Nomade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige strip, zie Nomade (strip). Zie ook Nomad (doorverwijspagina).
Nomaden in Tibet.
Huidentent en Eskimos ca. 1920
Saami familie, rond 1900
Mongoolse pastorale nomade
Stadsnomaden

Nomaden (van het Oudgrieks νομάδες nomades: herdersvolken, degenen die kudden weiden onder meer Herodotus)[1] zijn mensen of bevolkingsgroepen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en doorgaans mee met hun vee rondtrekken. Bij uitbreiding wordt de term toegepast op verschillende soorten leefwijzen:

  1. jager-verzamelaars die tussen jachtgronden reizen
  2. pastorale nomaden in de eigenlijke betekenis van het woord, die met hun vee tussen weidegronden reizen. Dit zijn de nomaden in oorspronkelijke zin (νομή = (Grieks) weide, νομεύειν = weiden, laten grazen, hoeden)
  3. nomaden die tussen de verblijfplaatsen van hun klanten reizen, zoals sommige zigeuners, een latere ontwikkelingsvorm

Voorbeelden van hedendaagse nomaden zijn Bedoeïenen, Roma, Sinti, Toeareg, woonwagenbewoners, Mongoolse veehouders, Moken (zeenomaden uit Myanmar) en (voor het grootste gedeelte) de Masaï.

Zwervende jager-verzamelaars[bewerken]

'Jager-verzamelaars' is de voorafgaande vorm van levenswijze van zowel de nomaden in eigenlijke zin, als degenen die zich gingen vestigen. Zij zwerven per definitie ook rond, maar voeren traditioneel nog geen kudden met zich mee, aangezien eerst nog domesticatie van dieren moest plaatsvinden (zie 'Neolithische revolutie'). Historisch gezien is dit de oudste vorm van menselijk bestaan, die bij uitbreiding, en enigszins anachronistisch, ook wel eens als 'nomadisch' wordt bestempeld. Voorbeelden van dergelijke volkeren die vandaag nog leven zijn:

Pastorale nomaden[bewerken]

De Hunnen, later deels Avaren waren een nomadisch volk. De Indo-Europeanen, die zich in het Neolithicum langzaam gaan verplaatsen en rond de 20e eeuw v.Chr. opsplitsen in diverse richtingen, waren nomaden en vestigden zich als semi-nomaden. Ook de Bijbelse Hebreeën waren nomaden.

Bij semi-nomaden is er meer sprake van vaste verblijfplaatsen. Bijvoorbeeld bergbevolkingen die in de zomer in de koelere hoger gelegen gebieden wonen, waar het vee kan grazen, en in de winter in de warmere dalen. Deze vorm van extensieve veeteelt wordt ook wel pastoralisme ("pastor" betekent "herder") genoemd.

De trekboeren in Zuid-Afrika, de oorspronkelijke Turken en de Scythen waren pastorale nomaden, zoals de Saami (Lappen) nu.

Hedendaagse nomaden[bewerken]

Sinti en woonwagenbewoners reizen tussen de verblijfplaatsen van hun klanten. In het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de VS trekken de Irish Gypsies of Irish Travellers die shelta spreken. In Schotland heten Scottish Travellers ook wel ceardannan (Schots Gaelic voor de ambachtslieden) of 'Black Tinkers'). De Jenische worden wel witte zigeuners genoemd. Door Spanje reizen de mercheros die quinqui spreken. Een groot percentage van de Masaï trekt nog rond als pastorale nomaden in delen van Kenia en Tanzania. Verscheidene Altaïsche en Uralische volkeren leiden nog steeds een nomadisch bestaan. Voorbeelden hiervan zijn Kazakken, Kirgiezen, Tuva, Jakoeten, Mongolen, Evenken, Saami en Nenets. Ook zijn er in Centraal-Azië nog steeds Indo-Europese (semi-) nomadenvolken zoals de Roma en Kuchis.

Veel nomadische volkeren van Centraal- en Noord-Azië hebben geleden onder de terreur van Stalin. Hun nomadische levensstijl, hun taal en religie, werd verboden en zij werden gedwongen op collectieve boerderijen te werken.[2][3] Veel volkeren zijn zelfs gedeeltelijk of geheel gedeporteerd naar andere gebieden, om daar te mengen met andere minderheden. Het aantal nomaden nam snel af tijdens de Sovjet tijd, met name onder bewind van Stalin. Na de val van de Sovjet-Unie verslechterde de economieën van de nieuwe onafhankelijke republieken in Centraal-Azië, wat ertoe leidde dat, tenminste tijdelijk, mensen de nomadische levensstijl weer op moesten pakken.[4] Hun levensstijl wordt zelfs nu nog tegengewerkt door onder andere grote projecten die hun leefgebied aantasten.[5]

Stadsnomaden[bewerken]

Stadsnomaden zijn daklozen en mensen die in grote steden soms ongebruikte terreinen kraken om daar in leegstaande gebouwen, woonwagens, caravans en in provisorische hutten en tenten te leven totdat de grond wordt opgeëist door de rechtmatige eigenaars en zij weer andere plekken moeten zoeken.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. enkelvoud ο νομας, νομαδος, kudden weidend en daarmee rondzwervend in Muller, F. en Thiel, J.H.: Beknopt Grieks-Nederlands woordenboek, Wolters, Groningen en Oosthoek's encyclopedie, 1951:"benaming voor herdersvolken, die geen vaste woonplaatsen hebben, maar mét de kudden, wier teelt hun hoofdmiddel van bestaan vormt, van de ene plaats naar de andere trekken. Ook voor rondtrekkende volken of groepen in het algemeen zoals de Zigeuners "
  2. Mongolians recall purges by Stalin, The Washington Times
  3. Mass Crimes under Stalin (1930-1953): The 1931-1933 famines, massviolence.org
  4. Pastoral Livestock Development in Central Asia, FAO Rural Development Division
  5. Russia: Giant Dam Project Could Spell Disaster For Indigenous Tribe, Radio Free Europe