Nieuwenhagen
|
|
|||
|
|
|||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 50°54'N 6°2'E | ||
|
|
|||
| Oppervlakte | 6,9 km² | ||
| Inwoners (2007) | 9400 | ||
|
|||
Nieuwenhagen (Limburgs: Nuienhage) was sinds de komst van de Franse revolutionairen aan het eind van de 18de eeuw tot en met 31 december 1981 een zelfstandige gemeente. Eerst in het departement van de Nedermaas en later in de Provincie Limburg.
Per 1 januari 1982 vond er in Zuid-Limburg een gemeentelijke herindeling plaats waarbij de voormalige gemeenten Schaesberg. Ubach over Worms en Nieuwenhagen door eigen toedoen in Landgraaf opgingen. Sindsdien is Nieuwenhagen de kleinste (dorps)kern binnen de gemeente Landgraaf.
Landgraaf is een sterk verstedelijkte gemeente met ongeveer 39 000 inwoners op amper 25 vierkante kilometer. Op haar beurt maakt Landgraaf deel uit van het samenwerkingsverband Parkstad Limburg. Deze streek was in de eerste 7 decennia van de 20e eeuw het kernstuk van de Nederlandse steenkolenindustrie en vooral bekend als de (Oude of Oostelijke) Mijnstreek. Van Parkstad Limburg maken verder onder andere Heerlen, Kerkrade en Brunssum deel uit.
Voor dit sterk verstedelijkt gebied zijn groengebieden van groot belang. Misschien wel de belangrijkste is de Brunssummerheide, verdeeld over het grondgebied van Heerlen, Landgraaf en Brunssum. Het gebied sluit aan op de Schinveldse bossen in de gemeente Onderbanken en de Teverenerheide in het Duitse district (Kreis) Heinsberg. Zowel Schaesberg, Ubach over Worms als Nieuwenhagen grenzen aan de Brunssummerheide.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Door archeologische vondsten weet men dat zich reeds in de prehistorie mensen op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwenhagen hebben opgehouden.
Uit de Romeinse tijd zijn zowel op het gebied van de voormalige gemeente Nieuwenhagen als in de directe omgeving (Strijthagen) diverse archeologische locaties bekend. Aan de Koelweg (een zijstraat van de Hereweg) moet een villa rustica gelegen hebben, terwijl in de jaren zestig enkele honderden meters verderop aan de Hereweg het graf van een welgestelde dame is ontdekt.
De Romeinen beschikten in hun rijk over 300 000 kilometer wegen, waarvan 80 000 kilometer "topwegen". Een van deze topwegen is nu bekend onder de populaire naam Via Belgica en verliep van Boulogne sur Mer (aan de Franse Atlantische kust) naar Keulen aan de Rijn. Of en waar deze belangrijke Romeinse weg over Nieuwenhaags grondgebied heeft gelopen is tot nu toe giswerk. Een theorie houdt het traject Op de Heugden - Hereweg - Haanweg aan. Door onomstotelijke archeologische vondsten is in ieder geval zeker dat de Romeinse weg bij Rimburg het riviertje de Worm over stak.
In het weekeinde van 16 en 17 augustus 2008 organiseerden de partner- en buurgemeenten Landgraaf (NL) en Ubach-Palenberg (D) in samenwerking met het Oudheidkundig- en Cultuurhistorisch genootschap Landgraaf voor de eerste keer een grote Romeinse manifestatie. De gelegenheid werd tevens door de Limburgse gemeenten over wier grondgebied de Via Belgica verliep, aangegrepen om een samenwerkingsovereenkomst te sluiten. Een van de ondertekenaars is de gemeente Landgraaf.
Algemeen geniet het Middeleeuws aardewerk uit Schinveld en Brunssum enige faam. Aan de hand van opgegraven pottenbakkersovens weten we dat ook in "het Nieuwenhagen" van de elfde en twaalfde eeuw hier mensen gewoond en gewerkt hebben. Het dorp is langzaam in de loop der eeuwen rond de zogenaamde Vaechshof (Voogdshof) ontstaan.
Eerst in de 14de eeuw is sprake van een hoeve in Nieuwenhagen. Hoe het dorp aan zijn naam is gekomen is tot nu toe niet duidelijk omdat de eerste vermeldingen van Nieuwenhagen in de 13de eeuw een persoon (ministeriaal in het gevolg van Lotharius van Ahre) betroffen en geen eigendom of dorp als zodanig.
Als de naam Nieuwenhagen wel direct betrekking heeft op een nederzetting die in de loop der tijden uitgegroeid is tot het dorp Nieuwenhagen moeten we de oorsprong aan de hand van de zelfde naam omstreeks het jaar 1000 plaatsen. In die tijd werden ook de minder gunstig gelegen gebieden voor landbouw in gebruik genomen. Door het ontbreken van bronnen en beken, behoorde het plateau waarop Nieuwenhagen ligt, tot die streken. Het eerste lid van de naam Nieuwenhagen (nieuw) wijst erop dat er een oudere nederzetting is of geweest is die Haag of Hagen heette. De nederzetting, die op de plaats van of in de nabijheid van de oorspronkelijke nederzetting ontstond, werd Nieuw of Nieuwhagen genoemd. Het woord "Haag" betekent heg en duidde ook een plaats aan, die voor de veiligheid met een haag was omgeven, dus een versterkte plaats. Als de naam Nieuwenhagen voor het eerst in een document vermeld wordt in 1213, maakte het grondgebied der tegenwoordige gemeente deel uit van de hoofdschepenbank Heerlen. In het huidige Zuid-Limburg zijn de grenzen tussen de Staten-Generaal en het koninkrijk Spanje pas dertien jaar na het einde van de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) duidelijk getrokken.
Als gevolg van het zogenaamde Partagetractaat maakte Nieuwenhagen deel uit van de Republiek der Verenigde Nederlanden, om precies te zijn van de zo genoemde Generaliteitslanden. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen was Nieuwenhagen in die dagen geen Staatse enclave in de juiste zin van het woord in Spaans gebied. Via het Staatse gedeelte van de Brunssummerheide (in het noorden) of het gebied van Strijthagen en de Overste Hof in het zuidoosten kon men in principe Heerlen-Dorp bereiken zonder voet op Spaanse of later Oostenrijkse bodem te hoeven zetten. In tegenstelling tot het hier eerder gestelde werd de Pasweg niet tussen het Spaanse Schaesberg en Spaanse Overworms kwartier van Ubach over het grondgebied van het Staats Nieuwenhagen aangelegd. Sinds het Partagetractaat konden de Nederlandse handelaren vanuit Maastricht ongestoord Heerlen bereiken, maar stuitten daarna op de Spanjaarden in de heerlijkheid Schaesberg. Het laatste gedeelte werd door de Staten-Generaal van het hoogste belang geacht en zo ontstond de Pas(seer)weg. Opmerkelijk is verder nog dat de Pas(seer)weg, met aan weerszijden een strook land van 4 meter en 80 centimeter, Staatsterritorium werd dat de Spaanse heerlijkheid Schaesberg in tweeën deelde.
In 1802 werd Nieuwenhagen een zelfstandige gemeente. Van 1830 tot 1839 maakte Nieuwenhagen, zoals de meeste andere Zuid-Limburgse gemeenten deel uit van België. Sinds 1982 vormt het samen met Schaesberg en Ubach over Worms de gemeente Landgraaf.
[bewerken] Het Spaans Kerkje dat nooit Spaans was
Na de Tachtigjarige Oorlog was het in het huidige Zuid-Limburg nog steeds onrustig. Bij de Vrede van Münster in 1648 waren de Republiek en Spanje het niet eens geworden over de toewijzing van de drie Landen van Overmaas (Dahlem, Valkenburg en des Hertogenrade). De Republiek ging van het principe uit dat wie in het bezit van de hoofdplaats was ook automatisch het bijbehorende land kreeg toegewezen en maakte aldus aanspraak op de drie "landjes". Spanje daarentegen bezette de hoofdplaats van het hertogdom Limbourg en gebruikte dit om hun argumenten kracht bij te zetten. Intimidaties op velerlei gebied waren schering en inslag. Eerst door het Partagetractaat in 1661/62 kwam er "licht" in de duisternis. Zowel Dahlem, Valkenburg als des Hertogenrade werden in zowel in een Staats als in een Spaans partage verdeeld. Daarentegen bleef het hertogdom Limbourg onverdeeld aan de Spaanse Habsburgers. Nadat aan het begin van de 18de eeuw de mannelijke lijn der Spaanse Habsburgers uitstierf brak de Spaanse Successieoorlog uit. Bij de vrede van Utrecht werd de oorlog in 1713 beëindigd en kwamen de Spaanse Nederlanden in handen van de Oostenrijkse Habsburgers.
Nieuwenhagen was al sinds de Middeleeuwen een onderdeel van de (hoofd)schepenbank Heerlen en sinds 1661/62 een deel van het Staatse partage van het Land van Valkenburg. De aangrenzende dorpen behoorden zowel in 1661/62 als 1713 tot een katholiek partage of zoals Eygelshoven tot het Gulikse Landje Terheijden. De voormalige gemeente Nieuwenhagen maakte op wereldlijk gebied van 1661/62 tot 1794 steeds deel uit van de protestantsbestuurde Generaliteitslanden. Kerkelijk was men voor dopen, huwen en begraven tot 1802 aangewezen op de parochiekerk van St. Pancratius in Heerlen-Dorp. In 1735 overleed de vrijgezel Jan Flecken. In zijn laatste wil beschikte hij dat een deel van zijn erfenis gebruikt moest worden voor de bouw van een kapel in Nieuwenhagen. Hoewel de Staten-Generaal op dat moment het uitoefenen van de katholieke religie toeliet, was de bouw van nieuwe kerkgebouwen en kapellen op haar grondgebied verboden. Uiteindelijk bracht Areth (Johan Arnoldus) Hanssen(s) de oplossing door een gedeelte van een grondstuk op het grondgebied van het "Overworms kwartier" van de schepenbank Ubach (katholiek partage van des Hertogenrade) voor de bouw van een kapel af te staan. Zijn eigendom in de Oostenrijkse Nederlanden werd door de huidige Rötscherweg gescheiden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In de volksmond werd en wordt deze omgeving nog steeds "Spaans Kentje" (= hoekje) genoemd, hoewel de Oostenrijkers ruim twintig jaar eerder al de plaats van de Spanjaarden hadden ingenomen.
Terwijl Staats-Nieuwenhagen wereldlijk grondgebied van de Republiek was en kerkelijk in het bisdom Roermond gelegen, moest keizer Karel VI als opperste landheer van Ubach en de bisschop van Luik, waartoe Ubach als onderdeel van de parochie Eygelshoven kerkelijk behoorde, toestemming tot de bouw van bovenbedoelde kapel verlenen. Uiteindelijk kwam de kapel in 1745/46 op een stuk grond van maximaal 12 bij 12 meter gereed. Tot nu toe is niet bekend hoe de kapel er gedurende de 18de eeuw heeft uitgezien. Na een eerste verbouwing in 1790, werd de kapel in de jaren 30 en 40 van de 19de eeuw geheel opgeslokt door nieuwbouw. Pas honderd jaar na de bouw van de kapel ontstond zo de eerste Nieuwenhaagse parochiekerk met het volgende aangezicht: het is een relatief eenvoudig bakstenen gebouw met aan de voorgevel vier ionische pilasters die een eenvoudige fries met daarboven een timpaan in natuursteen dragen. Op het dak staat sinds de restauratie in de jaren tachtig van de 20e eeuw weer een kleine houten dakruiter.
[bewerken] Geboren in Nieuwenhagen
- Sjeng Kremers (1933), psycholoog, bestuurder en politicus (commissaris van de Koningin van Limburg 1977-1990)
- Willem Jurgens (1780-1836), telg uit een handels- en marskramersfamilie. Zijn vader Dionysius was "handelaar op Amsterdam in textiel en naalden uit Aken" en overnachtte zowel op de heen- als terugreis regekmatig in Oss (N.B.) ten huize van de weduwe Valkenberg. Later begeleidden Willem en zijn jongere broer Lennert hun vader. Beide broers trouwden een dochter van hun pensionhoudster en vestigden zich uiteindelijk in Oss. De vrouw van Willem Jurgens erfde de winkel van haar moeder in Oss, een centrumgemeente voor de omgeving. Maar Willem Jurgens zat het marskramersbloed in zijn genen en hij kon niet stil thuiszitten. Vanuit Oss bereisde hij met paard en wagen de Betuwe. Omdat de boerenvrouwen niet altijd over contant geld beschikten, werd Willem Jurgens vaker in natura oftewel boter betaald. Vanuit deze eerste ruilhandel ontwikkelde zich snel een internationale boterhandel. De nakomelingen van Willem Jurgens waren in 1871 de eersten die margarine produceerden. Spoedig volgde de familie Van den Bergh. Een hevige concurrentiestrijd gedurende ruim vijftig jaar was geboren. In de jaren twintig fuseerden de industriële concurrenten Van den Bergh en Jurgens. Een samenwerking die enkele jaren later met het Britse Lever werd uitgebouwd tot het Unilever-concern
- Hein Meens (1949-2012), tenor en dirigent
[bewerken] Verenigingen
- Sportvereniging Nieuwenhagen (SVN), opgericht 1934 (voetbal)
- RKSV Sylvia, opgericht 1949 (voetbal)
- De Gezellen, ca. 1946-1965 (revue, cabaret, toneel)
- Gymnastiekvereniging Olympia, opgericht 1907 (turnsport)
- Meijongens Nieuwenhagen, opgericht 1949 en rustende sinds 2003 (folklore/ cultuur)
- Stichting Meifeesten Nieuwenhagen, opgericht 1990 (folklore/ cultuur)
- Schutterij Koningin Wilhelmina, in 1860 opgericht als Schutzengesellschaft Sankt Gregorius (folklore)
- Fanfare Eendracht Nieuwenhagerheide, opgericht 1890 (blaasmuziek)
- Harmonie St. Caecilia Nieuwenhagen, opgericht 1890 (blaasmuziek)
- Carnavalsverein Ieëre Road de Sjweëgelsöppers, opgericht 1982 (carnavalsvereniging)
- Toneelvereniging Kiekes Wead, opgericht 1978 (amateurtoneel / cultuur)
- Oudheidkundig en Cultuurhistorisch Genootschap Landgraaf (OCGL), opgericht 1982 (heemkunde)
[bewerken] Externe links
| Plaatsen in de gemeente en wijken van Landgraaf | ||
|---|---|---|
|
Dorpen: Nieuwenhagen · Rimburg · Schaesberg · Waubach |
||