerikaanse hopvariëteiten geëxperimenteerd. IPA's zijn in opkomst. Behalve blonde ales maken veel Nederlandse brouwers ook een donker bier, dat vaak wat zoeter smaakt. Enkele brouwers hebben ook een gerstewijn in hun assortiment.

Een opvallende bierstijl met een lange traditie in Nederland is de stout en de porter. Hoewel deze stijl van origine Engels is, brouwen veel Nederlandse brouwers een eigen stout, soms volgens oude recepten. Recentelijk zijn ook zware Russian imperial stouts populair geworden.

Seizoensbier[bewerken]

Nederlandse brouwers brengen ook seizoensbieren op de markt, die maar voor een korte periode verkrijgbaar zijn en in smaak zijn aangepast op het weer dat in dit jaargetijde verwacht wordt. Het bekendste en populairste seizoensbier is de herfstbok. Dit is een donker, bitterzoet bier, vrij licht in alcohol, dat goed past bij het gure herfstweer. Traditionele bokbieren zijn ondergistend, maar veel brouwers maken tegenwoordig een bovengistend bokbier. De bokbieren smaken elk jaar verschillend en veel brouwers experimenteren met dit seizoensbier, door er bijvoorbeeld gerookte mout aan toe te voegen.

De tegenhanger van de herfstbok is de lentebok, blond, fris en hoppig. Ook voor andere seizoenen of speciale gelegenheden wordt wel een bier gebrouwen, bijvoorbeeld voor nieuwjaar. In de winter brengen brouwers vaak zware, donkere bieren op de markt die tegen een gerstewijn aanleunen en goed passen bij het koude weer.

Gebruiken[bewerken]

Bier is in Nederland de meest gedronken alcoholische drank. Bij talloze gelegenheden wordt in Nederland bier gedronken. Bier wordt thuis, maar vooral ook in de cafés genuttigd. Het geldt als een sociaal smeermiddel. Er zijn talloze gebruiken rond het drinken van bier die vaak typisch Nederlands zijn en verschillen van de gewoontes in de buurlanden.

Het schenken van bier[bewerken]

Tapbord in Brouwerij 't IJ

In het café komt het bier meestal van de tap. Bier wordt in Nederland met koolzuur getapt. Een schuimkraag ("twee vingers schuim") is belangrijk, zeker bij pils, maar anders dan in Duitsland wordt er geen "kop" van schuim getapt. In plaats daarvan wordt het schuim met een bierafschuimer weggestreken, zodat het precies tot de rand van het glas komt (in België gebeurt hetzelfde). Bier wordt in Nederland in principe koud geschonken (à vijf graden), maar speciaalbier wordt vaak op een iets hogere temperatuur geserveerd, om zo de smaak beter tot zijn recht te laten komen. Als het bier uit de fles komt kan het zijn dat er onderin de fles nog gist zit. Dit wordt in principe niet meegeschonken, maar kan bij sommige (m.n. donkere) bieren wel apart worden gedegusteerd, bijvoorbeeld in een borrelglaasje.

Glazen[bewerken]

Pils wordt in Nederland in rechte glazen geserveerd. Er zijn drie maten:

Het "kleintje pils" wordt traditioneel door de barman gebruikt als hij iets van de gasten aangeboden krijgt, maar nog wel de hele avond door moet. Fluitjes en vaasjes zijn het meest gebruikelijk. In een fluitje gaat meestal 22cl, in een vaasje 25cl, al kan dit per merk verschillen.

Speciaalbier wordt meestal in een tulpglas of een bokaal geschonken. De vorm van dit glas zorgt ervoor dat de smaak van het bier beter tot zijn recht komt.

Bier in de taal[bewerken]

In de Nederlandse taal bestaan er diverse uitdrukkingen rond bier. In sommige ervan staat bier symbool voor iets anders, zoals in het bekende bier na wijn geeft venijn: hier symboliseert bier armoede en wijn rijkdom. Ook rond het drinken van bier zelf bestaat een aparte terminologie. Als het bier zijn schuim verliest, dan slaat het dood. Als het bier juist veel schuim heeft en daardoor te snel uit de fles komt, dan is het bier wild. De schertsende benamingen voor een biertje zijn legio: blonde rakker, kouwe klatser, twee bruine boterhammen in een glas enzovoort.

Regionale variatie[bewerken]

Hoewel in mindere mate dan in België en Duitsland bestaat er ook in Nederland regionale variatie in de beleving van bier. Bepaalde bierstijlen en merken zijn typisch voor een bepaalde streek. Zo wordt Grolsch vooral geassocieerd met het oosten van het land. Ook de gebruiken rond het drinken van bier en de populariteit van het gerstenat verschillen per streek.

De provincie Limburg heeft een herkenbare eigen identiteit door de invloeden uit Duitsland (Dortmunder) en België (Belgisch witbier). Meer dan andere provincies heeft Limburg hierdoor een afzonderlijke biercultuur, die meer dan die van de westelijke provincies traditioneel is (familiebrouwerijen, oude stijlen) en vooral aanleunt tegen de Belgische biercultuur. In grote lijnen geldt hetzelfde voor Noord-Brabant. Veel cafés in het zuiden hebben een grote bierkaart waar behalve lokale klassiekers veel Belgische bieren, maar in toenemende mate ook Amerikaanse bieren op staan.

Het westen (Zeeland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Noord-Holland) vertoont over het algemeen de typische kenmerken van de Nederlandse biercultuur (veel vernieuwing, internationale oriëntatie, relatief weinig hang naar traditie). Het is niet verrassend dat innovatieve en snel groeiende brouwerijen als Jopen, Emelisse, De Molen en vele andere zich net in deze regio bevinden. De brouwerijdichtheid is hier hoog en het aantal brouwerijen neemt snel toe. Er zijn veel gespecialiseerde biercafés waar zowel Nederlandse bieren als Belgische, Duitse en Amerikaanse bieren verkrijgbaar zijn.

Opvallend aan de regionale verdeling is dat er in de drie noordelijke provincies veel minder brouwerijen zijn dan in de rest van het land. Friesland en Drenthe hebben in 2011 elk twee brouwerijen, Groningen heeft er zelfs maar één. Dit hangt mogelijk samen met de andere drinkcultuur in het noorden: kruidenbitters en jenever hebben hier meer dan in de rest van Nederland een grote rol, waardoor de vraag naar speciaalbier minder groot is. Toch verandert deze vraag wel en zijn er ook in het noorden gespecialiseerde biercafés bijgekomen. Met name in de stad Groningen zijn er wat dat betreft de nodige ontwikkelingen.

Zie ook[bewerken]

Projet bière logo v2.png Portaal Bier
Bronnen, noten en/of referenties