Nicolaus Bruhns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nicolaus Bruhns, ook wel Nicholas Bruhns (Schwabstedt, ?1665 - Husum, 29 maart 1697) was een violist, organist en componist die vooral bekend is als 'voorbeeldcomponist' van de jonge Johann Sebastian Bach[bron?]. Hij geldt als belangrijk vertegenwoordiger van de Noord-Duitse Orgelschool.

Hij studeerde bij zijn vader Paul Bruhns (1640-89?) die organist was in Schwabstedt (Deens: Svavsted) in Hertogdom Sleeswijk. Later studeerde hij compositie en orgelspel bij Dieterich Buxtehude in Lübeck. Met hulp van Buxtehude verkreeg hij een betrekking als violist en componist aan het Deense koninklijke hof in Kopenhagen. In 1689 werd hij stadsorganist van Husum, zijn laatste betrekking voor zijn vroege dood (verschillende bronnen spreken elkaar tegen, of hij op dat moment 31 of 32 jaar was).

Bruhns stond bekend om zijn vioolimprovisaties waarbij hij op het pedaal van het orgel de baspartij speelde. Hij gold als een van de grote componisten van religieuze cantates van zijn tijd. Zijn composities voor kamer-orkesten zijn allen verloren gegaan. Van het overgeleverde deel van zijn oeuvre nemen de geestelijke composities het leeuwendeel in.

Bruhns' orgelmuziek is geschreven in een stijl die Stylus Phantasticus wordt genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de vijf orgelcomposities die van hem zijn overgeleverd: twee grote Praeludia-pedaliter (in e-moll en G-dur), twee minder omvangrijke Praeludia-pedaliter (in e-moll en g-moll) en een breed-uitgesponnen bewerking van het Adventskoraal "Nun komm der Heiden Heiland" dat als een van de beste voorbeelden geldt van het compositiegenre (maar in zijn tijd vooral improvisatiegenre) de Noord-Duitse koraalfantasie.

Het is aan de inspanningen van de jonge Johann Sebastian Bach te danken dat nog enkele composities van Bruhns bewaard bleven. Alle bronnen van overlevering van bovengenoemde werken zijn handgeschreven kopieën uit Bachs directe omgeving van (op zijn beurt) kopieën die hij gedurende zijn gymnasiumtijd in Lüneburg vermoedelijk bij de organist Georg Böhm thuis had vervaardigd en die hij later meenam naar zijn geboortestreek Thüringen.

Carl Philipp Emanuel Bach, tweede zoon van Johann Sebastian Bach, schreef later aan Johann Nikolaus Forkel, de biograaf van zijn vader, dat die het werk van onder andere Nicolaus Bruhns zeer had bewonderd[bron?].

Externe links[bewerken]