Niko Tinbergen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Nikolaas Tinbergen
15 april 190721 december 1988
Nikolaas Tinbergen (1973)
Nikolaas Tinbergen (1973)
Geboorteland    Nederland
Geboorteplaats    Den Haag
Plaats van overlijden    Oxford
Nobelprijs voor de    Fysiologie of Geneeskunde
In    1973
Reden    "Voor het onderzoek naar het gedrag van sociale dieren, in het bijzonder de verklaring van de "danstaal" van bijen en hoe jonge vogels gefixeerd raken op hun moeder."
Samen met    Karl von Frisch
Konrad Lorenz
Voorganger(s)    Gerald Edelman
Rodney Porter
Opvolger(s)    Albert Claude
Christian de Duve
George Emil Palade
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Nikolaas (Niko) Tinbergen (Den Haag, 15 april 1907Oxford, 21 december 1988) was een Nederlandse etholoog, die zich in zijn leven vooral gericht heeft op het gedrag van dieren. Dit was indertijd nog een heel nieuwe tak van de biologie, hij wordt dan ook wel als een van de grondleggers van de ethologie (gedragsleer) gezien. In 1973 ontving hij een Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde, gedeeld met Konrad Lorenz en Karl von Frisch, die net als hij baanbrekend werk op het gebied van de gedragsleer hebben gedaan. De evolutiebioloog Richard Dawkins werd in Oxford onder anderen door Tinbergen opgeleid.

Biografie[bewerken]

Tinbergen werd geboren in Den Haag als zoon van Dirk Cornelis Tinbergen (1877-1960), leraar Nederlands aan een gymnasium, en Jeannette van Eek (1874-1951). In zijn jeugd was hij zeer sportief, met name schaatsen en hockey. Hij heeft zelfs in het Nederlands jeugdhockeyelftal gespeeld. Van 1920 tot 1925 bezocht Niko de Tweede HBS in Den Haag. Aanvankelijk wilde hij geen universitaire studie volgen – veel liever werd hij profhockeyer – maar op advies van zijn biologieleraar Abraham Schierbeek en Paul Ehrenfest – promotor van zijn oudste broer Jan – maakte hij in de zomer van 1925 een reis naar de Koerse Schoorwal, een bijzonder natuurgebied nabij Kaliningrad. De opgedane ervaring deed hem besluiten toch biologie te gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1932 promoveerde hij op het proefschrift Über die Orientierung von Philanthus triangulum, Fabr. – over het 'homing'-gedrag van de bijenwolf.

Na zijn promotie trad hij in het huwelijk met Elisabeth (Lies) Rutten (1912-1990), de dochter van de Utrechtse hoogleraar geologie Louis Rutten. Kort daarna namen hij en Lies deel aan een Nederlandse poolexpeditie naar Groenland in het kader van het Internationale Pooljaar 1932-33. Twee zomers en een winterperiode verbleven ze in de eskimogemeenschap van Tasiilaq waar hij de rol van de evolutie bestudeerde in het gedrag van sneeuwgorzen, franjepoten en eskimo-sledehonden.

Na zijn terugkeer in Nederland kreeg Tinbergen een aanstelling als assistent bij het Zoölogisch Laboratorium van de Leidse universiteit. In 1940 werd hij er benoemd tot lector. Zijn werk werd onderbroken door de Tweede Wereldoorlog waarbij hij twee jaar geïnterneerd was in gijzelaarskamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. De reden was dat hij, net als vele andere Leidse docenten, een brief had ondertekend waarin geprotesteerd werd tegen de uitsluiting van joodse medewerkers en de beknotting van de academische vrijheid. Na de oorlog pakte hij zijn werkzaamheden weer op. In 1947 werd hij aan de Leidse universiteit benoemd tot hoogleraar in de experimentele zoölogie.

Twee jaar later stapte hij over naar de Universiteit van Oxford op uitnodiging van de zeebioloog Alister Hardy. In Oxford mocht hij een centrum voor onderzoek en onderwijs naar diergedrag opzetten. Aanvankelijk bekleedde hij de functie van lecturer. Pas in 1966 werd hij er hoogleraar, nadat hij in 1955 de Britse nationaliteit had verkregen. In 1974 ging hij met emeritaat. Tinbergen overleed op 21 december 1988 te Oxford op 81-jarige leeftijd.

Werk[bewerken]

Tinbergen was, naast sport, van jongs af aan geïnteresseerd in de natuur en in veldwerk. Als kind las hij de rijk geïllustreerde Verkade-albums over de Nederlands flora en fauna geschreven door Jac. P. Thijsse. Toen in 1920 de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) werd opgericht werd Tinbergen direct lid. Zijn interesse ging met name uit naar vogels, die hij veel mogelijk in het wild observeerde, tekende en fotografeerde. Met deze tekeningen en foto's illustreerde hij zijn latere artikelen en boeken. Net als Thijsse wist Tinbergen met zijn boeken en natuurfilms grote groepen jonge mensen te enthousiasmeren voor de studie van de natuur en biologie.

Tinbergen deed pioniersonderzoek naar het gedrag van dieren. In plaats van diergedrag te onderzoeken in laboratoria vond hij dat dieren in hun natuurlijke omgeving onderzocht dienden te worden. Zijn aanpak stoelde op nauwkeurige waarnemingen en eenvoudige, gecontroleerde experimenten in het veld. Beroemd is zijn onderzoek naar de functie van de rode vlek op de snavel van de zilvermeeuw. Om hier achter te komen zette Tinbergen samen met studenten tijdens zomerkampen op de Boschplaat op Terschelling observatieposten op bij meeuwennesten. Op de momenten dat de ouders op jacht naar voedsel waren, hielden ze zelfgemaakte modellen van meeuwenkoppen bij de achtergebleven kuikens om te observeren hoe ze erop reageerden. Met variaties in vorm en kleur kwam men erachter welke elementen welk gedrag bij de kuikens opwekten.

Nikolaas Tinbergen (links) met Konrad Lorenz (1978)

Hoewel hij met zijn vroege werk enig erkenning op het gebied van de biologie verkreeg was pas nadat hij in november 1936 in Leiden Konrad Lorenz had ontmoet dat zijn werk meer richting begon te krijgen. Tinbergen nam zijn gezin mee naar Lorenz’ huis in Oostenrijk voor een zomervakantie zodat de twee mannen samen konden werken. Tinbergen en Lorenz ontwikkelden een theoretisch raamwerk voor de studie ethologie, wat toen een opkomend veld was. Hun hypothese was dat instinct niet een impuls is op omgevingsfactoren maar voortkomt uit een dierlijke impuls. In 1938 kreeg hij van de Netherland-America Foundation de kans om vier maanden in de Verenigde Staten te verblijven. Die tijd gebruikte hij voor het geven van lezingen om meer bekendheid te geven over onderzoek naar diergedrag.

Later ging Tinbergen steeds vaker gedragingen zien als patronen waarvan de afzonderlijke elementen zich systematisch lieten bestuderen en verklaren. In 1951 verscheen zijn bekendste werk "The Study of Instinct" waarin hij zijn theoretische opvattingen naar de studie van ethologie neerlegde. Twee jaar later volgde The Herring Gull's Worlds. Daarnaast schreef hij meer dan honderd artikelen in 'De Levende Natuur' en was oprichter van het ethologische tijdschrift "Behavior".

Vier vragen van Tinbergen[bewerken]

Niko Tinbergen heeft de vier vragen opgesteld waar de meeste ethologen tegenwoordig van uit gaan bij het opstellen van een onderzoek. De eerste twee vragen behoren tot de proximate analyse (directe oorzaken van de vorming van het gedrag) en de laatste twee vragen behoren tot de ultimate vragen (hoe evolutionaire krachten het gedrag gevormd hebben over de tijd).

  • Directe stimuli: Welke stimuli veroorzaken het gedrag?
  • Ontwikkeling: Hoe verandert het gedrag gedurende het volwassen worden van het dier?
  • Overlevingsfunctie: Hoe beïnvloedt het gedrag de kans op overleving en reproductie?
  • Evolutionaire geschiedenis: Hoe verandert het gedrag als een functie van de evolutionaire geschiedenis, of fylogenie, van het bestudeerde dier?

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Hans Kruuk, Niko's Nature. The Life of Niko Tinbergen and his Science of Animal Behaviour, Oxford University Press, Oxford U.K., 2003 (Nederlandse vertaling: Niko's natuur. Het leven van Niko Tinbergen, Amsterdam, 2007)

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties