Nikolaj Semjonov
| 15 april 1896 - 25 september 1986 | ||||
| Semyonov (rechts) en Kapitsa, door Boris Koestodiev, 1921. | ||||
| Geboorteland | Rusland | |||
| Geboorteplaats | Saratov | |||
| Plaats van overlijden | Moskou | |||
| Nobelprijs voor de | Scheikunde | |||
| In | 1956 | |||
| Reden | "Voor hun onderzoek naar het mechanisme van chemische reacties." | |||
| Samen met | Cyril Norman Hinshelwood | |||
| Voorganger(s) | Vincent du Vigneaud | |||
| Opvolger(s) | Alexander Todd | |||
|
||||
Nikolaj Nikolajevitsj Semjonov (Russisch: Николай Николаевич Семёнов) (Saratov, 15 april [O.S. 3 april] 1896 – Moskou, 25 september 1986) was een Russische natuur- en scheikundige. In 1956 won hij de Nobelprijs voor de Scheikunde voor zijn verrichtingen op het gebied van het mechanisme van een chemische transformatie.
Biografie[bewerken]
Semjonov werd in Saratov geboren en studeerde aan de faculteit natuurkunde van de Staatsuniversiteit van Petrograd (1913-1917), waar hij een student was van Abram Joffe. In 1918 ging hij naar Samara waar hij terechtkwam in het Witte Leger van Aleksandr Koltsjak tijdens de Russische Burgeroorlog.
In 1920 keerde hij terug naar Petrograd en ging hij werken bij het Fysisch-Technische Instituut van Petrograd, waarvan hij ook vicedirecteur werd. In 1921 trouwde hij met de filologiste Maria Boreisje-Liverovski, die twee jaar later zou sterven. In 1923 trouwde hij met haar nicht Natalia Nikolajevna Boertseva. Ze kregen een zoon (Joeri) en een dochter (Ljoedmila).
In die periode ontdekte Semjonov samen met Pjotr Kapitsa een manier om het magnetisch veld van een atoomkern te meten (1922). Later werd de experimentele opzet verbeterd door Otto Stern en Walther Gerlach en kwam het bekend te staan als het Stern-Gerlach-experiment.
In 1925 bestudeerde Semjonov samen met Yakov Frenkel de kinetiek van de condensatie en adsorptie van damp en in 1927 deed hij onderzoek naar ionisatie in gassen en publiceerde hij een belangrijk boek: Chemistry of the Electron (Chemie van het Elektron). In 1928 stelde hij met Vladimir Fock een theorie op over ontladingen van diëlektrica.
Hij ging werken bij het Polytechnisch Instituut van Petrograd en werd in 1928 benoemd tot professor.
Semjonovs verrichtingen op het gebied van het mechanisme van een chemische transformatie behelst een uitputtende analyse van de toepassing van de kettingtheorie op verschillende reacties (1934-1954) en, als belangrijkste, op verbrandingsprocessen. Hij stelde een theorie op over gedegenereerde aftakking, wat leidde tot een beter begrip van het verschijnsel dat geassocieerd wordt met de inductieperiodes van een oxidatieproces.
In 1956 ontving hij samen met Sir Cyril Norman Hinshelwood de Nobelprijs voor de Scheikunde voor zijn werk. Semjonov werd ook twee keer Held van de Socialistische Arbeid en ontving twee Stalinstaatsprijzen, vijf Leninordes en vele andere prijzen.