Nocturne (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het muzikale genre van de nocturne werd door de Ierse componist John Field begin 19e eeuw geïntroduceerd. Een nocturne is een muzikale compositie, die voortvloeide uit de sfeer van de nacht, een zeer romantisch of dromerig geheel.

Onder invloed van Field heeft Frédéric Chopin deze vorm diverse malen gebruikt voor de piano. De bekendste nocturnes zijn van zijn hand. Andere componisten die nocturnes hebben geschreven, zijn onder andere Gabriel Fauré, Claude Debussy en Erik Satie. Soms dragen ook orkestrale composities de naam nocturne of notturno. Voorbeelden hiervan zijn de nocturne uit de toneelmuziek bij Een midzomernachtsdroom van Felix Mendelssohn Bartholdy en het Notturno voor strijkkwartet van Aleksander Borodin.

Een nocturne is een muziekvorm waarbij de hogere stem een lyrische melodie volgt, terwijl deze gecombineerd wordt met een begeleidende bas, die veelal bestaat uit gebroken akkoorden. De vorm, die Chopin vaak gebruikte voor de nocturne komt overeen met A-B-A. Het B-gedeelte is vaak gemoduleerd in een andere toonsoort en de sfeer staat vaak haaks op het A-gedeelte. Vervolgens komt weer het A-gedeelte met de lyrische melodie terug. De virtuositeit van de pianist kan in dit gedeelte benadrukt worden door het stuk op een lastigere en andere, complexere manier te laten eindigen. Wat ook typisch Chopin is, is dat de meeste nocturnes van zijn hand in mineur beginnen, maar eindigen in majeur. Bij een aantal nocturnes zijn er bovendien versies overgeleverd waarin bij de melodie extra versieringen worden aangebracht.

Van de 21 nocturnes die door Chopin geschreven zijn, behoren de volgende nocturnes tot de bekendere: no. 2 en no. 3 (opus 9 no. 2 en 3), no. 7 en no. 8 (opus 27 no. 1 en no. 2), no. 13 (opus 48 no. 1), no. 15 (opus 55 no. 1), no. 19 (opus 72 no. 1) en no. 20 (opus posth.)

De 21 nocturnes van Frédéric Chopin[bewerken]

  1. In bes klein, opus 9 - 1. Larghetto
  2. In Es groot, opus 9 - 2. Andante
  3. In B groot, opus 9 - 3. Allegretto
  4. In F groot, opus 15 - 1. Andante cantabile
  5. In Fis groot, opus 15 - 2. Larghetto
  6. In g klein, opus 15 - 3. Lento
  7. In cis klein, opus 27 - 1. Larghetto
  8. In Des groot, opus 27 - 2. Lento sostenuto
  9. In B groot, opus 32 - 1. Andante sostenuto
  10. In As groot, opus 32 - 2. Lento
  11. In g klein, opus 37/1 - Andante sostenuto
  12. In G groot, opus 37/2 - Andantino
  13. In c klein, opus 48/1 - Lento
  14. In fis klein, opus 48/2 - Andantino
  15. In f klein, opus 55/1 - Andante
  16. In Es groot, opus 55/2 - Lento sostenuto
  17. In B groot, opus 62/1 - Andante
  18. In E groot, opus 62/2 - Lento
  19. In e klein, opus 72/1 (posthume) - Andante
  20. In cis klein, opus posthume - Lento con gran espressione
  21. In c klein, opus posthume