Neferure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Neferure
ra nfr nfr nfr B1
Blokbeeld van koninklijk raadgever Senenmut die prinses Neferure in de armen houdt (British Museum)
Blokbeeld van koninklijk raadgever Senenmut die prinses Neferure in de armen houdt (British Museum)
Algemene informatie
Geboren 15e eeuw v.Chr.
Nationaliteit Oud-Egyptische
Beroep Prinses van het Nieuwe Rijk
Bekend van 18e dynastie
Overige informatie
Politiek Vrouwe van Opper- en Beneden-Egypte, Meesteres van de Landen, en Godsvrouw van Amon
Portaal  Portaalicoon   Oudheid

Neferure of Neferu re (letterlijk "De schoonheid van Ra) was in het Oude Egypte een prinses uit de 18e Dynastie. Zij was de dochter van twee farao's, Hatsjepsoet en Thoetmosis II.[1] Neferure bekleedde hoge posities in de regering en in het religieuze bestuur van het Oude Egypte.

Geboorte en opvoeding[bewerken]

Zij werd geboren tijdens het bewind van Thoetmosis II. Voor zover bekend was Neferure enig kind bij Hatsjepsoet, diens koningin en opvolgster, die ook de dochter van Thoetmosis I was. Neferure had een halfbroer, Thoetmosis III, die in normale omstandigheden als enige mannelijke troonpretendent van de de opvolging verzekerd zou zijn, maar hij was nog een jongetje toen zijn vader stierf.[2]

Een huwelijk met Neferure zou zijn positie als troonopvolger hebben bevestigd, maar in de gegeven omstandigheden nam Hatsjepsoet de troon over, met de stiefzoon als co-regent. Volgens sommige optekeningen stierf Thutmosis II na een bewind van dertien jaar, maar er is voldoende documentatie voorhanden die uitwijst dat na zijn zevende bewindsjaar Hatsjepsoet reeds als gekroonde farao regeerde, en dit tot aan zijn dood, en daarna dus nog verder (twintig jaar in totaal).[3] Een farao werd immers voor het leven gekroond. De datums waarop haar vader stierf en waarop haar moeder het faraoschap opnam staan niet met zekerheid vast, zodat er aanzienlijke discussies en debatten zijn ontstaan omtrent de juiste chronologie.

Hogepriesteres[bewerken]

Na de troonopvolging door haar moeder genoot Neferure een prominent aanzien aan het hof, en een rol die ver uitsteeg boven de rol die een koninklijke prinses van de farao normaal kreeg toebedeeld. Terwijl Hatsjepsoet het faraoschap waarnam fungeerde Neferure als koningin in het openbaar leven.[4] Daar bestaan heel wat verwijzingen naar. Zo kreeg zij als titel Vrouwe van Opper- en Beneden-Egypte, Meesteres van de Landen, en Godsvrouw van Amon, een titel die Hatsjepsoet zelf had moeten opgeven om farao te kunnen worden.[5] In die rol was zij de hogepriesteres van de Amoncultus, een belangrijk Oud-Egyptisch instituut met Thebe als centrum (circa 2160 v.Chr.), in die tijd de belangrijkste stad van Egypte. Dit ambt had evenzeer politieke als religieuze betekenis, omdat die twee sferen in het Oude Egypte zeer nauw met elkaar waren verbonden. Dagelijkse contacten met de farao waren een noodzaak, aangezien beiden de tempelrituelen samen uitvoerden en de orakels interpreteerden.

De hogepriesteres was dan ook zelf een vrouw van het hof. Die rol was eerder al zeer nadrukkelijk door haar moeder waargenomen, en het zou onder haar invloed zijn geweest dat Neferure op dezelfde posities terecht kwam.

In de tempel van Karnak, in de "Rode Kapel" van Hatsjepsoet, staat een afbeelding van haar terwijl zij de plichtplegingen van Godsvrouw van Amon verricht. Ook haar grootmoeder had deze titel waargenomen, die eveneens een belangrijke rol speelde in de tempelrituelen van de farao, zoals vele andere koninginnen.

Troonopvolgster als farao[bewerken]

Volgens bepaalde historici werd Neferure opgevoed om de volgende farao te worden. Zij werd in ieder geval opgeleid tot Grote koninklijke vrouwe van Thoetmosis III. Het is daarom niet uitgesloten dat Hatsjepsoet haar opleidde als mogelijke troonopvolgster voor het geval Thoetmosis III iets overkwam.

Neferure werd begeleid door de beste en betrouwbaarste raadslieden van de farao, waaronder Ahmose Pen-Nekhebet als eerste, die onder meerdere voorgaande farao's had gediend en groot gezag genoot, vervolgens was er Senenmut,[6] en tenslotte regeringsman Senimen.[4]

Neferures halfbroer diende als legerhoofd, van zodra hij daarvoor de nodige rijpheid bezat, en hij wordt ook afgebeeld als tweede voorganger bij ceremonies, bijvoorbeeld op de kunstwerken in tempels uit haar tijd.

Dood[bewerken]

Het is niet uitgesloten dat Neferure nog tijdens het bewind van haar moeder is gestorven. In het eerste graf van Senenmut wordt zij vernoemd, de graftombe die hij liet bouwen in het regeringsjaar 7.

Neferure wordt ook afgebeeld op een stele in Serabit el-Khadim, in het jaar 11, maar in Senenmuts tweede graftombe is ze volledig afwezig, en dit dateert uit het bewindsjaar 16 van Hatsjepsoet.[4]

Er is geen aantekening of aanduiding gevonden waaruit zou moeten blijken dat zij met Thoetmosis III getrouwd was. Wel is er een onderzoek dat dit suggereert en dat zij bovendienn de moeder van zijn oudste zoon zou zijn geweest. Maar op twee afbeeldingen staat de naam Satiah aangeduid als Thoetmosis ' vrouw, en het lijkt of deze naam daar die van Neferure vervangt, die er oorspronkelijk zou hebben gestaan. Een van de afbeeldingen wordt met de titel Grote Koninklijke Vrouwe geassocieerd, de andere met Godsvrouw,[7] een titel die Satiah later in inscripties draagt.[8]

Maar niet alle titels die Neferure droeg worden bij Satiah teruggevonden.

Aangezien Neferure in de graftempel van haar moeder wordt afgebeeld, besluit een aantal auteurs echter dat Neferure nog leefde tijdens de eerste regeringsjaren van Thoetmosis III als farao, en dat diens oudste zoon Amenemhat haar kind was.[9]

Neferure wordt ook afgebeeld in de graftempel van haar moeder in Deir el-Bahri, op verschillende standbeelden van Senenmut, of steles in Karnak, en in de Sinaï.

Er werd voor haar een tombe gebouwd, die door archeoloog Howard Carter werd opgegraven. Ze bevond zich bovenaan een klif en was zo goed als leeg. Het graf leek wel gebruikt te zijn geweest, aangezien er sporen van oker en gele verf konden getraceerd worden. Archeologen die de tombe inspecteerden waren ervan overtuigd dat Neferure haar moeder niet had overleefd.[10]

Noten[bewerken]

  1. Aidan Dodson & Dyan Hilton, The Complete Royal Families of Ancient Egypt, Thames & Hudson, 2004, p. 140.
  2. Dodson & Hilton, p. 131.
  3. Joyce A. Tyldesley, Hatchepsut: The Female Pharaoh, Viking, 1996, p. [?].
  4. a b c Joyce Tyldesley, Chronicle of the Queens of Egypt, Thames & Hudson, 2006, p. 98.
  5. Tyldesley, Hatchepsut, p. 103.
  6. Tyldesley, Hatchepsut, pp. 101-102.
  7. Dodson & Hilton, pp. 131-132.
  8. Ian Shaw (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000, p. 263, Tyldesley, Chronicle of the Queens, p. 104.
  9. Shaw, p. 254.
  10. Dodson & Hilton, p. 140.

Referenties[bewerken]

  • Aidan Dodson & Dyan Hilton, The Complete Royal Families of Ancient Egypt, Thames & Hudson, 2004. ISBN 0500051283
  • Ian Shaw (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford, 2000.
  • Joyce A. Tyldesley, Hatchepsut: The Female Pharaoh, Viking, 1996. ISBN 9780670859764
  • Joyce Tyldesley, Chronicle of the Queens of Egypt, Thames & Hudson, 2006. ISBN 0-500-05145-3

Externe links[bewerken]