Rassenwetten van Neurenberg
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De rassenwetten van Neurenberg, ook wel anti-joodse rassenwetten of Neurenberger wetten genoemd, zijn een aantal racistische wetten die op 15 september 1935, ten tijde van het Derde Rijk, in Duitsland werden ingevoerd. De wetten waren bedoeld om de situatie aangaande het ontnemen van rechten van Joden die in de jaren voorafgaand stapsgewijs was ontstaan, te codificeren.
In deze wetten werd het verboden voor Duitsers om te trouwen met joden en Duitse joden werden hun burgerrechten ontnomen. Op deze manier probeerden de nazi's joden het leven zo zuur te maken dat ze 'vrijwillig' uit Duitsland zouden vertrekken. Later zou deze racistische wetgeving escaleren in de houding dat de joden en andere 'inferieure elementen' uitgeroeid moesten worden en maakten ze de weg vrij voor de holocaust.
Het geheel aan wetgeving valt uiteen in drie delen:
- De Burgerschapswet gaf regels rond het Duitse staatburgerschap en bepaalde wie Duitser was en wie niet. Duitser was hij/zij die Duits bloed had, en die door zijn daden het vaderland diende.
- De Wet ter Bescherming van het Duitse Bloed en de Duitse Eer verbood alle seksuele relaties tussen Duitsers en niet-Duitsers. Om te bepalen of iemand Duitser was of niet, telde de toestand van de grootouders. Iemand met drie of vier Duitse grootouders was een Duitser. Iemand met twee Duitse grootouders was een halfbloed, en iemand met slechts één of helemaal geen Duitse grootouders was geen Duitser. Huwelijken tussen joden en burgers van Duits en aanverwant bloed werden verboden. Daarnaast werden ook buitenechtelijke seksuele relaties tussen joden en burgers van Duits of aanverwant bloed verboden. Ten slotte was het joden niet toegestaan om vrouwelijke burgers van Duits of aanverwant bloed in dienst te hebben.
- De Wet ter Bescherming van de Genetische Gezondheid was een wet die bepaalde dat koppels die wilden trouwen een medisch onderzoek moesten ondergaan om te zien of ze genetisch geschikte kinderen konden voortbrengen. Deze vorm van eugenetica verbood huwelijken als een van de partners leed aan een geslachtsziekte, zwakbegaafdheid, epilepsie, en andere aandoeningen - tenzij men zich liet steriliseren.
De wetten behelsten verder het voeren van het hakenkruis als Duitse rijksvlag. Na de Tweede Wereldoorlog werden deze wetten ingetrokken.

