Neotenie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Neotenie (Grieks: neo: nieuw, jong + tenein: blijven) is het verschijnsel dat bij sommige diersoorten de larven (juvenielen) in het wild het volwassenstadium nooit bereiken, maar zichzelf wel kunnen voortplanten. Met name dat laatste is vrij uniek, omdat in de natuur volwassenheid synoniem is voor geslachtsrijpheid. Bij neotenie zijn de omstandigheden zodanig dat het voor de dieren gunstiger is als zij niet volwassen worden. Volgens Stephen Jay Gould vertoont de mens ook zeer sterke vormen van neotenie.

[bewerken] Vóórkomen

Bij sommige salamanders verliezen de dieren hun kieuwen als zij volwassen worden. Dat is een groot nadeel voor bijvoorbeeld soorten die in diepe meren of kraters leven (zoals de axolotl). In grotten is namelijk de zuurstofconcentratie veel lager dan elders, door het ontbreken van licht en dus ook van waterplanten.

Verder komt neotenie voor bij sommige motten, kevers en waaiervleugeligen, een familie van insectenparasieten, maar alleen bij vrouwelijke exemplaren.

[bewerken] Evolutie

Er bestaat een (evolutionaire) theorie dat struisvogels ooit zijn ontstaan door neotenie, omdat ze net zoals alle jonge vogels relatief grote poten, een lange nek, geen ontwikkelde vleugels, grote ogen en een kleine snavel hebben. Harde bewijzen hiervoor ontbreken echter.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen