Nepalese Burgeroorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nepalese Burgeroorlog
Kaart van Nepal
Kaart van Nepal
Datum 13 februari 199621 november 2006
Locatie Koninkrijk Nepal
Resultaat Meeste maoïstische eisen ingewilligd:
  • Vredesverdrag getekend
  • Grondwetgevende vergadering verkozen
  • Monarchie en staatsgodsdienst afgeschaft
Strijdende partijen
Flag of Nepal.svg Koninkrijk Nepal
Gesteund door:[1]
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van India India
South Asian Communist Banner.svg
Maoïstische rebellen
Commandanten
Koning Birendra (†)
Koning Gyanendra
Prachanda
Baburam Bhattarai
Troepensterkte
70.000 (april 2004)[1]
Verliezen
4500 doden 8200 doden

De Nepalese Burgeroorlog was van 1996 tot 2006 een binnenlands gewapend conflict tussen maoïstische rebellen en het regeringsleger van het Koninkrijk Nepal. Het conflict heeft aan zo'n 13.000 mensen het leven gekost[2] en leidde er uiteindelijk toe dat de monarchie werd afgeschaft en de staat een seculiere federale republiek werd.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Tot 1990 was Nepal een dictatuur waarin de koning een alleenheerschappij had. Door massale protesten werd in dat jaar een parlementaire democratie uitgeroepen. In de praktijk bleek daar echter vrijwel niets van terecht te komen. Toen er in 1996 verkiezingen waren waar de Verenigde Communistische Partij van Nepal (Maoïstisch) niet aan mee mocht doen, besloot zij onder leiding van Prachanda met geweld de machthebbers te verdrijven.

Verloop[bewerken]

In korte tijd kwamen grote gebieden in het westen van het land onder controle van de maoïstische rebellen. In de dichtstbevolkte gebieden bleven de regeringstroepen weerstand bieden.

Koninklijke moordpartij[bewerken]

Koning Birendra en prinses Shruti in 1999.

Op 1 juni 2001 schoot kroonprins Dipendra onder invloed van alcohol en andere drugs een groot deel van zijn familie (waaronder zijn vader Birendra) dood en schoot zichzelf vervolgens door het hoofd. Hoewel koning Birendra op slag dood was, overleefde Dipendra eerst nog vier dagen in coma en aldus werd hij conform de regels uitgeroepen tot koning voordat hij stierf. Dipendra's precieze motivatie is raadselachtig, al was er voordien toenemende onenigheid tussen hem en zijn ouders over zijn partnerkeuze: de Nepalese aristocrate Devyani Rani zou naar de zin van koningin Aishwarya te nauwe banden hebben met invloedrijke Indiase familieleden, hetgeen anti-Indiase sentimenten onder de Nepalese bevolking sterk zou aanwakkeren. Toen op 4 juni ook Dipendra overleed, werd zijn oom Gyanendra tot koning gekroond. Hij trachtte de grote onrust die onder het volk was ontstaan aanvankelijk te sussen door te beweren dat Dipendra's wapen (een AK-47) "per ongeluk" zou zijn afgegaan, hetgeen echter door wapenexperts werd weersproken en door veel woedende en verbijsterde burgers niet geloofd; er braken rellen uit tegen Gyanendra's kersverse heerschappij.[3] De Nepalese bevolking reageerde aanvankelijk vol ongeloof dat Dipendra zijn naaste familieleden had vermoord, maar latere onderzoeken en getuigenverklaringen lieten daarover geen twijfel meer bestaan.[4] Gyanendra was weinig populair, mede door zijn sterk betwijfelde verklaring van de schietpartij en vooral vanwege zijn zeer omstreden zoon Paras, die plots troonopvolger was geworden.[5]

Opmars maoïsten en verheviging strijd[bewerken]

Een legercontrolepost in West-Nepal.

Opmerkelijk genoeg roemden de maoïstische rebellen oud-koning Birendra in een verklaring, waarin zij de moordpartij bestempelden als een "samenzwering van conservatieve krachten",[5] waaronder "Amerikaanse imperialisten" en "Indiase expansionisten". Met opportunistische retoriek die verschilde naar gelang de doelgroep probeerden de maoïsten, die nu ook in Oost-Nepal een grote aanhang kregen, munt te slaan uit de onrust en de weerstand onder burgers tegen het bewind van de nieuwe koning, waarbij zij in korte tijd tientallen politieagenten doodden.[6] In tegenstelling tot de inmiddels vermoorde Birendra, die de strijd zo veel mogelijk probeerde te sussen, besloot zijn broer en opvolger Gyanendra frontaal in de aanval te gaan tegen de rebellen en zette half juli 2001 voor het eerst in het conflict het leger in.[7] In november werd bovendien de noodtoestand afgekondigd. Het gevolg hiervan was dat er zowel bij de rebellen als bij de regeringstroepen veel slachtoffers vielen.[8] Daarnaast stegen ook de aantallen burgerslachtoffers schrikbarend. Door alle partijen werden de mensenrechten in Nepal op grote schaal geschonden.[9]

Als gevolg van de verhevigde burgeroorlog stortte het toerisme (de enige noemenswaardige bron van inkomsten voor Nepal) volledig in.[10] In februari 2002 doodden de maoïstische opstandelingen 129 mensen, waaronder agenten, militairen en 4 burgers in de slag om Mangalsen en een nabijgelegen vliegveld.[11] In april, toen de maoïsten ongeveer een kwart van het land beheersten, eisten de gevechten aan weerszijden honderden slachtoffers.[12] In mei doodden regeringstroepen dan weer meer dan 550 rebellen in een grootscheepse aanval op een maoïstisch trainingskamp in West-Nepal.[9]

Westerse wapenleveranties aan regeringsleger[bewerken]

Omdat de rebellen werden beschuldigd van terrorisme was de Nepalese regering in staat om in het buitenland wapens aan te schaffen tegen gereduceerd tarief; onder andere de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk leverden wapens aan het regeringsleger.[9] Toen uitlekte dat de Belgische minister Magda Aelvoet (Agalev) in juli zonder medeweten van de Kamer een Nepalese order van 5500 automatische wapens aan het Waalse bedrijf Fabrique Nationale de Herstal had goedgekeurd, leidde dit tot een korte crisis in de Regering-Verhofstadt I omdat de Vlaamse regeringspartijen en twee Vlaamse oppositiepartijen de wapenleveranties in strijd achtten met een Europese gedragscode en de Belgische wapenwet. Aelvoet trad af, maar Agalev (Vlaams groen) besloot uiteindelijk in de regering te blijven nadat overeen was gekomen dat de wapenleverantie zou worden uitgesteld tot na de verkiezingen van 13 november, mits deze democratisch zouden verlopen.[13][14][15]

Patstelling, koninklijke machtsgreep[bewerken]

Koning Gyanendra in 2005.

Premier Sher Bahadur Deuba ontbond in mei 2002 het parlement wegens onenigheid in de regering over het al dan niet opheffen van de noodtoestand, en schreef verkiezingen uit voor 13 november. Toen hij echter op 5 oktober besloot uit vrees voor verstoring door de maoïstische rebellen de verkiezingen uit te stellen tot 2003, werd hij ontslagen door koning Gyanendra, die daarop de macht greep, een zakenkabinet aankondigde en de verkiezingen voor onbepaalde tijd uitstelde.[16][17][18] Aanvankelijk werd Gyanendra's besluit aanvaard door de meeste politieke partijen en door patriottische Nepalezen toegejuicht,[18][19] maar de aanstelling van een kabinet vol persoonlijke vertrouwelingen en familieleden op 11 oktober verontwaardigde de gepasseerde Congrespartij en de Communistische Partij, van wie 4000 aanhangers tegen het nieuwe bewind demonstreerden.[20] De VN boden aan te bemiddelen tussen regering en rebellen, waarmee laatstgenoemden akkoord gingen. In november 2002 werd er zwaar gevochten in de districten Gorkha, Lamjung en Jumla, waarbij tientallen doden vielen, vooral onder de maoïsten. Beide kampen boden van tijd tot tijd onderhandelingen aan, waar echter niets van terecht kwam.[21][22] Op 20 december protesteerden in Kathmandu vrouwen massaal tegen het nieuwe zakenkabinet van de koning en het uitblijven van verkiezingen, vrezend voor het einde van de meerpartijendemocratie en een terugkeer naar de autocratische monarchie van vóór 1990.[1]

Wapenstilstand januari–augustus 2003[bewerken]

Eind januari 2003 werd naar moeizame onderhandelingen een staakt-het-vuren bereikt tussen de maoïstische rebellen en het koninklijke zakenkabinet onder leiding van premier Lokendra Bahadur Chand: de eersten zouden hun eis tot afschaffing van de monarchie en invoering van een republiek laten varen in ruil voor niet langer "terroristen" genoemd te worden, intrekking van een opsporingsbevel van Interpol en intrekking van beloningen op hun hoofd.[23] Terwijl de opstandige maoïsten (die inmiddels ruim de helft van Nepal hadden veroverd) en Gyanendra's autocratische zakenkabinet (dat de rest bleef regeren) voortonderhandelden, begonnen in mei 2003 in verschillende steden wekenlange protesten en rellen van studenten en in mindere mate burgers die zich zowel tegen een communistische éénpartijstaat als een koninklijke dictatuur keerden en demonstreerden voor een meerpartijendemocratie.[24] Een premierswissel van Chand naar de iets minder koningsgezinde Surya Bahadur Thapa in juni kon de democratische oppositie noch de maoïsten bekoren.[25] Na enkele nieuwe gewelddadigheden over en weer en een onbeantwoord ultimatum aan de regering dat zij een nieuwe grondwet diende op te stellen, zegden de maoïstische rebellen 27 augustus 2003 de wapenstilstand op.[26] Spoedig escaleerde het conflict en binnen 20 dagen waren er alweer 138 mensen omgekomen in de strijd, hetgeen de regering noopte geen troepen naar Irak te sturen omdat het alle manschappen in eigen land nodig had tegen de maoïsten.[27]

Hernieuwde escalatie, maoïsten teruggedreven[bewerken]

Maoïstische rebellen in Rolpa.

Vijf politieke partijen sloten zich bij de democratische oppositie en organiseerden demonstraties tegen het regime, dat regelmatig activisten en oppositieleden liet oppakken om verzet te ondermijnen. Ondertussen rukten de maoïstische rebellen eind september op tot in de Kathmandu-vallei en riepen op tot een driedaagse algemene staking, die uit angst onder de burgers massaal werd opgevolgd, ondanks een oproep van de regering om gewoon te gaan werken.[28] In verschillende districten eisten de maoïsten het vertrek van overheidsambtenaren, in andere vielen zij burgers aan die de staking overtraden en vooral in het oostelijke grensdistrict Panchthar vochten de rebellen met koningstroepen.[29] Terwijl veel Nepalezen duizenden bellen rinkelden en bidden dat kinderen en scholen zouden worden gespaard van het oorlogsgeweld (zoals bomaanslagen),[30] sloeg de regering het aanbod van buitenlandse diplomaten op bemiddeling af en zei dat het zelf wel orde op zaken zou stellen.[31] Tussen 27 augustus en begin november kwamen meer dan 1100 mensen om in de strijd.[32] Terwijl de burgeroorlog al een zware klap toebracht aan de grotendeels op toerisme drijvende Nepalese economie, begonnen de maoïstische rebellen in november 2003 voor het eerst toeristen te beroven.[33] Op 5 december bood de regering geld, scholing en banen aan aan rebellen die hun wapens in zouden leveren.[34] Na vele schermutselingen, waarbij volgens regeringsbronnen vooral rebellen bij werden gedood, bestormden honderden tot meer dan duizend maoïsten begin maart 2004 met raketwerpers en semiautomatische geweren een telecommunicatiecentrum in Bhojpur, waarmee alle telefoonverbindingen in en met het district werden verbroken. Ook voerden zij aanvallen uit op een politiebureau, een kazerne en een bank, mogelijk als afleidingsmanoeuvre. Het dodental van de acties was 91.[35][36][37] Volgens kolonel Deepak Gurung doodde het leger op 21 maart maar liefst 500 rebellen en verwondde er 200 toen zij een politiepost, legerbarakken en een regionaal bestuurscentrum in Beni aanvielen; aan regeringszijde zouden slechts 7 politieagenten en 11 soldaten zijn gesneuveld.[38]

Heropleving democratische beweging[bewerken]

Pro-democratische betogers in Kathmandu (april 2004).

In april deden in Kathmandu tienduizenden betogers mee aan demonstraties tegen de koning, georganiseerd door de oppositiepartijen, om het herstel van de democratie te eisen. Op 15 en 16 april pakte de politie 3000 tot 7000 demonstranten op, onder wie een oud-premier. Amnesty International drong aan op een einde van de massa-arrestaties omdat het meende dat "veiligheidsmaatregelen" werden misbruikt om burgers hun "legitieme vrijheid van politieke meningsuiting" te ontnemen.[39][40] Op 3 mei ontaardde een nieuwe betoging voor democratie in rellen toen de leiders van de twee grootste partijen, Girija Prasad Koirala (Congrespartij) en Madhav Kumar Nepal (CPN(UML)), werden opgepakt. Bij stenen gooien tussen politie en demonstranten raakten meer dan 80 mensen gewond, terwijl 2000 betogers werden opgepakt.[41] Toen de protesten bleven aanhouden, trad premier Thapa op 7 mei af.[42] De tienduizenden betogers bleven eisen dat Gyanendra met hen zou onderhandelen over herstel van de democratie en stelde een tweedaagse staking in, maar de koning bleef hen negeren.[43]

Blokkade van Kathmandu[bewerken]

Een door maoïsten beheerst dorp.

Ondertussen begonnen de maoïstische rebellen, die in 9 maanden strijd teruggedrongen waren tot ongeveer een kwart van het Nepalese grondgebied met Rukum als machtscentrum, aan een nieuwe opmars. Hoewel ze werden verafschuwd om hun buitensporige geweld en terreur, nam hun populariteit toe doordat zij een verbod instelden op polygamie, kinderhuwelijken, alcohol en hekserij, het land van grootgrondbezitters afnamen en herverdeelden onder de (doorgaans arme) boeren (80% van de Nepalese bevolking) en nieuwe infrastructuur aanlegden zoals bergwegen, betonnen bruggen en waterpijpleidingen.[44] In juli ontvoerden de rebellen 50 schoolkinderen en 12 leerkrachten, maar lieten hen twee dagen later weer vrij.[45] Naar verluidt deden zij zulke massa-ontvoeringen al vaker om kinderen, scholieren of studenten "na enkele dagen van communistische indoctrinatie" weer vrij te laten en zo de publieke opinie te beïnvloeden, hetgeen vooral slaagde op het arme platteland. Ook deden zij verschillende (bom)aanslagen in en rond Kathmandu, signalerend dat Gyanendra's harde militaire aanpak van de maoïsten niet leek te werken.[46] Op 18 augustus blokkeerden de rebellen voor onbepaalde tijd de vier toegangswegen naar Kathmandu –waarmee de hoofdstad (1,5 miljoen inwoners) praktisch was omsingeld en niet kon worden bevoorraad– om vrijlating van rebellenleiders en activisten en een onderzoek naar vermoorde of "verdwenen" strijdmakkers te eisen. Vice-premier Bharat Mohan Adhikary beweerde dat de stad het wel tien weken kon uithouden (hoewel prijzen van levensmiddelen fors stegen), maar omdat geen van beide partijen de andere kon verslaan, men moest onderhandelen.[47][48] Ondertussen vielen meer dan duizend maoïsten overheidsgebouwen in Jumla aan, waar zes uur lang werd gevochten, verschillende bommen ontploften, een militair omkwam en zes agenten werden ontvoerd.[49] De maoïstische guerrillero's hieven op 25 augustus de blokkade op, naar eigen zeggen op van aandringen van Nepalese burgers, zakenlieden en mensenrechtenactivisten, volgens de vice-premier onder druk van landen als de Verenigde Staten, India en China die de rebellen tot onderhandelingen zouden hebben bewogen.[50]

Mislukte onderhandelingspogingen augustus 2004–januari 2005[bewerken]

Op 22 september demonstreerden duizenden mensen in de hoofdstad voor vrede en tegen geweld door zowel de regering als de rebellen; laatstgenoemden sloegen al wekenlang aanboden tot onderhandelen af omdat de regering weigerde de VN erbij te betrekken.[51] Premier Sher Bahadur Deuba stelde de maoïstische rebellen eind november een ultimatum om vóór 13 januari 2005 over vrede te komen praten, anders zou de regering een militair offensief inzetten en nieuwe parlementsverkiezingen houden. Volgens Deuba is voor de regering nu alles bespreekbaar, zoals een nieuwe grondwet, het niet langer stigmatiseren van de maoïsten als "terroristen" en het garanderen van hun veiligheid.[52] Gevechten gingen door in onder meer Banke, Bardia (West-Nepal) en Urlabari (Morang). Half december doodden de maoïsten, die de vrijlating van medestrijders eisten en dreigden de verkiezingen te verstoren, in verschillende aanslagen 80 mensen, blokkeerden Kathmandu opnieuw (deze keer gedeeltelijk) en riepen op tot een tweedaagse staking, die uit angst voor geweld massaal werd opgevolgd: het verkeer lag stil en scholen werden gesloten.[53][54] Terwijl in gevechten tussen leger en rebellen 34 doden vielen, bracht de koning een bezoek aan India om steun te vragen.[55] Begin januari 2005 zei het leger in het zuidwesten 150 maoïsten te hebben gedood.[56] Het ultimatum liep af zonder dat de rebellen erop ingingen, waarop premier Deuba zei de verkiezingen in april te zullen doorzetten, ook al gaf hij toe dat het overbelaste leger niet in staat was om de opstand te verslaan.[57]

Afloop en nasleep[bewerken]

Democratieprotesten in 2006.

De steun van de Nepalese bevolking voor het bewind van Gyanendra nam steeds verder af terwijl de maoïsten steeds meer terrein wonnen. Toen in april 2006 de koning een grondwettelijke staatsgreep pleegde, leidde dit tot een spontane volksopstand. De rebellen kondigden een wapenstilstand af en traden in onderhandelingen met de zes andere politieke partijen, terwijl een algemene staking in werking trad. De door het regime ingestelde spertijd verhinderde dit niet, en toen het leger hardhandig ingreep kwam het tot massale pro-democratische en antiregeringsdemonstraties in de hoofdstad Kathmandu, waarbij politie en leger grotendeels afzijdig bleven. Onder deze druk herstelde koning Gyanendra op 24 april de bevoegdheden van het parlement en ging akkoord met een door de zeven partijen voorgestelde interim-regering onder leiding van premier Koirala, die hij 25 april aanstelde. Dit was de maoïsten aanvankelijk onvoldoende: men eiste de afschaffing van de monarchie en de instelling van een grondwetgevende vergadering, en dreigde de wapens op te nemen als hier niet aan voldaan werd. Op 27 april ging men toch akkoord met een drie maanden durende wapenstilstand en het democratische proces een kans te geven. Op 18 mei tekende de interim-regering een akte die het parlement een leger van 90.000 soldaten gaf, het Nepalese koningshuis de meeste rechten ontnam en enkele verplichtingen stelde, en de hindoeïstische staatsgodsdienst afschafte om een seculiere staat in te stellen. Op 21 november 2006 werd tussen de regering en de maoïstische rebellen een definitieve vredesovereenkomst gesloten die de burgeroorlog formeel beëindigde. Uiteindelijk werd in 2008 ook de monarchie afgeschaft en Nepal werd een federale republiek.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Jahrbuch 2003 (DTV/Der Spiegel)
  1. a b c "Protest tegen de koning", Trouw, 21 december 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  2. Landmark Nepalese cabinet delayed. BBC News, 31 maart 2007. Geraadpleegd 31 maart 2007.
  3. "Rellen na koningsdrama Nepal", Trouw, 5 juni 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  4. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Birendra Bir Bikram Shah Deva". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  5. a b Gert Jan Rohmensen. "Nieuwe vorst Nepal weinig populair", Trouw, 5 juni 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  6. Lucia de Vries. "Hoofdstad Kathmandu voelt hete adem revolutionairen", Trouw, 26 juni 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  7. "Hulp leger ingeroepen tegen rebellen Nepal", Trouw, 16 juli 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  8. "Zware gevechten leger en maoïsten in Nepal", Trouw, 27 november 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  9. a b c "Zware klap rebellen in Nepal", Trouw, 6 mei 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  10. Lucia de Vries. "Nepal hollend achteruit door rebellie maoïsten", Trouw, 4 december 2001. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  11. "Rebellenacties Nepal kosten 129 levens", Trouw, 18 februari 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  12. "Honderden doden bij gevechten in Nepal", Trouw, 15 april 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  13. "Belgen ruziën over wapens", Trouw, 24 augustus 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  14. "Uitstel wapenorder redt Belgische regering", Trouw, 30 augustus 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  15. Bert Schampers. "Agalev zoekt confrontatie", Trouw, 21 november 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  16. Reuters. "Koning van Nepal neemt regering over", Het Parool, 5 oktober 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  17. Reuters. "Koning grijpt macht in Nepal", NRC Handelsblad, 5 oktober 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  18. a b belga. "Politiek Nepal legt zich neer bij ontslag kabinet", De Standaard, 7 oktober 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  19. "Nepalezen steunen rebelse koning", Algemeen Dagblad, 9 oktober 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  20. AP, Reuters, AFP. "Monarchist benoemd tot premier Nepal", de Volkskrant, 12 oktober 2002. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  21. "Doden bij nieuwe gevechten in Nepal", Trouw, 16 november 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  22. "Tientallen doden bij nieuwe gevechten in Nepal", ANP, 23 november 2002. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
  23. "Hoop in Nepal na staakt-het-vuren", NRC Handelsblad, 1 februari 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  24. Joris van Poppel. "Nepal zit klem tussen koning en rebellen", Algemeen Dagblad, 21 mei 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  25. "Nepal heeft nieuwe premier", ANP, 4 juni 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  26. "Nepalese rebellen verklaren wapenstilstand voorbij", Trouw, 28 augustus 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  27. "Nepal: geen troepen naar Irak", Trouw, 17 september 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  28. Lucia de Vries. "Nepalees tv-journaal is toptheater", Trouw, 20 september 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  29. (en) "Maoist strike eases in Kathmandu as four die elsewhere in Nepal", Daily Times, Shehryar Taseer, 20 september 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  30. (en) "Thousands of bells toll for peace in Nepal", Deutsche Presse-Agentur, 21 september 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  31. (en) "Nepal irked at foreign diplomats' drive to ease political divide", Agence France Presse, 22 september 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  32. AFP. "Gevechten met rebellen in Nepal eisen 33 levens", de Volkskrant, 11 november 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  33. "Rebellen Nepal beroven toeristen", ANP, 12 november 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  34. AP. "Geld en banen voor rebellen in Nepal", NRC Handelsblad, 6 december 2003. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  35. "Veel doden bij aanval Nepalese opstandelingen", ANP, 3 maart 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  36. Reuters. "Maoisten leveren zware strijd met leger van Nepal", de Volkskrant, 4 maart 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  37. ANP. "Meer doden door geweld in Nepal", 5 maart 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  38. ANP. "Honderden doden door gevechten in Nepal", 21 maart 2004. Geraadpleegd op =9 oktober 2014.
  39. "Demonstraties voor democratie in Nepal", NRC Handelsblad, 16 april 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  40. "Protest tegen koning Nepal", Trouw, 17 april 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  41. "Politie van Nepal pakt tweeduizend demonstranten op", Provinciale Zeeuwse Courant, 3 mei 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  42. "Premier Nepal stapt op na massale protesten", ANP, 7 mei 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  43. "Oppositie Nepal staakt voor meerpartijendemocratie", Trouw, 12 mei 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  44. Binaj Gurubacharya. "Maoïsten winnen steeds meer terrein in Nepal", de Stentor, AP, 29 mei 2004. Geraadpleegd op 9 oktober 2014.
  45. "Rebellen Nepal laten ontvoerde kinderen vrij", ANP, 20 juli 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  46. "ACHTERGROND NEPAL - Maoistische rebellen steeds vaker actief rond hoofdstad Kathmandu", De Gelderlander, 21 juli 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  47. "Rebellen Nepal isoleren hoofdstad", ANP, 18 augustus 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  48. AP. "Nepal wil onderhandelen met maoisten", NRC Handelsblad, 19 augustus 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  49. "Nepalese rebellen ontvoeren politiemannen", ANP, 22 augustus 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  50. "Blokkade Kathmandu beeindigd ; Rebellen Nepal willen burgers ontzien", de Volkskrant, 25 augustus 2004. Geraadpleegd op 10 oktober 2014.
  51. "Duizenden straat op voor vrede", Algemeen Dagblad, 22 september 2004. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  52. "Nepal stelt rebellen ultimatum voor vredesoverleg", ANP, 25 november 2004. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  53. "Tientallen doden bij aanslagen in Nepal", Trouw, 21 december 2004. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  54. "Maoisten Nepal dreigen verkiezingen te verstoren", ANP, 20 december 2004. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  55. "Doden bij gevechten tegen maoïsten in Nepal", Trouw, 24 december 2004. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  56. "Nepalees leger doodt 150 maoisten", ANP, 5 januari 2005. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.
  57. Reuters. "Verkiezingen in Nepal ondanks terreurdreiging", de Volkskrant, 14 januari 2005. Geraadpleegd op 11 oktober 2014.