Neoclassicisme (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Neoclassicisme is een stroming in de klassieke muziek uit de 20e eeuw die teruggaat tot de voorbeelden van de componisten van de klassieke periode (zoals Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart) en de barokmuziek (zoals Giovanni Battista Pergolesi en Johann Sebastian Bach). Het gaat hierbij dus niet, zoals in de beeldende kunst, om een teruggrijpen op de klassieke oudheid.

Nuvola single chevron right.svg Zie Classicisme (muziek) en Neoclassicisme voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Als reactie op de laatromantische muziek en ook op de impressionistische muziek, waarin de klassieke vormleer veelal was losgelaten, grepen componisten terug op de oude vormschema's. Het betekende niet een onverkort teruggaan naar de stijl uit de tijd van Haydn of Mozart, want op harmonisch gebied maakten zij wel degelijk gebruik van de verworvenheden van hun eigen tijd. Het voorvoegsel "neo" (Gr. "nieuw") impliceert dan ook een samengaan van klassieke met nieuwe elementen. Men wilde de ontwikkelingen in de eigentijdse muziek absorberen, maar tegelijk contact houden met de traditie.

19e-eeuwse componisten als Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (Suite nr. 4, Mozartiana, 1887) en Edvard Grieg (Suite "in de oude stijl" Fra Holbergs tid, 1884-85) hadden zich al laten inspireren door de muziek uit vroeger tijden, maar de term neoclassicisme is toch gereserveerd voor muziek van 20e-eeuwse componisten. Voor hen was het neoclassicisme, dat vooral bloeide in het interbellum, slechts een fase in hun ontwikkeling. Er is vrijwel geen componist die uitsluitend neoklassieke werken op zijn naam heeft, met als enige uitzondering misschien Jean Françaix.

Enkele voorbeelden[bewerken]

  • Igor Stravinsky verwerkte in zijn ballet Pulcinella (1919-20) muziek van Pergolesi en vertoont in zijn Psalmensymfonie (1930) duidelijke invloeden van Bach.
  • De Eerste symfonie (1916-17) van Sergej Prokofjev draagt de naam "Klassieke". Prokofjev wilde dat men zou zeggen: "deze symfonie is geschreven door Joseph Haydn, maar wel in de 20e eeuw". Volgens sommigen is dit een omdraaiing van de uitgangspunten van het neoclassicisme.
  • Het Trio voor hobo, fagot en piano (1926) van Francis Poulenc knoopt duidelijk aan bij Mozart en ook de andere leden van de Groupe des Six hebben neoklassieke stukken geschreven.
  • Paul Hindemith schreef onder de titel Kammermusik (1922-27) zeven concerten voor verschillende bezettingen naar het voorbeeld van de Brandenburgse Concerten van Bach.