Neuromyelitis optica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Neuromyelitis Optica
ICD-10 G36.0
ICD-9 341.0
DiseasesDB 29470
MeSH D009471
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Neuromyelitis optica[1] (NMO), ook wel bekend als het syndroom[1] of ziekte van Devic, is een auto-immuunziekte, ontstekingsziekte waarbij het immuunsysteem van het eigen lichaam de oogzenuw en het ruggenmerg aantast. Neuro slaat op zenuwen, myelitis betekent ontsteking van de myeline (vetachtig omhulsel van zenuwen) en optica staat voor ogen.

Het resultaat hiervan is een oogzenuwontsteking (neuritis optica) en een ruggenmergontsteking (myelitis). Hoewel er ook in de hersenen ontstekingen kunnen ontstaan zijn deze toch anders dan die worden gevonden bij multiple sclerose.[2]

Ruggenmergontstekingen kunnen tot verschillende vormen van zwakte of verlamming leiden in armen en benen. Ook kan er verminderd gevoel ontstaan en blindheid[3] en/of verlies van controle over de blaas.[4]

De ziekte van Devic is een zeldzame afwijking die verschillende delen van multiple sclerose (MS) bevat, maar die een andere manier van behandeling behoeft voor een beter resultaat.[4] Er is geopperd dat NMO een variant zou zijn van acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM).[5][6]

Deze ziekte onderscheidt zich van multiple sclerose onder andere door het voorkomen van auto antistoffen tegen aquaporine-4 (AQP4)[7] in het bloed van patiënten met NMO (bijvoorbeeld bij 91% van Japanse patiënten met de Aziatische vorm, "opticospinale multiple sclerose").

Het eiwit AQP4 vormt waterkanaaltjes die onder andere voorkomen in astrocyten in het centrale zenuwstelsel. De antistoffen worden ook gevonden in het bloed van patiënten met longitudinal extensive transverse myelitis (85% van de patiënten) en van sommige patiënten met geïsoleerde neuritis optica, twee ziektebeelden waarvan de verwantschap met NMO momenteel wordt bestudeerd.

Symptomen[bewerken]

De hoofdsymptomen van de ziekte van Devic zijn een verminderd zicht en verminderde ruggenmergfuncties. De etiologie van Devic:

  • Neuritis optica (ON, oftewel oogzenuwontsteking), waarbij visuele problemen ontstaan, zoals een verminderde scherpte, maar ook andere beeld verstoringen kunnen voorkomen. Ook een verminderde kleuren gevoeligheid kan apart optreden nog voordat de scherpte verloren gaat.
  • Myelitis transversa (=dwars) (MT), ontsteking van het ruggenmerg. Ruggenmerg problemen kunnen leiden tot spierzwakte, verminderd gevoel, verminderde controle over de blaas.[8]

Een typische patiënt kan een acute en ernstige zwakte of spasticiteit van de benen (paraparesis) of van alle ledematen (tetraparesis) krijgen met gevoeligheidsklachten, vaak gepaard gaande met controle verlies van de urineblaas.

Mechanisme[bewerken]

Devic is een demyeliniserende ziekte, een ziekte die de myeline aantast. Voorbeelden van andere demyeliniserende ziekten die de hersenen en het ruggenmerg beïnvloeden zijn multiple sclerose (MS), acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM) en myelitis tranversa (MT, beïnvloedt alleen het ruggenmerg).

De ziekte van Devic is in bepaalde opzichten gelijk aan MS waarbij het immuunsysteem van het lichaam de myeline die de zenuwen omgeven aanvalt. Niet zoals bij normale MS, komen de aanvallen van de immuniteit T-cellen, maar worden de ontstekingen veroorzaakt door de antilichamen NMO-IgG genaamd. Deze antilichamen vallen proteïnen aan genaamd aquaporine-4 die tussen de celmembranen van astrocyten zitten en die zich gedragen als kanaaltjes voor het transport van water tussen de celmembranen[4].

Aquaporine-4 is betrokken bij de processen van de astrocyten die de bloed-hersenbarrière omgeven, een systeem dat verantwoordelijk is voor het voorkomen dat er bepaalde stoffen in het bloed naar de hersenen kunnen gaan. Deze bloed-hersenbarrière is verzwakt bij de ziekte van Devic, maar het is tot op heden nog onbekend hoe de NMO-IgG immuniteitsreactie tot demyelinisatie kan leiden.

Het meeste onderzoek naar de ziekte van van Devic is gericht op het ruggenmerg. De schade aan het ruggenmerg is in feite demyelinisatie door ontstekingen en afsterving door schade aan de witte en grijze stof. De ontstekingsplekken (laesies) bij de ziekte van Devic zijn geclassificeerd als type-II-laesies (complement mediated demyelinization), maar ze verschillen van de MS gerelateerde II laesies door hun verdeling die is voornamelijk rondom de bloedvaten (perivasculair).

Hierdoor is het patroon van ontstekingen vaak heel verschillend van dat bij MS wordt gezien.[4][9]

Diagnose[bewerken]

De Mayo Clinic heeft in 2006 een voorstel gedaan voor nieuwe criteria voor de diagnose van de ziekte van Devic. Deze nieuwe richtlijnen voor de diagnose bestaan uit 2 basis criteria plus ten minste 2 of 3 additionele ondersteunende criteria:

Basiscriteria:

  1. Neuritis optica
  2. Acute myelitis

Aanvullende criteria:

  1. Hersen-MRI voldoet niet aan de criteria van MS tijdens de ziekte.
  2. Ruggenmerg-MRI met aaneengesloten T2-gewogen signaal afwijkingen die minimaal 3 of meer ruggenmergsegmenten bestrijkt, als indicatie van een relatief grote laesie in het ruggenmerg
  3. NMO-IgG seropositieve status. De NMO-IgG test bepaald de aanwezigheid van de antilichamen tegen het aquaporin-4-antigen.

Differentiaaldiagnose[bewerken]

Een aantal neurologische aandoeningen laten vergelijkbare symptomen zien[10]:

Bepaalde bindweefselziekten als :

Omdat deze aandoeningen lijken op de echte ziekte van Devic wordt een oogzenuwontsteking gecombineerd met ruggenmergontsteking (met aanwijsbare oorzaken) ook wel het NMO-syndroom genoemd als tegenhanger van de echte ziekte van Devic (NMO) waarbij geen duidelijk aanwijsbare oorzaken van ontstekingen zijn aan te wijzen.

Varianten[bewerken]

Na de ontwikkeling van de NMO-IgG-test, is het spectrum van afwijkingen die vallen onder de ziekte van Devic uitgebreid. Men denkt nu dat het spectrum van de ziekte van Devic bestaat nu uit:

  • Standaardziekte van Devic, volgende de diagnose van de criteria zoals hierboven beschreven
  • Minimale vorm van de ziekte van Devic, zoals een eenmalige of terugkerende moment van longitudinally extensive myelitis, en bilateraal gelijktijdig of herhalende neuritis optica.
  • Aziatische opticospinale MS (OSMS). Deze variant kan een gevolg zijn van betrokkenheid van het centrale zenuwstelsel zoals bij MS[11]
  • Longitudinally extensive myelitis of neuritis optica gepaard gaande met systemische auto-immuunziekten
  • Neuritis optica of myelitis gepaard gaande met laesies in specifieke hersengebieden zoals de hypothalamus, de nuclei periventriculares en de hersenstam[12]

Of de ziekte van Devic een afzonderlijke ziekte is of onderdeel is van de grote spectrum van multiple sclerose staat nog steeds ter discussie. De ziekte van Devic onderscheidt zich doordat het gewoonlijk meer ernstige gevolgen heeft na een acute aanval dan bij MS, MS laat soms een myelitis transversa zien, en oligoclonale banden in het hersenvocht (liquor cerebrospinalis) alsook witte stof laesies in de hersen-MRI, die ongewoon zijn bij de ziekte van Devic maar die wel bij meer dan 90% van de MS-patiënten gevonden wordt[13].

Recent heeft men ontdekt dat antivirale immuniteitsreacties multiple sclerose kan onderscheiden van neuromyelitis optica.[14].

De ziekte van Devic gaat gepaard men vele systeemziekten, gebaseerd op anekdotisch bewijs van sommige Devicpatiënten met meervoudige stoornissen. Deze stoornissen bevatten onder andere: collageen-vasculaire ziekten, auto-antilichaamsyndroom, infecties met varicella-zostervirus, Epstein-Barrvirus, en HIV, en blootstelling aan Clioquinol en antituberculosemiddelen.[10]

Behandeling[bewerken]

Tot op heden is er geen behandeling voor de ziekte van Devic, maar de symptomen kunnen behandeld worden. Sommige patiënten herstellen, maar velen houden de handicaps zoals zichtvermindering en verminderde werking van de ledematen, die zeer ernstig kunnen zijn.

Aanvallen[bewerken]

Aanvallen worden behandeld met korte kuren met hoge doses intraveneus corticosteroïden zoals methylprednisolon IV. Als de aanvallen doorgaan of niet reageren op de corticosteroïden behandeling, kan plasmaferese een effectieve behandeling zijn.[12] Klinische onderzoek voor deze behandelingen bevatten zeer kleine aantallen patiënten, en de meeste behandelingen hebben ongecontroleerd plaatsgevonden.

Secondaire preventie[bewerken]

Geen enkel gecontroleerd onderzoek heeft kunnen aantonen dat een aanval voorkomen kan worden. Vele onderzoekers zijn het er over eens dat langetermijnimmunosuppressiva nodig zijn om de frequentie en de ernst van de aanvallen te reduceren, terwijl andere onderzoekers precies het tegenovergestelde beweren[15].

Veelvuldig gebruikte immuunsuppressivum behandelingen bevatten azathioprine (Imuran) plus prednisone, mycophenolate mofetil plus prednisone, Rituximab, Mitoxantrone, intravenous immunoglobulin (IVIG), en Cyclophosphamide.[12][16] Het monoclonal antilichaam rituximab wordt onderzocht.[17]

In 2007, werd gevonden dat de ziekte van Devic reageert op glatiramer acetaat [18] en lage dosering corticosteroïden.[19]

Prognose[bewerken]

Normaal is er wat verbetering binnen een paar weken, maar bepaalde gevolgen zullen blijven bestaan, soms kunnen dit ernstige gevolgen zijn. De ziekte kan monofasisch zijn, bv. als een eenmalige gebeurtenis met permanente gevolgen. Echter, minimaal 85% van de patiënten hebben een terugkerende vorm van de ziekte met herhaalde aanvallen van myelitis transversa en/of neuritis optica. Bij de patiënten met de monofasische vorm kan de myelitis transversa en neuritis optica tegelijk ontstaan of binnen enkele dagen na elkaar. Aan de andere kant, hebben patiënten met een herhaalde vorm meer kans op weken of maanden tussen de eerste aanvallen en hebben een betere motorisch herstel na de eerste episode met myelitis transversa.

Herhaling treedt op bij 55% van patiënten binnen het eerste jaar, en bij 90% van de patiënten binnen de eerste 5 jaar.[4] In tegenstelling tot MS is een tweede progressieve fase bij de ziekte van Devic zeldzaam, waarbij patiënten een toenemende mate van neurologische achteruitgang ervaren tussen aanvallen zonder herstel. De handicaps komen voort uit de acute aanvallen.[4]

Ongeveer 20% van de patiënten met monofasische Devic hebben een permanente gezichtvermindering en 30% hebben permanente verlammingsverschijnselen in een of beide benen. Tussen de patiënten met herhalende ziekte van Devic, hebben 50% verlammingsverschijnselen of blindheid binnen 5 jaar. Bij sommige patiënten (33% in een bepaalde studie) met myelitis transversa in het halsruggenmerg resulteerde de ziekte in een geblokkeerde ademhaling en overlijden. Doordat het spectrum van de ziekte van Devic groter geworden is en door de verbetering van de criteria, zijn de opties om te behandelen verbeterd, waarbij het resultaat, volgens onderzoekers, deze geschatte aantalen lager zullen worden.[4]

Epidemiologie[bewerken]

Statistische gegevens over de ziekte van Devic zijn nog niet voor handen, deels doordat de ziekte niet herkend wordt en vaak met MS verward wordt.[4] De ziekte van Devic komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, waarbij vrouwen 2/3 deel uit maken van de patiënten en meer dan 80% van de groep met een terugkerende vorm van de ziekte.[4] De ziekte van Devic komt vaker voor bij Aziatische mensen dan Caucasische. In feite zou Aziatische optic-spinal MS (OSMS) (wat 30% van de MS gevallen in Japan uitmaakt) gelijk kunnen zijn aan de ziekte van Devic. (er wordt verschil gemaakt in optic-spinal en classieke MS in Japanse patiënten). In de geografische groep mensen die in de tropen en subtropen wonen, is MS zeldzaam, maar waar het voorkomt blijkt het vaak een vorm van optical-spinal MS te zijn[20].

Het grootste deel van de patiënten met de ziekte van Devic, hebben geen familieleden met dezelfde symptomen, en het wordt beschouwd als een niet overerfbare ziekte.[4]

Historie[bewerken]

In 1870 was Sir Thomas Clifford de eerste die repte over een verband tussen myelitis en een oogzenuwaandoening. In 1894 beschreven Eugène Devic en zijn doctoraalstudent Fernand Gault 16 patiënten die zichtproblemen hadden in 1 of beide ogen en binnen enkele weken een ernstige spastische zwakte ontwikkelden van de ledematen, verlies van gevoel en vaak controleverlies over de blaas hadden. Ze schreven deze symptomen toe aan ontstekingen in de oogzenuw en in het ruggenmerg.[21]

Verschillende van deze gevallen werden beschreven waarbij oogzenuw ontsteking en myelitis geconstateerd werd, en velen dachten dat dit bewijs was voor een afzonderlijk klinische toestand. Hoewel sommige patiënten andere verschijnselen hadden in delen van de hersenen, een fenomeen wat meer deed denken aan Acute Disseminerende EncefaloMyelitis (ADEM) of MS.

In 2004, de Mayo-Cliniconderzoekers identificeerden het aquaporine-4-eiwit als het door de ziekte getroffene eiwit, en ontwikkelden een test om te helpen bij de diagnose Devic door het antilichaam NMO-IgG, in het bloed te markeren. Sommige patiënten met NMO kunnen seronegatief testen op NMO-IgG terwijl de positief NMO-IgG geteste patiënten niet aan de klinische criteria NMO voldoen, dus serologisch testen is nu een belangrijk onderdeel van de diagnostische procedure en seropositieve en seronegatieve gevallen worden beschreven op een manier zoals bij ernstige spierzwakte (myasthenia gravis). Volgens het Mayo Clinic rapport, was dit de eerste keer dat een moleculair doel geïdentificeerd is voor een type demyeliniserende ontstekings ziekten.[22]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Pittock SJ, Weinshenker BG, Lucchinetti CF, Wingerchuk DM, Corboy JR, Lennon VA (2006). Neuromyelitis optica brain lesions localized at sites of high aquaporin 4 expression. Arch. Neurol. 63 (7): 964–8 . PMID:16831965. DOI:10.1001/archneur.63.7.964.
  3. neuromyelitis optica .
  4. a b c d e f g h i j Wingerchuk, DM (2006). Neuromyelitis optica. The International MS Journal 13: 42–50 . PMID:16635421.
  5. Lennon VA, Wingerchuk DM, Kryzer TJ, et al. (2004). A serum autoantibody marker of neuromyelitis optica: distinction from multiple sclerosis. Lancet 364 (9451): 2106–12 . PMID:15589308. DOI:10.1016/S0140-6736(04)17551-X.
  6. Pittock SJ, Lennon VA, Krecke K, Wingerchuk DM, Lucchinetti CF, Weinshenker BG (2006). Brain abnormalities in neuromyelitis optica. Arch. Neurol. 63 (3): 390–6 . PMID:16533966. DOI:10.1001/archneur.63.3.390.
  7. Lennon VA, Kryzer TJ, Pittock SJ, Verkman AS, Hinson SR (2005). IgG marker of optic-spinal multiple sclerosis binds to the aquaporin-4 water channel. J. Exp. Med. 202 (4): 473–7 . PMID:16087714. DOI:10.1084/jem.20050304.
  8. Mayo Clinic. Devic's Disease Symptoms Geraadpleegd op 2008-03-11
  9. Lucchinetti CF, Mandler RN, McGavern D, et al. (2002). A role for humoral mechanisms in the pathogenesis of Devic's neuromyelitis optica. Brain 125 (Pt 7): 1450–61 . PMID:12076996. DOI:10.1093/brain/awf151.
  10. a b Cree BA, Goodin DS, Hauser SL (2002). Neuromyelitis optica. Seminars in neurology 22 (2): 105–22 . PMID:12524556. DOI:10.1055/s-2002-36534.
  11. Li Y, Xie P, Lv F, et al. (2008). Brain magnetic resonance imaging abnormalities in neuromyelitis optica. Acta Neurol. Scand. 0: 080331054152017 . PMID:18384459. DOI:10.1111/j.1600-0404.2008.01012.x.
  12. a b c Wingerchuk, Dean (2006). Neuromyelitis Optica (Devic's Syndrome) .
  13. Pearce JM (2005). Neuromyelitis optica (abstract). Spinal Cord 43 (11): 631–4 . PMID:15968305. DOI:10.1038/sj.sc.3101758.
  14. Jarius S, Franciotta D, Bergamaschi R et al. (2008). Polyspecific, antiviral immune response distinguishes multiple sclerosis and neuromyelitis optica. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 79: 1134 . PMID:18270237. DOI:10.1136/jnnp.2007.133330.
  15. Poser CM, Brinar VV (2007). Disseminated encephalomyelitis and multiple sclerosis: two different diseases - a critical review. Acta Neurol. Scand. 116 (4): 201–6 . PMID:17824894. DOI:10.1111/j.1600-0404.2007.00902.x.
  16. Weinstock-Guttman B, Ramanathan M, Lincoff N, et al. (2006). Study of mitoxantrone for the treatment of recurrent neuromyelitis optica (Devic disease). Arch. Neurol. 63 (7): 957–63 . PMID:16831964. DOI:10.1001/archneur.63.7.957.
  17. Matiello M, Jacob A, Wingerchuk DM, Weinshenker BG (2007). Neuromyelitis optica. Curr. Opin. Neurol. 20 (3): 255–60 . PMID:17495617. DOI:10.1097/WCO.0b013e32814f1c6b.
  18. Gartzen K, Limmroth V, Putzki N (2007). Relapsing neuromyelitis optica responsive to glatiramer acetate treatment. Eur. J. Neurol. 14 (6): e12–3 . PMID:17539924. DOI:10.1111/j.1468-1331.2007.01807.x.
  19. Watanabe S, Misu T, Miyazawa I, et al. (2007). Low-dose corticosteroids reduce relapses in neuromyelitis optica: a retrospective analysis. Multiple Sclerosis 13: 968 . PMID:17623727. DOI:10.1177/1352458507077189.
  20. Cabre P, Signate A, Olindo S, et al. (2005). Role of return migration in the emergence of multiple sclerosis in the French West Indies. Brain 128 (Pt 12): 2899–910 . PMID:16183661. DOI:10.1093/brain/awh624.
  21. T. Jock Murray, Multiple Sclerosis: The History of a Disease, Demos Medical Publishing, New York, 2005 ISBN 1888799803.
  22. Devic's Disease Research - Mayo Clinic Geraadpleegd op 2007-11-22