Nemicolopterus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nemicolopterus

Nemicolopterus crypticus is een pterosauriër behorend tot de Pterodactyloidea die tijdens het Vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China.

De soort werd in 2008 beschreven door Wang. De geslachtsnaam betekent "vliegende kleine bosbewoner" vanuit het Klassiek Griekse nemos, "bos(weide)", oikeoo, "bewonen" en pteron, "vleugel"; de soortnaam "verborgen" vanuit het Klassiek Griekse kryptos, een verwijzing naar de zeldzaamheid van kleine pterosauriërfossielen uit een beboste habitat.

Het fossiel, holotype IVPP V14377, bestaat uit een vrijwel volledig skelet van een juveniel dier, dat in 2004 nabij het dorp Luzhougou in het district Jianchang als een enkele plaat gevonden werd in de Jiufotang-Formatie (Aptien, 120 miljoen jaar oud) van de provincie Liaoning waarin zich verschillende Lagerstätten bevinden met een uitstekende conservering. Slechts kleine stukjes van de vleugelvingers en het puntje van de snavel ontbreken. Resten van de zachte delen, zoals haren of vlieghuid, zijn echter niet bewaard gebleven. Het exemplaar heeft een spanwijdte van maar 25 centimeter en de romp is slechts drie centimeter lang. Hoewel het een onvolgroeid juveniel dier betreft, concludeerde men dat Nemicolopterus een van de kleinste soorten pterosauriërs moest zijn: de verbening van het borstbeen en de buikribben wees er op dat het dier niet héél jong was. Men vermoedde een insectivore levenswijze als boombewoner van de toenmalige ginkgowouden en wees op de uitzonderlijk grote kromming van de uiterste kootjes aan de tenen, nuttig bij het vastklampen van takken, om deze hypothese te ondersteunen. De soort heeft een spitse vrij lange snuit (40% van de schedellengte van 40,3 mm), is tandeloos en heeft geen kam op het hoofd.

Een kladistische analyse wees uit dat Nemicolopterus zich basaal in de Dsungaripteroidea bevindt, het zustertaxon van de Ornithocheiroidea, een groep met zeer grote vormen. Dit zag men als aanwijzing dat de verschillende groepen grote pterosauriërs zich onafhankelijk uit kleinere vormen hebben ontwikkeld.

Er bestaat een gangbare theorie dat de vogels de pterosauriërs langzaam zouden hebben verdrongen, te beginnen met de niches voor de kleinere soorten, totdat er aan het eind van het Mesozoïcum alleen nog maar reusachtige soorten pterosauriërs over waren. Het feit dat in Solnhofen, een andere Lagerstätte, maar aan het eind van het Jura, maar één vogelsoort was, Archaeopteryx, maar vele pterosauriërsoorten, terwijl in Liaoning de situatie omgekeerd is, werd als bewijs voor deze theorie aangevoerd. Nemicolopterus bewijst dat in het Vroege Krijt althans niet alle kleine soorten pterosauriërs verdwenen waren.

Literatuur[bewerken]

  • Xiaolin Wang, Alexander W. A. Kellner, Zhonghe Zhou, en Diogenes de Almeida Campos, 2008, "Discovery of a rare arboreal forest-dwelling flying reptile (Pterosauria, Pterodactyloidea) from China", Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, vol. 105 (6) pp. 1983-1987; DOI:10.1073/pnas.0707728105