Neokolonialisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Neokolonialisme is een politieke term die de exploitatie beschrijft waar rijke landen zich schuldig aan maken ten aanzien van hun zelfstandig geworden (vroegere koloniale) gebieden. Dit concept wordt gezien als de laatste fase van imperialisme. De term werd voornamelijk gebruikt door Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen, revolutionairen, vooral in socialistische en communistische kringen.

Concept[bewerken]

Het belangrijkste verschil tussen neokolonialisme en het oude type van kolonialisme ligt in de overschakeling van open of directe vormen naar verborgen of indirecte vormen van slavernij, overheersing en uitbuiting van de ontwikkelingslanden.

Een belangrijk kenmerk van zulk neokolonialisme is dat de imperialisten gedwongen werden om hun oude stijl van directe koloniale heerschappij te veranderen in sommige gebieden en een nieuwe stijl van koloniale heerschappij en uitbuiting aan te nemen door te vertrouwen op de door hen geselecteerde en tussenpersonen.

Zo werden voornamelijk de Verenigde Staten ervan verdacht dit toe te passen, met verschillende middelen. Voorbeelden van die middelen zijn bij landen die net hun onafhankelijkheid hebben uitgeroepen te controleren, militaire blokken te organiseren, militaire basissen op te zetten, ‘federaties’ of ‘gemeenschappen’ op te richten en marionettenregimes te installeren.

Door economische ‘hulp’ of andere vormen behouden zij deze landen als afzetmarkten voor hun producten, grondstofbronnen en afzetgebieden voor hun kapitaaluitvoer, plunderen er de rijkdommen zonder rekening te houden met de baat van het volk en de mensenrechten.

Zo wordt niet alleen de V.S. maar ook de Verenigde Naties ervan beschuldigd het neokolonialisme in de hand te werken, door invloed uit te oefenen op de binnenlandse politiek van onafhankelijke staten.

De beschuldigingen aan het adres van de VN zijn vaak tweeledig. Enerzijds is de VN een organisatie die de internationale rechtsorde probeert te handhaven, onder andere door zich te beroepen op de Universele verklaring van de rechten van de mens. Het zijn veelal de westerse samenlevingen die op dit moment de UVRM omarmen, actief uitvoeren en willen doordrukken in staten waarin mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Omdat dezelfde westerse staten een imperialistisch verleden hebben, wordt een internationale handhaving van mensenrechten door de VN vaak gezien als neokolonialisme. Staten die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen maken hiervan gretig misbruik door hun criticasters te beschuldigen van neokolonialisme. Ze beroepen zich op hun soevereiniteit om zo ongestoord hun gang te kunnen gaan. Anderzijds is de VN politieke organisatie, gedomineerd door de Veiligheidsraad. Door de constructie en het vetorecht kunnen staten als de VS en Rusland de politieke agenda domineren. Deze kunnen dan besluiten een land te vervolgen wegens schending van de internationale rechtsorde, terwijl er eigenlijk sprake is van een neokolonialistisch motief. Een voorbeeld van een dergelijke beschuldiging, is de Irakoorlog. De V.S. beriep zich op VN resolutie 1441, terwijl critici stellen dat de V.S. hun oliebelangen in Irak wilden veiligstellen.

In de Afrikaanse geschiedenis[bewerken]

De term stamt uit de tijden van dekolonisatie (Na de Tweede Wereldoorlog) in Afrika. In de onafhankelijkheidsstrijd kwamen veel revolutionaire bewegingen tot de conclusie dat ze met de dekolonisatie afstevende op een nieuwe vorm van imperialisme. Kwame Nkrumah, die in 1957 leider werd van een nieuw onafhankelijk Ghana, verklaart het begrip in zijn boek: Neo-Colonialism: The Last Stage of Imperialism (1965).

Congo[bewerken]

Na een snelle dekolonisatie van Belgisch-Kongo, bleef België via de Société Générale de Belgique, 70% van de Kongolese economie beheren. Zo was de Société bijvoorbeeld een monopolie blijven houden op de exploitatie van natuurlijke grondstoffen in de "welvarende" regio's van de Kongo.

In de Latijns-Amerikaanse geschiedenis[bewerken]

De Cubaanse Revolutie is o.a. gebaseerd op de strijd tegen het neokolonialisme, maar ook het Bolivarisme van Hugo Chávez is op dit idee gebaseerd.

Kenmerkend voor Cuba is dat hoewel de Cubaanse regering na de revolutie fel tegen het imperialisme was, hulp van de Sovjet-Unie toch welkom was. Dit was pijnlijk voor revolutionairen als Che Guevara die de Sovjets zagen als een imperialistische mogendheid.