Nicolette Boëllet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coleta in Corbie

Nicolette Boëllet (ook Boillet, Boilet of Boylet), (Corbie, 13 januari 1381Gent, 6 maart 1447) was een kluizenares – bekend als Coleta – die later als claris een aantal kloosters stichtte of hervormde die zouden uitgroeien tot de orde der clarissen coletienen.

Leven[bewerken]

Coleta besloot in 1398 als kluizenares verder te leven in eenzaamheid. Na een visioen waarin zij Franciscus van Assisi zag, besloot ze lid te worden van de reguliere Derde Orde van Sint-Franciscus. In 1406 trad ze toe tot de orde van de clarissen. Zij bezocht in 1406 paus Benedictus XIII die in Nice verbleef. Haar medereizigers waren Margaretha van Bourgondië en Blanca van Savoye. De paus gaf haar de investituur van algemene abdis over al de clarissenmonasteria die de regel van Clara, met accent op armoede, zouden volgen. Zij kreeg de opdracht de kloosters te hervormen en waar nodig nieuwe kloosters te stichten. Blanca schonk haar een kasteel in Balme waar de eerste roepingen worden ondergebracht. In 1410 stichtte zij haar eerste klooster in Besançon.

Al spoedig volgden anderen het voorbeeld en aanvaardden de armoede en soberheid waaruit het strengere leven bestaat. De hervorming verspreidde zich over Bourgondië, Frankrijk, Vlaanderen en Spanje. Samen met de heilige Vincent Ferrer zette zij zich in om het schisma tussen Avignon en Rome ongedaan te maken. Coleta was zeer vroom: na het ontvangen van de Communie kon zij voor uren in extase vallen.

Vanaf 1426 vroegen de Gentenaars om haar komst. Op 3 augustus 1442 deed ze haar intrede in de stad. Ze stichtte het Monasterium Bethlehem te Gent met financiële steun van Filips de Goede, diens echtgenote Isabella van Portugal en de lokale adel. Dit klooster lag oorspronkelijk aan de Minnestraat (anno 2010 Goudstraat). Ze keerde snel terug naar Besançon. Vóór haar vertrek benoemt ze Odetta, een dochter van de Bourgondische hertog, tot abdis.

Op 6 december 1446 keerde ze terug naar Gent waar ze een paar maanden later overleed.

Er is een autograaf uit 1442 van haar bewaard dat ze richtte aan de zusters van Gent.

Na haar dood[bewerken]

Ze was een tijdlang begraven in de tuin van het Monasterium Bethlehem te Gent. Als de Geuzen in 1577 het klooster verwoestten, vluchtten de zusters naar Atrecht, Kamerijk en Hesdin. Ze namen het schrijn met het gebeente van Coleta mee. In 1584 keerden ze terug naar Gent waar Coleta opnieuw een rustplaats vond. Als keizer Jozef II in 1783 de kloosters afschafte, werd Coleta opnieuw ontgraven en bracht men haar over naar de Collégiale Saint-Hippolyte in de Franse gemeente Poligny waar ze anno 2010 nog altijd rust.

Op 25 mei 1807 werd zij door paus Pius VII heilig verklaard. Haar feestdag is op 6 maart. Zij is de beschermheilige van Corbie, Gent, de clarissen, de coletienen, de timmerlieden, de dienstmaagden en patrones tegen oogziekten, onvruchtbaarheid, hoofdpijn en koorts.

In 1814 trokken de coletienen naar hun nieuwe locatie aan het Sint-Elisabethplein te Gent.

De oorsprong van haar naam en haar speciale verering[bewerken]

Volgens de legende hadden haar ouders een onvervulde kinderwens. Haar vader was Robert Boëllet, timmerman van de abdij van Corbie; haar moeder heette Margareta Moyon. Zij baden tot de Heilige Nicolaas en uiteindelijk werd hun wens vervuld toen de vrouw al zestig jaar oud was. Het kind kreeg de naam Nicolette om de heilige te bedanken. Coleta werd in Gent aanroepen om een voorspoedige geboorte af te smeken. Zwangere moeders gingen hiervoor in het Gentse klooster onder de mantel van Coleta zitten. Volgens de overlevering was dit de sluier die ze van de paus Benedictus XII bij haar intrede als kloosterlinge gekregen had.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties