Ngawang Sungrab Thutob

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ngawang Sungrab Thutob
Ambtszegel van Thutob
Ambtszegel van Thutob
Tibetaans ངག་དབང་གསུང་རབ་མཐུ་སྟོབས
Wylie ngag dbang gsung rab mthu stobs
Andere benamingen Taktra Rinpoche
Portaal  Portaalicoon   Tibet

Ngawang Sungrab Thutob (Kyarpa, 1874 - Tölung Dechen, 1952) was de tweede Tagdrag Rinpoche en politicus. Hij volgde de Reting Rinpoche, Jampäl Yeshe Gyaltsen, op als de laatste van de regenten in historisch Tibet na diens aftreden in begin 1941.[1] Hij was als regent verantwoordelijk voor de opvoeding en opleiding van de jonge veertiende dalai lama Tenzin Gyatso.[2][3]

Regent van Tibet[bewerken]

Tagdrag Rinpoche benoemde aan het begin van zijn regentschap alleen mensen die hem werden aanbevolen door Jampäl Yeshe Gyaltsen. Gyaltsen had verwacht dat hij enkele jaren afstand zou doen van zijn regentschap, maar kwam bedrogen uit toen Tagdrag daar niet aan meewerkte.[2]

Dit sloeg op een gegeven moment om in een situatie waarin hij iedereen ontsloeg die de zijn voorganger steunde. De machtsstrijd bereikte een hoogtepunt, toen hij bewezen zag dat Gyaltsen contact had opgenomen met de Kwomintang-regering van Chiang Kai-shek, waarin Gyaltsen verklaarde bereid te zijn afstand te doen van de soevereiniteit van Tibet, in ruil voor militaire steun tegen zijn vijanden, door onder meer Tagdrag te vermoorden. In april 1947 waren er wekenlang bloedige ongeregeldheden in Lhasa, waarbij duizenden monniken Gyaltsen steunden. Tagdrag liet Gyaltsen uiteindelijk oppakken, ondervragen en in de Potala-kerkers vermoorden, voordat er een vonnis uitgesproken kon worden.[2]

Tot de invasie van Tibet door het Volksbevrijdingsleger in 1950-51 deed Tagdrag pogingen om het verzwakte Tibetaans leger leven in te blazen. Het Verenigd Koninkrijk verkocht Tibet munitie en wapens, maar dat waren kleine hoeveelheden en het kwam te laat.[2]

De regent was niet populair onder het volk, dat zich overgeleverd voelde aan zijn kliekjesgedoe. De functionarissen in zijn omgeving hadden zich erg impopulair gemaakt door zich in te laten met omkoperij. Eind jaren veertig, toen het Volksbevrijdingsleger Amdo al had ingenomen en dreigde ook Tibet te willen bevrijden, achtte de bevolking de regent ongeschikt het land te leiden dat een oorlog opgedrongen kreeg. Steeds meer stemmen deden zich in Lhasa op voor een vervroegde meerderjarigheidsverklaring van de dalai lama, zodat hij de leiding over het land zou overnemen. Volkomen nieuw in die tijd was dat er in de stad affiches aan de muren waren geplakt met de tekst "Geef de dalai lama de macht!"[4]

Voorganger:
Lobsang Khyenrab Wangchug
2e Tagdrag Rinpoche
1874-1952
Opvolger:
Tenzin Geleg
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Barraux, Roland (1995) Die Geschichte der Dalai Lamas - Göttliches Mitleid und irdische Politik, Komet/Patmos, Frechen/Düsseldorf, ISBN 3-933366-62-3, p.p. 275-282
  2. a b c d (nl) Laird, Thomas (2007) Het verhaal van Tibet: Gesprekken met de Dalai Lama, p.p. 265, 268, 276-77, 287, A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht ISBN 978-90-229-8784-1
  3. (en) Tibetaanse regering in ballingschap, Discovery of His Holiness 14th Dalai Lama
  4. (nl) Harrer, Heinrich (1953) Zeven jaar in Tibet: mijn leven aan het hof van de Dalai Lama, Uitgeverij Pax, 's-Gravenhage, pag. 316