Negenjarige Oorlog (1688-1697)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Negenjarige Oorlog
Onderdeel van de oorlogen van koning Lodewijk XIV van Frankrijk
Beleg van Namen, juni 1692 door Jean-Baptiste Martin le vieux
Beleg van Namen, juni 1692 door Jean-Baptiste Martin le vieux
Datum september 1688 - september 1697
Locatie De Palts, Ierland, Spaanse Nederlanden, Piëmont, Catalonië en ook Noord-Amerika, de Caraïben en Indië
Resultaat Vrede van Rijswijk september-oktober 1697
Casus belli Franse Rijn-Alpen-Pyreneeëndoctrine voor natuurlijke grenzen
Strijdende partijen
Prinsenvlag.svg De Republiek
Flag of England.svg Engeland
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Heilige Roomse Rijk

Flag of Cross of Burgundy.svg Spanje
Flag Portugal (1667).svg Portugal
Flag of Sweden.svg Zweden
Savoie flag.svg Savoye

Pavillon royal de France.svg Frankrijk
Ierse Jacobieten
Commandanten
Prinsenvlag.svg Flag of England.svg Willem III
Prinsenvlag.svg George Frederik van Waldeck-Eisenberg, graaf van Waldeck
Flag Germany Emperors Banner.svg Karel V van Lotharingen
Flag Germany Emperors Banner.svg Maximiliaan II Emanuel, keurvorst van Beieren
Flag Germany Emperors Banner.svg Lodewijk Willem, Markgraaf van Baden
Flag Germany Emperors Banner.svg Frederik I van Pruisen, keurvorst van Brandenburg
Flag Germany Emperors Banner.svg prins Eugeen van Savoye
Savoie flag.svg Victor Amadeus II , hertog van Savoye
Flag of Cross of Burgundy.svg Francisco Antonio de Agurto, markies van Gastañaga
Flag of Cross of Burgundy.svg Carlos de Gurrea, 9de hertog van Villahermosa
Pavillon royal de France.svg Lodewijk XIV
Pavillon royal de France.svg Maarschalk Luxembourg
Pavillon royal de France.svg Markies van Vauban
Pavillon royal de France.svg Louis François, hertog van Boufflers
Pavillon royal de France.svg Guy Aldonce de Durfort de Lorges, hertog van Lorge
Pavillon royal de France.svg Nicolas Catinat
Pavillon royal de France.svg Anne-Jules, 2e hertog van Noailles
Pavillon royal de France.svg Jacques Henri de Durfort, hertog van Duras
Pavillon royal de France.svg François de Neufville, hertog van Villeroi
Pavillon royal de France.svg Lodewijk Jozef van Bourbon, hertog van Vendôme
Jacobus II van Engeland
Richard Talbot, 1ste graaf van Tyrconnell

De Negenjarige oorlog (1688-1697) wordt in het Duits de Paltse Successieoorlog genoemd en in het Frans de Oorlog van de Liga van Augsburg. Frankrijk vocht hierin tegen zowel protestantse als katholieke vijanden, hetgeen de beduchtheid voor de Franse hegemonie illustreerde: Engeland, de Republiek, Spanje, Savoye en het Heilige Roomse Rijk.

De oorlog woedde eerst in de Palts en in Ierland, en vervolgens vooral in de Zuidelijke Nederlanden, in Savoye en in Catalonië, en ook nog in Indië en in Amerika. De oorlog paste volledig in de Franse doctrine waarin Frankrijk het nastreven van deze drie natuurlijke grenzen formuleerde, te weten de Rijn, de Alpen en de Pyreneeën.

Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en de Spaans-Franse Oorlog (1635-1659) (1635-1654/59) had Frankrijk naar de Neder-Rijn toe al delen van de Zuidelijke Nederlanden ingepalmd, naar de Midden-Rijn toe steden in de Elzas, en naar de Pyreneeën toe de Cerdagne en de Roussillon. Tijdens de Devolutieoorlog (1667-1668), de Hollandse Oorlog (1672-1678) en de Frans-Spaanse oorlog (1683-1684) werden daar nog andere delen van de Zuidelijke Nederlanden alsook de Franche-Comté aan toegevoegd. Toen de Franse koning Lodewijk XIV aan de Midden-Rijn in 1688 ook nog eens de Palts binnenviel, brak de Negenjarige Oorlog uit.

Lodewijk XIV meende na de dood van keurvorst Karel II aanspraak te kunnen maken op de Palts, hoewel er verdragen waren die dit uitdrukkelijk uitsloten. Ongelukkigerwijze voor Frankrijk bracht Engeland nu zijn koning Jakob II, die toen pro-Frans was, ten val en verving hem door de stadhouder van de Republiek, Willem III, die zo Engeland/Schotland met de Republiek in een personele unie verenigde. Beide landen traden toe (1689) tot de Liga van Augsburg, die de keizer al in 1686 had opgericht om de Palts te beschermen. Lodewijk XIV kon de Palts dus niet behouden, verwoestte het gebied en werd er door de keizerlijken verdreven (1689). Tegelijkertijd deed hij de naar Frankrijk gevluchte Jakob II in Ierland landen omdat die daar nog steun genoot (1689). Maar Willem III verjoeg Jakob II uit Ierland (1690/1691).

Tezelfdertijd viel Lodewijk XIV de Zuidelijke Nederlanden binnen (1689), alsook Catalonië (1689) over de Pyreneeën heen en Savoye (1690) over de Alpen heen. Maar bij het Normandische La Hogue verloor hij het overwicht op zee (1692). En in de Zuidelijke Nederlanden, in Savoye en in Catalonië (1692/1694) liep hij vast. Bovendien kende Frankrijk een hongersnood die twee miljoen doden eiste (1694) en kampte Lodewijk XIV met geldtekort (1696). Hij verloor uiteindelijk Namen, vernielde Brussel (1695) en moest dan ook terugtrekken uit Savoye (1696).

In de Vrede van Rijswijk (1697) mocht Frankrijk de Elzas behouden en in de Cariben West-Hispaniola/Haïti, maar het moest Willem III erkennen als koning van Engeland en de Franse veroveringen in Catalonië, in het Rijnland en recent in de Zuidelijke Nederlanden prijsgeven. Frankrijk stootte hier voor het eerst op zijn beperkingen als landmacht. Engeland werd de sterkste zeemacht, wat de Republiek weliswaar onttroonde als maritieme supermacht. Maar in de Zuidelijke Nederlanden mocht de Republiek de Barrièreforten tegen Frankrijk bemannen, wat haar een rol gaf als Europese mogendheid.

Toch was de Vrede van Rijswijk vooral een wapenstilstand, want de Spaanse Habsburgers stonden op uitsterven, wat ook gebeurde in 1700. Hun rijk moest opgedeeld worden, de Delingstraktaten (1698+1699) probeerden dit tevergeefs, en Lodewijk XIV zag er een nieuwe kans in, en pas met zijn nederlaag in de Spaanse Successieoorlog (1701-1715) zouden de verbondenen zijn gebiedshonger voorgoed weten te stuiten.

De aanloop tot de Negenjarige Oorlog (1684-1689)[bewerken]

Het Frankrijk van Lodewijk XIV op het hoogtepunt van zijn macht (1682)[bewerken]

Lodewijk XIV nestelde zich met 4.000 hovelingen in zijn nieuwe paleis te Versailles (mei 1682) dat zo hét model werd voor alle absolutistische vorsten in Europa. In datzelfde jaar werd de Franse oorlogsvloot de grootste ter wereld. Lodewijks minister Colbert probeerde een uniform belastingstelsel door te voeren en slaagde erin de douane tot één organisatie aaneen te smeden en bevorderde de nijverheid door overname van buitenlandse technieken, productiereglementering en stimulering van de uitvoer. In Noord-Amerika eiste De la Salle namens Frankrijk een gebied op dat zich uitstrekte van Nieuw-Frankrijk in Canada, de Grote Meren langs en dan zuidwaarts de Mississippi af, tot aan diens monding in de Golf van Mexico (april 1682). Dit gebied zou naar Lodewijk Louisiana genoemd worden. Na de Frans-Spaanse oorlog (1683-1684) tegen Spanje en het Duitse Rijk, mocht Lodewijk XIV, conform het verdrag van Regensburg, Straatsburg (ten koste van het Heilig Roomse Rijk) en Luxemburg (ten koste van Spanje) 20 jaar lang in bezit houden.

De Nederlanden in 1700, met de Zuidelijke Nederlanden ongeveer zoals ze waren tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Bergen, Charleroi, Aat en Kortrijk keerden pas na deze oorlog naar de Zuidelijke Nederlanden terug.

Het Frankrijk van Lodewijk XIV raakt geïsoleerd[bewerken]

Lodewijk XIV gaf evenwel te veel de indruk dat zijn gebiedshonger niet te stillen was, terwijl Frankrijks traditionele bondgenoten Zweden, Polen-Litouwen en de Osmanen verzwakten. Lodewijk XIV verergerde zijn isolement door het gedoogedict van Nantes van 1598 voor de hugenoten in te trekken (oktober 1685). 400.000 Franse hugenoten, onder wie veel kooplui en industriëlen, vluchtten daarop naar Zwitserland, naar Engeland alsook naar de Republiek en diens Kaapkolonie in Zuid-Afrika, of naar Brandenburg-Pruisen dat hen zelfs speciaal uitnodigde (oktober 1685). Het was een groot verlies voor Frankrijk met zijn 21 miljoen inwoners. De uittocht verarmde Frankrijks economie en versterkte die van zijn vijanden. Het maakte bondgenootschappen met protestantse machten zoals Brandenburg-Pruisen en Saksen, Zweden en Denemarken, Engeland/Schotland en de Republiek onmogelijk, terwijl Frankrijk enerzijds en het katholieke Spanje en de katholieke keizer van Duitsland anderzijds traditioneel vijanden waren. De Duitse keizer sloot daarop met Zuid-Duitse staten en met Zweden de Liga van Augsburg (juli 1686) tegen de Franse gebiedsaanspraken. Het diplomatieke tij was zich tegen Frankrijk aan het keren.

De Negenjarige Oorlog begon op 27 september 1688, toen Frankrijk oprukte van Straatsburg langs de Rijn naar Philippsburg in de Palts. In wezen beoogde Frankrijk alles ten westen van de Midden-Rijn en ten zuiden van de Beneden-Rijn te veroveren.

Lodewijk XIV start de Negenjarige Oorlog op (1688)[bewerken]

Frankrijk valt het Heilige Roomse Rijk in de Palts binnen (1688-1689)[bewerken]

Lodewijk XIV wilde keizer Leopold I dwingen om Straatsburg en Luxemburg voorgoed aan hem af te staan. En Lodewijk XIV was jaloers dat de keizer de Osmanen voor Wenen had teruggeslagen (1683) en dat hij de Osmanen nu Boeda, Hongarije en Transsylvanië (1686-1687), Slovenië, Kroatië en Belgrado (1688) ontnam. Ook vreesde hij dat een triomfalistisch Heilig Roomse Rijk zich tegen Frankrijk zou keren. Lodewijk XIV viel daarom de Palts binnen onder voorwendsel van een erfopvolgingskwestie (september 1688) en veroverde er Philippsburg en nog noordelijker op de Rijn Mainz (september+oktober 1688). En zo begon de Negenjarige Oorlog (1688-1697). De keizer riep daarop de Zuid-Duitsers van het Osmaanse front terug. Ook de Noord-Duitse vorsten sloten zich aan in oktober 1688.

Met de Glorierijke Revolutie keert Engeland zich tegen Frankrijk (1688)[bewerken]

Ondertussen voltrok zich een ideologische breuk met Engeland en Schotland. De katholieke koning Jacobus II van deze twee landen benoemde, in strijd met de Test Act, katholieken in hoge ambten. Toen hij de Test Act ophief en in juni 1688 ook nog een zoon kreeg, zodat zijn protestantse dochter Mary en haar echtgenoot, de protestantse Nederlandse stadhouder Willem III, hem niet konden opvolgen, was de maat in het overwegend protestantse Engeland en Schotland vol. Willem III werd uitgenodigd om in Engeland te landen (november 1688). Omdat Lodewijks handen gebonden waren in de Palts, kon Willem III die landing wagen. Het Engelse leger koos zijn kant, terwijl het Parlement Jacobus II afzette, waarna die in december 1688 naar Frankrijk vluchtte. Om koning van Engeland en Schotland te worden (april 1689) moest Willem III de “Rechtenwet”/Bill of Rights tekenen (februari 1689) die het Engelse koningschap ontdeed van zijn absolutistische trekken en de Engelse soevereiniteit aan het voortaan permanent zetelende Parlement overdroeg. Dit was Engelands “Glorierijke Revolutie” en een politieke doorbraak van de Verlichting in Europa. Een staand leger was voortaan verboden, en belastingen heffen en wetten opheffen zonder goedkeuring van het Parlement eveneens. Omdat Willem stadhouder van de Nederlandse Republiek bleef, werden Engeland en de Republiek in een personele unie verenigd.

De Liga van Augsburg en de Grote Alliantie keren zich tegen Frankrijk (1689)[bewerken]

Voor de absolutist Lodewijk XIV was dit een ideologische én een geopolitieke nederlaag. En omdat Frankrijk in oorlog trad met Spanje, sloten het Spaanse rijk en zo ook de Zuidelijke Nederlanden zich eveneens bij de Liga van Augsburg aan (april 1689). Toen ook het trio Engeland/Schotland en de Republiek zich bij de Liga voegden (mei 1689) werd het de Grote Alliantie (december 1689). Beieren trad wat later toe, en nadien ook nog Savoye en Brandenburg-Pruisen (mei+juni+september 1690). Het doel was Frankrijk terug te brengen tot zijn grenzen van 1659. Het was een dermate sterke coalitie dat ze Lodewijk XIV al onmiddellijk verplichtte om zich uit de Palts terug te trekken. Uit wraak liet hij een twintigtal grote steden in de Palts zoals Heidelberg, Mannheim, Spiers en Worms, volledig verwoesten (maart-augustus 1689). Zijn optreden stemde hier overeen met dat voorheen in de Zuidelijke Nederlanden. Maar uit Kaiserswerth, Mainz en Bonn (juni+september+oktober 1689) konden de Fransen verdreven worden. Vanwege het, zelfs naar normen van die tijd, hardvochtige gedrag van Lodewijk XIV wilden de meeste Duitse vorsten hem nu bevechten. En zo kon de keizer het Heilige Roomse Rijk tegen Lodewijk XIV verenigen. Naast de Habsburgse keizer was ook Brandenburg-Pruisen daarin een belangrijke Duitstalige macht. Lodewijk XIV kreeg daarmee te veel vijanden tegelijkertijd.

Patstellingen in de Palts-Ierse fase, behalve in Ierland zelf (1689-1692)[bewerken]

Lodewijk XIV valt de Zuidelijke Nederlanden binnen (1689-1690)[bewerken]

De Palts-Ierse fase (1688-1692) van de Negenjarige Oorlog vertoonde meteen patstellingen, behalve dan in Ierland zelf. Lodewijk XIV, eenmaal weg uit de Palts (augustus 1689), viel onmiddellijk de Spaanse Zuidelijke Nederlanden binnen. Het Spaans-Zuid-Nederlandse leger van 21.000 man uit de Devolutieoorlog was teruggelopen tot 15.000 man. Maar een Spaans-Staats-Engels-keizerlijk leger sloeg de Fransen terug te Walcourt, ten zuiden van Charleroi (augustus 1689). De Fransen keerden een jaar later wel terug, wonnen met maarschalk Luxembourg te Fleurus (ten noorden van Charleroi) in juli 1690, maar hij werd vervolgens door Lodewijk XIV naar de Palts gestuurd. Gelukkig voor de Zuidelijke Nederlanden lokte het gebrekkige inzicht van Lodewijk XIV op hun front al van meet af aan een patstelling uit.

De slag aan de Boyne (juli 1690); Willem III krijgt Ierland stevig in handen Jan van Huchtenburg.
Willem III tegen Jakob II in Ierland (1689-1691). Ook in Schotland waren er kleine opstanden ten voordele van Jakob II.

Willem III overwint Jakob II en de Ieren (1689-1691)[bewerken]

Lodewijk XIV wilde Willem III vastpinnen in Engeland door de verjaagde Engels/Schotse koning Jakob II te steunen. Opstandige Ierse katholieken die, met uitzondering van Ulster, heel Ierland beheersten, steunden immers Jakob II. Deze landde met Franse troepen in Zuid-Ierland (maart 1689). De Engelse vloot kon de Franse vloot niet verhinderen Jakobs troepen te bevoorraden bij het Zuid-Ierse Bantry Bay (mei 1689). Maar Jakob II belegerde in het Noord-Ierse Ulster tevergeefs Londonderry (mei-juli 1689). Bovendien liet ook Willem III in het Noord-Ierse Ulster troepen ontschepen (augustus 1689). En het jaar daarop kwam hijzelf, vergezeld van nog meer troepen (juni 1690), en overwon met zijn Staats-Deens-Engels/Schots-Ulsterse leger de Fransen en Ierlands weinig opgeleide katholieken aan de Boyne (juli 1690), aan de Ierse oostkust noordelijk van Dublin. Dat Frankrijk vóór Beachy Head bij Dover met 75 linieschepen tegen 19 Staatse en 40 Engelse linieschepen bijna tegelijkertijd won (juli 1690) en zo het Kanaal beheerste, kwam te laat om Willems troepenlandingen en zijn zege in Ierland te verhinderen. Vervolgens benutte Lodewijk XIV het Franse zeeoverwicht niet om de Ierse Zee te blokkeren. Jakob II was trouwens al na zijn nederlaag bij de Boyne onmiddellijk naar Frankrijk gevlucht. Zijn leger bleef nochtans weerstand bieden in het West-Ierse Limerick (augustus-september 1690), maar werd de zomer daarop verpletterd te Aughrim bij Galway (juli 1691) waarna ook Limerick viel (augustus-oktober 1691). Willem III had zijn troon zekergesteld, de Ieren bleven onderdrukt. Lodewijk XIV was een belangrijke bondgenoot kwijt. De gevluchte Jakob II leefde voortaan aan het Franse hof te Versailles. Zo overwon het parlementarisme in Engeland/Schotland voorgoed het absolutisme waarvan Lodewijk XIV de kampioen was.

De Beierse keurvorst wordt landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden (1691)[bewerken]

Willem III kon nu Ierland en Engeland verlaten en verzamelde in de Republiek een leger van 220.000 man (maart 1691). En toch hield de patstelling in de Zuidelijke Nederlanden verder aan. Frankrijk belegerde er het Henegouwse Bergen en nam het in (april 1691). De Franse ruiterij overwon een achterhoede van de Grote Alliantie te Leuze, eveneens in Henegouwen (september 1691). Spanje was de Zuidelijke Nederlanden zat, wilde ze niet verdedigen, en probeerde, na twee vorige pogingen met Oostenrijk, om ze ditmaal aan Beieren te verpatsen. Willem III drong hier trouwens op aan. Karel II van Spanje benoemde Maximiliaan II Emanuel van Wittelsbach, keurvorst van Beieren, in december 1691 tot landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Hij zou er Karel II opvolgen als vorst. De Zuidelijke Nederlanden zouden zo van Spanje overgaan naar Beieren. Beieren en de Wittelsbachers hadden al in de 14e eeuw belangstelling voor de Nederlanden getoond. De Bourgondiërs hadden er hen echter in de 15e eeuw verdrongen. De Beierse Wittelsbachers hadden nu het keurvorstendom Keulen, dat ook het prinsbisdom Luik dwars door de Spaanse Nederlanden beheerste, in handen (augustus 1688). Maximiliaan-Emanuel was een roemrijk veldheer, die voor de Habsburgers in Wenen, Mohács en Belgrado de Osmanen had bevochten. Het regeren liet hij na zijn aankomst in de Zuidelijke Nederlanden (maart 1692) over aan zijn regeringsleider Jan van Brouchoven. Meer nog dan vroeger waren het nu de Republiek, Engeland en de keizer die de Zuidelijke Nederlanden zouden verdedigen, want in dit stadium liet Spanje het bijna volledig afweten.

Oorlog in Noordwest-Italië (1690-1696), het Savoye van hertog Victor Amadeus II omvatte het hertogdom Savoye, het graafschap Nice en het vorstendom Piëmont met daarin de hoofdstad Turijn

Lodewijk XIV valt ook Savoye aan[bewerken]

Lodewijk XIV opende inmiddels ook in noordwest-Italië een front, maar ook daar liep de oorlog niet naar wens voor hem. De Fransen versloegen er ten zuiden van de Alpen te Staffarda in Piëmont (augustus 1690) Savoye, de Spanjaarden uit Milaan en de keizerlijken. Door logistieke moeilijkheden moesten zij echter achter de Alpen terugtrekken. Toen ze terugkwamen dwongen de keizerlijken onder Eugeen van Savoye hen in Zuid-Piëmont het beleg van Cuneo op te breken (juni 1691). Savoyes hoofdstad Turijn bleef zo buiten bereik. Frankrijk bezette wel Nice en Franstalig Savoye (april+december 1691). In Savoyes Piëmont daarentegen ontstond nu een patstelling. Kortom, in Ierland werd de oorlog beslecht, maar in de Zuidelijke Nederlanden en in Piëmont liep hij vast. En zelfs de koloniale uitlopers van de oorlog liepen vast. Nieuw-Frankrijk viel Nieuw-Engeland aan, maar de Amerikanen veroverden in het Franse Acadia/Nova Scotia de hoofdstad Port Royal (mei 1690). Die moesten echter in oktober 1690 afdruipen vóór Québec. In Oost-Indië vielen de Fransen tevergeefs het Engelse Madras aan (oktober 1690) waarop de Republiek hen daar Pondicherry ontnam (september 1693). In de Caraïben waren er schermutselingen in Saint Kitts, Jamaica, Martinique en Hispaniola.

Zeeslag bij La Hougue (1692) door Adriaen van Diest. Franse schepen branden voor La Hougue, twee eeuwen Engels zeeoverwicht beginnen hier

In de zee- en patstellingsfase (1692-1695) wordt Engeland de grootste zeemacht[bewerken]

Frankrijk verliest bij La Hougue de hegemonie op zee (1692)[bewerken]

Ook tijdens de zee- en patstellingsfase (1692-1695) bleven de fronten in de Zuidelijke Nederlanden, Piëmont en Catalonië stabiel, alhoewel dit vergezeld werd van een grote machtswisseling op zee. Lodewijk XIV wilde de status quo verbreken en de verbondenen afleiden met een nieuwe Frans-Ierse landing ten bate van Jakob II, en ditmaal in Engeland. Het samenbrengen van Frankrijks Middellandse Zeevloot en Atlantische vloot mislukte evenwel (april 1692). De Fransen konden slechts 44 linieschepen bijeenbrengen, terwijl de Brits-Staatse vloot er 82 telde. Aan het Normandische schiereiland Cotentin bleven beide partijen gelijk in Barfleur (mei 1692), maar 3 Franse schepen gingen verloren vóór Cherbourg en door branders 12 vóór La Hougue (juni 1692). De Franse oorlogsvloot was toen niet meer de grootste ter wereld, vooral omdat de toestand Lodewijk XIV ertoe aanzette om zijn schaars wordende middelen vooral voor het landleger te gebruiken. De Engelse oorlogsvloot werd de grootste ter wereld en zou dat tot in de 20e eeuw blijven. De Republiek zette in op het landleger en had hoge oorlogsschulden. Veel oorlogsbodems bijbouwen kon ze niet en ze ging als zeemacht achteruit. Voor de Zuidelijke Nederlanden was La Hougue een enorme meevaller, want Engeland zou in de 18e en de 19e eeuw met zijn grotere vloot Franse koloniën aanvallen en Frankrijk zo afleiden van de Zuidelijke Nederlanden. In geopolitiek opzicht was La Hougue voor hen een even groot succes als de slag bij Rocroi in 1643 een ramp was geweest. Als bewijs voor Frankrijks aangeslagen zeemacht kon gelden dat Lodewijk XIV voortaan rekende op Vlaamse kapers zoals Jan Baert uit Duinkerke, net zoals ook Spanje rond 1640 op Vlaamse kapers aanleunde toen het alle macht op zee verloor.

De Negenjarige Oorlog loopt vast (1692-1695)[bewerken]

Overigens patstellingen alom. De Franse vesting- en belegeringsexpert Vauban veroverde voor Frankrijk op zijn Nederlandse rivaal Coehoorn nog Namen (juni 1692). Willem III verrichtte daarop tegenaanvallen in de Zuidelijke Nederlanden. Maar zijn verrassingsaanval met Brits-Staats-Deense troepen te Steenkerke (augustus 1692) onder Brussel werd een Franse zege. De Franse aanval onder maarschalk Luxembourg te Neerwinden bij Landen (juli 1693) met 80.000 tegen 50.000 man werd dat eveneens. Gelukkig voor Willem III werd die zege niet uitgebuit. Lodewijk XIV leidde Luxembourg immers af naar het heroveren van Charleroi (september 1693). Ondanks Steenkerke en Neerwinden bleef men zo in de Zuidelijke Nederlanden passen ter plaatse maken. Hetzelfde gebeurde trouwens in de Palts, waar Frankrijk verloor bij Pforzheim (september 1692), doorstootte tot Heidelberg, die stad vernietigde (mei 1693) en dan terugtrok.

Ook op zee volgden onbesliste slagen. De Franse vloot met 70 linieschepen bracht vóór het Zuid-Portugese Lagos (juni 1693) 50 Engelse en Staatse koopvaarders tot zinken van het Smyrna-konvooi uit het Osmaanse Rijk en maakte er 40 buit, wat de begeleiders met slechts 13 linieschepen niet konden verhinderen. En de West-Vlaming Jan Baert veroverde voor Frankrijk bij Texel 30 graanschepen (juni 1694), maar die kwamen wel uit een konvooi van 170 Franse graanschepen uit Noorwegen die de Republiek had gepraaid. Desondanks kon Baert Frankrijk zo helpen tijdens de hongersnood. Een Engels-Staatse landing bij Brest mislukte. Maar de Engels-Staatse vloot vernielde wel Dieppe (juni 1694) en later nog andere Franse havens waaronder Duinkerke (augustus 1695).

Frankrijk kon in Catalonië (1689-1697) pas Barcelona veroveren toen het de Negenjarige Oorlog al verloren had.

Frankrijk kent hongersnood en buit zijn zeges niet uit (1693-1695)[bewerken]

Frankrijk versloeg Savoye en de Spanjaarden verpletterend bij Marsaglia in Piëmont (oktober 1693), maar ook dit succes werd niet uitgebuit. Want diezelfde Franse troepen vielen kort daarop doorheen Zuid-Frankrijk binnen in Noordoost-Spanje, wonnen daar te Torroella (mei 1694) en namen er Gerona in (juni 1694). Maar ze konden niet doorstoten tot in Barcelona omdat daar een Engels-Staatse vloot verscheen. Juist zoals in de Zuidelijke Nederlanden en juist zoals in Piëmont verzandde ook in Catalonië de oorlog in een patstelling. In Frankrijk en Noord-Italië mislukten de oogsten in 1693, zodat Frankrijk hongersnood kende en twee miljoen hongerdoden, 10 % van zijn bevolking, te betreuren had (1694). In Engeland besliste het Parlement onderwijl om jaarlijks te vergaderen en om de drie jaar parlementsverkiezingen te houden (december 1694). Het parlementarisme schoot er dieper wortel. De kloof tussen Lodewijk XIV en Engeland/Schotland verbreedde. Frankrijk kon vanaf 1694 niet meer genoeg belasting heffen om zijn leger van 400.000 soldaten op peil te houden. Bovendien was Lodewijk XIV een beperkt man, wel met een groot machtsgevoel en imponeringsvermogen, maar anderzijds zwak in lezen en schrijven. Hij genoot aanvankelijk nog van het intelligente beleid van een Richelieu en een Mazarin vóór hem, en de hulp van Mazarins tijdgenoten zoals de veldheren Condé en Turenne, of Mazarins beschermelingen zoals maarschalk Luxembourg, de fortenbouwer Vauban, de econoom Colbert en de organisator Louvois. Later evenwel koos hij onderdanige middelmatigen, met militair en diplomatiek alle gevolgen van dien. Colbert en Condé ontvielen hem in 1683 en 1686, Louvois en Luxembourg in 1691 en 1695. Typisch voor het eigen tekortschieten van Lodewijk XIV was dat hij de zeges bij Fleurus, Beachy Head, Neerwinden en Marsaglia telkens teniet deed door verkeerde ingrepen achteraf. En dat was spijtig voor Frankrijk, want aan die reeks Franse overwinningen kwam nu een einde.

Het Franse geschut vernietigt Brussel (augustus 1695). Voortaan houden versterkte steden op om forten te zijn

Frankrijk verliest de oorlog in de Brusselse fase (1695-1697)[bewerken]

Het keerpunt was de Brusselse fase (1695-1697) van de Negenjarige Oorlog toen Coehoorn met de bondgenoten plots Namen op de Fransen heroverde (juli-september 1695). In een poging de Grote Alliantie af te leiden, vernielden de Fransen daarop de hoofdstad van de Zuidelijke Nederlanden, Brussel (augustus 1695). Hun geschut op de hoogtes van Anderlecht ten zuidwesten van de stad vernielde de Grote Markt en het stadscentrum, waarbij 14.000 huizen en een derde van de stad in vlammen opgingen. Samen met de Palts prijkte dit hoog op de lijst met oorlogsmisdaden door Lodewijk XIV.

Het was ook een keerpunt qua oorlogsvoering, want de grote steden waren begin van de 16e eeuw versterkt geweest met bouwwerken, en door deze beschieting bleken die voortaan nutteloos. De reikwijdte van de kanonnen bleek voldoende om een hele stad in puin te leggen. Steden als forten gebruiken ging niet meer. En zo eindigde de trage oorlogvoering die ermee gepaard ging. In de 18e eeuw zou men vooral open veldslagen voeren. De stadsversterkingen werden in de 18e eeuw verwaarloosd en zouden verkommeren, tot men er in de 19e eeuw ringwegen van maakte. Die ontwikkeling zou het de Fransen des te gemakkelijker maken om de Zuidelijke Nederlanden onder de voet te lopen. De steden en hun garnizoenen als sperforten gebruiken zoals Spanje dat heel de 17e eeuw had gedaan werd onmogelijk.

De beschieting van Brussel had niet het door de Fransen gewenste effect, want de verbondenen wilden via Namen en de Maas in Frankrijk oprukken, wat de Fransen dwong om de Zuidelijke Nederlanden te ontruimen. Lodewijk XIV liet daarop zijn strijdkrachten hergroeperen om de oorlog in Italië te beëindigen. Hij liet Savoye de vesting Casale vernietigen en aan Mantua teruggeven (juli-september 1695). Vervolgens kon hij Savoye uit de oorlog tillen door een vrede waarbij hij het Nice en Franstalige Savoye en de afgebroken sterkte Pinerolo teruggaf (augustus 1696) wat Frankrijk vernederde en Savoye als middelgrote macht versterkte. Jan van Brouchoven, graaf van Bergeyck, regeringsleider van de Zuidelijke Nederlanden voor Maximiliaan Emanuel, bezocht daarop Willem III in Londen (1696) om een geheim delingsverdrag van het Spaanse rijk te bespreken. Hij wilde de overdracht van de Zuidelijke Nederlanden van Spanje naar Beieren met de verbondenen overleggen.

De West-Vlaamse kaper Jan Baert veroverde of kelderde voor Frankrijk nog 80 Staatse koopvaarders bij de Doggersbank (juni 1696). Maar de Engelsen bouwden schepen bij en overtroefden hiermee Frankrijk. En Lodewijk XIV bleek met zijn hoge belastingen Frankrijk geruïneerd te hebben (1696). Let wel dat ook de verbondenen geldmoeilijkheden hadden, zodat er dat jaar weinig wapenfeiten waren. Maar in Polen werd na Sobieski in plaats van de Franse kandidaat de Saksische kandidaat van Rusland en van de keizer tot koning verkozen (juni 1697), wat de oude Franse bondgenoot Polen-Litouwen deed verworden tot een Russische en een Oostenrijkse satellietstaat.

Alleen tegen Spanje boekte Frankrijk nog successen; in Zuid-Amerika met de inname door Franse kapers van het Noord-Colombiaanse Cartagena (mei 1697) en dan in Catalonië met de inname van Barcelona (juni-augustus 1697). Maar Lodewijk XIV zat op zee in het defensief, en thuis in geldnood terwijl de Grote Alliante Parijs en Versailles bedreigde. Bovendien leek de kinderloze Spaanse koning Karel II op sterven na dood. Lodewijk XIV verlangde ook vrede omdat hij vreesde dat de verbondenen hem anders zouden kunnen beletten om aan de Spaanse erfenis te geraken.

De Vrede van Rijswijk beëindigt de Negenjarige Oorlog (1697)[bewerken]

Frankrijk verloor veroveringen door de Vrede van Rijswijk (blauw) maar had al flink aan de Zuidelijke Nederlanden en het Heilige Roomse Rijk geknabbeld (paars).

Lodewijk XIV moet veroveringen teruggeven[bewerken]

Frankrijk gaf er de brui aan. In de Vrede van Rijswijk bij Den Haag (september-oktober 1697) mocht Lodewijk XIV zijn herenigingen in Straatsburg en de Elzas ten westen van de Rijn houden, en in de Cariben kreeg hij van Spanje West-Hispaniola/Haïti dat de Fransen evenwel al decennia bezetten. Maar Freiburg en andere plaatsen ten oosten van de Rijn moest hij opgeven, en uit de Saar, uit Luxemburg en uit de Palts moest hij terugtrekken, evenals uit grote delen van Lotharingen dat hij al 27 jaar bezet hield. En naast Luxemburg moest hij in de Zuidelijke Nederlanden ook veroveringen zoals Bergen, Kortrijk, Charleroi en Aat ontruimen. Ten slotte moest hij Engeland/Schotland en de Republiek gunstige handelsvoorwaarden toekennen. Het machtsevenwicht in West-Europa was hersteld, de Franse hegemonie gebroken. De Zuidelijke Nederlanden hadden echter tijdens de afgelopen veertig jaar Artesië en delen van Vlaanderen en Henegouwen verloren. De Nederlandssprekende steden Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Veurne en Ieper waren eveneens in Franse handen.

De Republiek bemant Barrièreforten in de Zuidelijke Nederlanden[bewerken]

Daarenboven liet Spanje de Republiek krachtens het Eerste Barrièretractaat (1697), dat bij de Vrede van Rijswijk aansloot, toe garnizoenen te legeren in grenssterkten van de Zuidelijke Nederlanden. Dat gebeurde dat in Oostende, in Nieuwpoort, Kortrijk, Bergen, Aat, Charleroi, Namen en Luxemburg-Stad. Voortaan was het eerder de Republiek dan Spanje die de Spaanse Zuidelijke Nederlanden tegen Frankrijk zou verdedigen. Alhoewel nog altijd Spaans, maar beloofd aan Beieren, werden de Zuidelijke Nederlanden zo volkenrechtelijk een bufferstaat tussen de Republiek en Frankrijk. Ze voelden die Staatse sperforten echter aan als een bezetting. De Zuidelijke Nederlanden moesten er 60 % van de kosten van dragen, terwijl de officieren er uitsluitend calvinistische Nederlanders waren.

West-Europa in 1700, na de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Oostenrijk bezet delen van de Osmaanse Balkan, het verzwakte Spanje blijft met zijn Italiaanse bezittingen en met de Zuidelijke Nederlanden de grootste staat van West-Europa

De Zuidelijke Nederlanden worden verwaarloosd, de Republiek staat sterk[bewerken]

De Zuidelijke Nederlanden werden “Spaans” genoemd, maar Nederlanders, Engelsen en keizerlijken verdedigden ze. Het verzwakte Spanje wilde hen allang kwijt. Spanje had ze zelfbestuur gegeven onder Albrecht en Isabella (1599-1621) en ze later met landvoogd Leopold Willem (1647-1656) opnieuw aan Oostenrijk proberen door te spelen. Uiteindelijk gaf Karel II ze, in volle Negenjarige Oorlog en bezet door Lodewijk XIV, aan Beieren en aan diens keurvorst Maximiliaan II Emanuel (1692-1714). Opmerkelijk was dat Spanje telkenmale katholieke, Germaanse landen koos, katholiek en dus verwant met Spanje, maar ook katholiek én Germaans, en dus verwant met Vlaanderen. Maar op het einde van de Negenjarige Oorlog werden de kaarten herverdeeld. De Spaanse Habsburgers zouden uitsterven met Karel II (1700). En zijn opvolger kon zijn eigen gebieden verenigen met die van Spanje. Om het machtsevenwicht te bewaren moest het Spaanse rijk daarom opgedeeld worden. En Frankrijk beoogde in de Delingstraktaten (1698-1699) vooral Spaans-Italië, dat wil zeggen Milaan-Lombardije, Zuid-Italië en de Italiaanse eilanden (in de Spaanse Successieoorlog die zou volgen (1701-1715), beoogde Frankrijk zelfs het hele Spaanse rijk). En zo verloren de Zuidelijke Nederlanden Lodewijk XIV's belangstelling voor een groot deel. Wel zouden zijn vernietigende oorlogen op hun grondgebied ze verder en dieper hun Duistere Eeuwen in duwen. De Republiek daarentegen stond voorlopig sterk door haar sperforten in de Zuidelijke Nederlanden en door haar personele unie met Engeland/Schotland. Dat was een betrekkelijk comfortabele toestand, gezien het feit dat ze het overwicht op zee had verloren en nu heel geleidelijk aan ook als grootmacht zou verzwakken.

Externe link[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • (nl) (1982): Algemene Geschiedenis der Nederlanden Deel 6, 7 en 8. Fibula-Van Dishoek , Haarlem.
  • (nl) (1999): Kalendarium Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen. Het Spectrum, Utrecht
  • (nl) Rooms, Etienne (2007): Lodewijk XIV en de Lage Landen. Davidsfonds, Leuven
  • (de) (1982): Der Grosse Plötz, Die Daten-Enzyklopädie der Weltgeschichte. Komet-Ma, Keulen
  • (de) Engel, Josef (1981): Grosser Historischer Weltatlas Dritter Teil Neuzeit. Bayerischer Schulbuch-Verlag, München
  • De Clerck C. : Francisco Bernardo de Quiros als Spaans ambassadeur in den Haag tijdens de negenjarige oorlog (1692-1697), Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1965.
  • Deschamps M. : Bijdrage tot de geschiedenis van Wervik tussen 1688 en 1713. De weerslag van de Negenjarige oorlog en de Spaanse Successieoorlog op het militaire, demografische, sociaal-economische en religieuze vlak, Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1979.
  • De Staercke L. : De negenjarige oorlog (1688-1697) en de weerslag ervan op de demografische situatie in de negen parochies van de Kasselrij en de stad Oudenaarde, Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1989.
  • Francke J. : Utiliteyt voor de gemeene saake : de Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697, Universiteit Leiden, Departement Geschiedenis, Doctoraatsproefschrift, 2001.
  • Januarissens L. : Mechelen, garnizoensplaats in de negenjarige oorlog (1689-1697), Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1985.
  • Van Assche G. : De sociaal-economische gevolgen van de Negenjarige Oorlog voor het land van Dendermonde (1688-1697), Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 2002.
  • Verhack J. : Brugge, garnizoenplaats in de negenjarige oorlog (1689-1697), Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1993.
  • Willems M. : De oorlogsschade in Brabant gedurende de negenjarige oorlog (1689 - 1697), Katholieke Universiteit Leuven, Licentiaatverhandeling, Departement Geschiedenis, 1958.