Nikolaj Koeznetsov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
RR5111-0045R.gif

Nikolaj Gerasimovitsj Koeznetsov (Russisch: Николай Герасимович Кузнецов) (Medveki, Oblast Archangelsk, 24 juli 1904Moskou, 6 december 1974) was een Russische admiraal en minister van de vloot gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd[bewerken]

Algemeen

Nikolaj Koeznetsov zag het levenslicht in Noord-Rusland. Op 15-jarige leeftijd ging hij naar de vlootacademie in Noord-Dvina. In het jaar 1924 werd hij lid van de communistische partij.

Groei naar macht

Nadat hij afgestuurd was aan de vermaarde Froenze-academie in 1926, diende hij op de slagkruiser Chervona Ukraina, eerst als gewone onderofficier, later als eerste luitenant. Na deze succesvolle beklimming van de officiersladder (onder meer als uitvoerend officier op de Krasny Kavkaz en als commandant van de Chervona Ukraina) werd hij benoemd tot Vlootattaché in Spanje, van 1936-1937.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Admiraal Koeznetsov was de enige belangrijke Sovjetofficier die als enige voorbereid was om een Duitse aanval tegen te houden. Hoewel Zjoekov en Timoshenko de strijdkrachten uitdrukkelijk verboden hadden te reageren op Duitse provocaties, viel de vloot daar niet onder. De jaren die volgden op de Duitse aanval, was Koeznetsov vooral bezig met het beschermen van de kusten van de Kaukasus tegen een Duitse inval.

Val[bewerken]

Eerste Val

Van 1946 tot 1947 was Koeznetsov minister van de vloot en minister van de strijdkrachten. In 1947 werd hij op Stalins bevel verwijderd van zijn ambt en in 1948 voor de krijgsraad gedaagd. Gelukkig werd zijn straf beperkt tot een degradatie tot viceadmiraal in plaats van enkele jaren in de Goelag.

In 1951 hief Stalin de straf van Koeznetsov op en benoemde hem opnieuw tot opperbevelhebber van de vloot. Na de dood van Stalin werd hem ook zijn rang van admiraal teruggegeven. In dat jaar werd hij ook Minister van de Vloot. In 1955 tenslotte werd hij Admiraal van de Vloot en benoemd tot maarschalk.

Pensioen

Deze benoemingen brachten hem opnieuw in conflict met veldmaarschalk Zjoekov. Op 8 december 1955 werd hij naar aanleiding van het verlies van de Novorossiisk in Sebastopol ontslagen. Het jaar daarop was hij wederom viceadmiraal, op pensioen gestuurd en had hij het verbod gekregen ooit nog werk te doen dat met de vloot in verband stond. Tijdens zijn pensioen schreef hij nog vele werken over de vloot en de oorlog.

Eerherstel

Na de terugtrekking van Zjoekov en Chroetsjov in 1958, voerden enkele hoge officieren een campagne om hem in ere te herstellen. Deze verzoeken werden echter geweigerd door Koeznetsovs opvolger Gorsjkov. In 1988 werd hij tenslotte wel in ere hersteld.