Noor Inayat Khan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noor Inayat Khan

Noor-un-Nisa Inayat Khan (Moskou 1 januari 1914Dachau 14 september 1944), beter bekend als Noor Inayat Khan, was een Indiase prinses, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als geheim agente voor de Britse Special Operations Executive (SOE) actief was in het Franse verzet.

Inayat Khan was de oudste dochter van de soefi Hazrat Inayat Khan en Ora Ray Baker, die na haar nog drie kinderen kregen. Inayat Khan was een prinses (afstammelinge van Tipoe Sultan, heerser van Mysore). Haar naam Noor-un-nisa betekent licht van alle vrouwen.

Oorlogstijd [bewerken]

Vlak na haar geboorte brak de Eerste Wereldoorlog uit en verhuisde het gezin naar Londen. In 1920 keerden ze terug naar hun woning in Suresnes. Noor Inayat Khan was, net zoals de rest van de familie, een bekwame muzikant. Ze kreeg les van Nadia Boulanger. Noor bespeelde de vina, de sitar en de harp en trad op met haar vader en haar broer, o.a. als privé-orkest voor Mata Hari. Naast haar muzikale carrière schreef ze gedichten en kinderverhalen. Een aantal van haar verhalen werd gepubliceerd in kindertijdschriften, en gebundeld in een boek genaamd Vingt contes Jātaka, in het Nederlands vertaald als Boeddhalegenden (ISBN 905340029X). Vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertrok de familie uit Parijs.

Tijdens de oorlog trad Inayat Khan in het verzet, waarvoor ze via de radio contact met Londen onderhield. Haar codenaam was Madeleine. In de nacht van 16/17 juni 1943 vloog een B/20A naar Parijs onder de codenaam 'Teacher/Nurse/Chaplain/Monk’. Samen met twee andere vrouwen, Diana Rowden (codenaam Paulette/Chaplain), en Cecily Lefort (codenaam Alice/Teacher), versterkten ze het Physician Network, dat onder leiding stond van Francis Suttill (codenaam Prosper).

In anderhalve maand werden verschillende verzetsmensen uit het Physician Network gearresteerd door de Sicherheitsdienst (SD). Ondanks het gevaar van ontdekking bleef Noor informatie doorgeven aan Londen. In oktober 1943 is ze waarschijnlijk verraden, vermoedelijk door Henri Dericourt en Renée Garry. De SD arresteerde Inayat Khan en verhoorde haar in het hoofdkwartier te Parijs. Hoewel ze niet werd gemarteld duurden de ondervragingen ruim een maand. Tijdens deze maand heeft ze twee keer geprobeerd te ontsnappen. De SD vond haar gecodeerde aantekeningen en wist de code te kraken, waardoor ze nog een aantal verzetsmensen kon arresteren.

Inayat Khan werd eind oktober 1943 overgebracht naar Pforzheim in Duitsland. Ze werd geclassificeerd als zeer gevaarlijk en ondanks alle ontberingen liet ze niets los. Op 12 september 1944 werd ze overgebracht naar het concentratiekamp in Dachau. De volgende morgen werd Inayat Khan gemarteld en geëxecuteerd door de SS'er Friedrich Wilhelm Ruppert, samen met Yolande Beekman, Eliane Plewman en Madeleine Damerment, drie andere vrouwen uit het Franse verzet. Ruppert werd in 1946 wegens oorlogsmisdaden ter dood veroordeeld.

Postuum kreeg ze van de Engelse koning George VI het George Cross en van generaal de Gaulle het Croix de Guerre.

Externe links [bewerken]