Nimravidae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nimravidae
Fossiel voorkomen: Vroeg-Eoceen - Laat-Mioceen
(~ 36 - 5 Ma)
Hoplophoneus mentalis
Hoplophoneus mentalis
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Klasse: Mammalia (zoogdieren)
Orde: Carnivora (roofdieren)
Onderorde: Feliformia/Feloidea (katachtigen)
Familie
Nimravidae †
Cope, 1880
Onderfamilies
Hoplophoneus primevus
Hoplophoneus primevus
Voorstelling van Hoplophoneus in 1898
Voorstelling van Hoplophoneus in 1898
Afbeeldingen Nimravidae op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Paleontologie

De Nimravidae zijn een familie van uitgestorven, op katachtigen lijkende zoogdieren. De nimraviden leefden van het Laat-Eoceen tot het Laat-Mioceen (36 tot 5 miljoen jaar geleden). Hun bloeitijd maakten deze dieren door in het Oligoceen, waarna ze grotendeels vervangen werden door de echte katten.

Aan het eind van het Eoceen evolueerden uit de viverravide miaciden de eerste katachtige roofdieren. Er ontwikkelden zich twee families: de Nimravidae en de Felidae. De leden van de eerste familie worden ook wel paleofeliden of onechte sabeltandkatten genoemd, terwijl de tweede familie de echte katten (waaronder ook de sabeltandkatten) omvat.

Classificatie[bewerken]

Er is in het verleden veel verwarring geweest over de classificatie van de nimraviden. Sommige oude bronnen benoemen de groep als een onderfamilie van de Felidae en zien de nimraviden als de voorouders van de latere katten; Hoplophoneus zou evolueren tot Smilodon en Dinictis zou de voorouder van Pseudaelurus zijn. Dit is echter niet waar en de Nimravidae zijn een groep roofdieren die zich onafhankelijk van de Felidae heeft ontwikkeld. De laatste gemeenschappelijke voorouder tussen beide groepen zijn de miaciden.

De familie Nimravidae wordt onderverdeeld in drie subfamilies: de Nimravinae, de Hoplophoninae en de Barbourofelinae. Tot de eerste subfamilie behoren de twee oudste soorten, Aelurogale en Eofelis, en de naamgever van de hele familie, Nimravus. De subfamilie Hoplophoninae omvat slechts twee geslachten, te weten Eusmilus en Hoplophoneus. De Barbourofelinae, de derde subfamilie, omvatten de recentste nimraviden, behorend tot de genera Barbourofelis, Prosansanosmilus, Sansanosmilus en Vampyrictis. Volgen enkele recente onderzoeken zouden de barbourofeliden overigens in een eigen familie geplaatst moeten worden, aangezien de unieke morfologie van de schedel van de barbourofelide verschilt van schedels van de overige nimraviden. De Barbourofelidae zouden tussen de Nimravidae en de Felidae in moeten staan.

Uiterlijk[bewerken]

Over het algemeen hadden nimraviden een korte kop, een lang en slank lichaam, een lange staart en korte, stevige poten. Allen waren in het bezit van verlengde bovenste hoektanden, maar slechts bij enkele geslachten ontwikkelden zich dolkvormige sabeltanden. Hoewel de nimraviden en de echte katten uiterlijk sterk op elkaar leken, waren er toch enkele belangrijke verschillen tussen beide groepen. Ten eerste waren de nimraviden zoolgangers (plantigrade), in tegenstelling tot de katten die teengangers (digitgrade) zijn. Dit betekende dat de nimraviden veel minder aangepast waren om hard te kunnen lopen en daardoor vermoedelijk vanuit een hinderlaag moesten jagen. Daarnaast is de structuur van het otis media en interna verschillend. Tenslotte waren veel nimraviden in het bezit van apofyses of schedevormige tandbeschermers, iets wat vrijwel ontbreekt bij de echte katten (enkele sabeltandkatten uitgezonderd). De tandschede is een benig, naar beneden gericht uitgroeisel van de onderkaak, die net zo lang is als de bovenste hoektand. In deze schede paste de hoektand, waardoor deze niet beschadigde bij een gesloten bek. Alleen bij Nimravus en Dinaelurus ontbrak de tandschede.

Katten van de Great Plains[bewerken]

De Great Plains van Noord-Amerika en de Badlands van South Dakota in het bijzonder, waren tijdens het Vroeg-Oligoceen, ongeveer 36 tot 33 miljoen jaar geleden, een gebied met een rijke diversiteit wat betreft nimraviden. De bekendste geslachten zijn Nimravus, Dinictis, Hoplophoneus en Eusmilus met elk meerdere soorten. Ze deelden hun leefgebied vele verschillende dieren en het merendeel vormde een potentiële prooi voor de nimraviden.

Vier genera van katachtige roofdieren in hetzelfde gebied zal geregeld geleid hebben tot harde confrontaties. Dit blijkt ook uit fossielen. Een gevonden schedel van Nimravus heeft aan de voorkant een gat dat precies overeenkomt met de vorm van een sabeltand van Eusmilus. Dit betekent dat een Eusmilus in een gevecht de schedel moet hebben doorkliefd. Volgens de dateerproeven vond deze confrontatie 36 miljoen jaar geleden plaats. Nimravus heeft het gevecht overigens wel overleefd, want de wond blijkt enigszins geheeld te zijn. Hoe Eusmilus er van af is gekomen, is niet bekend. Naast elkaar hadden de nimraviden ook nog met andere concurrenten te maken. De belangrijke concurrenten waren de eerste honden zoals Pseudocynodictis, een kortpotig dier ter grootte van een hedendaagse wolf. Daarnaast hadden ze waarschijnlijk veel te stellen met dieren als de creodont Hyaenodon en het reuzenvarken Archaeotherium, beide steviggebouwde en grote aaseters, die vermoedelijk regelmatig probeerden prooi afhandig te maken van de nimraviden.

De laatste nimravide: Barbourofelis[bewerken]

Een van de meest recente nimraviden was Barbourofelis die de grootte van een leeuw had. Dit roofdier leefde gedurende het Mioceen in Azië, Europa en Noord-Amerika. Barbourofelis deelde in Noord-Amerika zijn leefgebied met een verre verwant, Nimravides. Dit dier had langere poten dan de meeste nimraviden en Nimravides was daardoor in staat snelle prooidieren zoals paarden, herten en gaffelantilopen te vangen.