Nord Stream

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Noord-Europese Gasleiding)
Ga naar: navigatie, zoeken
Loop van de gasleiding

Nord Stream, tot 2006 Noord-Europese Gasleiding (NEGP) en ook wel Oostzee-gasleiding of Baltische pijpleiding genoemd, is een tweevoudige gasleiding voor het transport van Russisch aardgas door de Oostzee naar Duitsland. De aanleg werd gestart op 9 december 2005 en het gas in de eerste leiding begon te stromen op 8 november 2011.

Eigendom[bewerken]

Op 8 september 2005 werd het verdrag over de aanleg van de pijpleiding getekend tussen het Russische Gazprom en de Duitse bedrijven E.ON en BASF in tegenwoordigheid van de Duitse premier Gerhard Schröder en de Russische president Vladimir Poetin. Gazprom heeft met 51% het grootste aandeel in het project, Wintershall en E.ON nemen beide voor 20% deel in het project en de Nederlandse Gasunie voor 9%. Gasunie werd pas op 6 november 2007 onderdeel van het consortium en werd op 10 juni 2008 ingeschreven in het register van participanten. Begin 2010 werd ook bekendgemaakt dat het Franse energiebedrijf GdF Suez een belang van 9% zal nemen.[1] Wintershall en E.On hebben beiden een belang van 4,5% verkocht om de deelname van GdF Suez mogelijk te maken.

Het project omvat ook het plan om een mogelijkheid in te bouwen om de pijpleiding in de toekomst door te trekken naar Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

De eigenaar van de toekomstige pijpleiding is Nord Stream AG, tot 2006 North European Gas Pipeline Company genoemd. De onderneming werd op 2 december 2005 ingeschreven in het Zwitserse handelsregister als NEGP Company. De toezichtsraad (raad van commissarissen) begon haar werk op 1 maart 2006 en wordt vanaf 30 maart geleid door de Duitse ex-bondskanselier Gerhard Schröder. Algemeen directeur werd Matthias Warnig, afgevaardigde van de Dresdner Bank in Rusland.[2] Volgens het Duitse Bundesamt für Verfassungsschutz was Warnig plaatsvervangend leider van het 5de Referaat van Afdeling XV van de DDR buitenlandse geheime dienst bij het 'Ministerium für Staatssicherheit' (Stasi).

Rusland is de belangrijkste exporteur van gas naar Europa. Voor deze pijplijn zal het gas afkomstig zijn uit het olie- en gasveld Joezjno-Roesskoje, gelegen in het noorden van West-Siberië (Jamalië). Van de totale Russische gasexport gaat 75% naar Europa en Europa dekt ongeveer 40% van de gasbehoefte door importen uit Rusland. Gazprom heeft al contracten getekend met een aantal Europese gasbedrijven, waaronder DONG Energy, E.ON Ruhrgas en GdF Suez, om 22 miljard m³ gas per jaar te leveren zodra de pijpleiding klaar is.

Beschrijving[bewerken]

Bestaande en aangekondigde Russische pijpleidingen in Europa

De (dubbel uitgevoerde) pijpleiding bestaat uit twee delen: een gedeelte over land en een gedeelte onder water. Het eerste deel van de pijpleiding start bij Babajevo in oblast Vologda en loopt vanaf daar naar Vyborg (ten noordwesten van Sint-Petersburg). Dit deel heeft een lengte van 917 kilometer. Vanaf Vyborg gaat de pijpleiding verder over de bodem van de Oostzee. De pijpleiding eindigt bij Greifswald (noordoostelijk Mecklenburg-Voor-Pommeren). De lengte bedraagt 1.224 kilometer voor het gedeelte in de Oostzee. In Duitsland zijn twee pijplijnen aangelegd, zoals de NEL-pijplijn, met een totale lengte van 900 kilometer, die Greifswald met het Europese gasleidingnet verbindt.

De Nord Stream-leiding heeft een capaciteit van ongeveer 55 miljard m³ gas per jaar, wat neer komt op ongeveer de helft van het jaarlijkse gasverbruik in Duitsland in 2005. De kosten van het gedeelte op de zeebodem werden geschat op € 4 miljard ($ 4,7 miljard). Het landgedeelte zal volgens Aleksej Miller van Gazprom $ 5 miljard gaan kosten. Op 9 april 2010 is de aanleg van de pijpleiding gestart. De pijplijn zal duurder worden dan eerder aangegeven: het zal nu een investering vergen van € 7,4 miljard[3] oftewel € 6 miljoen per kilometer.

Officiële opening Nord Stream-pijplijn op 8 november 2011 met Angela Merkel, Mark Rutte en Dmitri Medvedev.

Op 8 november 2011 werd de eerste pijpleiding officieel geopend te Lubmin. Diverse regeringsleiders waren bij de ceremonie aanwezig, onder wie bondskanselier Angela Merkel, de Russische president Dmitri Medvedev en Mark Rutte van Nederland.[4]

Op 8 oktober 2012 werd de tweede leiding in gebruik genomen. De officiële ingebruikname vond plaats in Portovaja, aan de Russische Oostzee-kust, waar het nieuwe compressorstation van Gazprom staat. Deze installatie zorgt ervoor dat het gas onder een druk van 220 bar over een afstand van 1.224 kilometer naar het aanlandingspunt bij Lubmin wordt gestuwd.

De totale kosten van aanleg zijn binnen het totale investeringsbudget van € 7,3 miljard gebleven. Met de tweede pijplijn heeft Nord Stream een totale gastransportcapaciteit van 55 miljard m³, overeenkomstig met 537 miljard kWh, per jaar. Dit is voldoende om zo'n 26 miljoen huishoudens van gas te voorzien.

Technische gegevens[bewerken]

  • lengte pijplijn: 1.224 kilometer[5]
  • aantal buizen: 199.755 stuks, elk met een lengte van 12 meter en een gewicht van 24 ton
  • diameter van de buis: 1.153 mm
  • hoeveelheid verwerkt staal: 2.424.000 ton
  • verwachte levensduur: minstens 50 jaar
  • opgesteld vermogen van het compressorstation in Portovaja: 366 MW
  • afstand tussen gasvelden en compressorstation in Portovaja: 2.850 kilometer
  • reistijd gas: gemiddeld 12 dagen tussen gasvelden in West-Siberië en afnemers in West-Europa.

Politieke factoren[bewerken]

Volgens Duitse en Russische functionarissen moet het project uiteindelijk winstgevend worden doordat transitkosten voor het vervoer door andere landen (bijvoorbeeld Oekraïne en Polen) verdwijnen. Dit zou volgens hen opwegen tegen de hogere onderhoudskosten van een pijpleiding over de zeebodem. Voor andere landen verdwijnt bovendien de mogelijkheid om Russisch gas te blokkeren of af te tappen tijdens conflicten, zoals het Wit-Russisch-Russisch gasconflict en het Russisch-Oekraïens gasconflict, terwijl Rusland de mogelijkheid behoud om dit zelf wel te doen.

Protesten in Midden en Oost-Europa[bewerken]

Na de ondertekening kwam het tot hevige protesten in meerdere Midden-Europese landen als Polen, Litouwen, Letland en Estland, waarbij Rusland werd beschuldigd van het proberen een splijting in de Europese Unie te weeg te brengen en waarbij Duitsland werd beschuldigd van het negeren van hun belangen. Polen verwacht door de gasleiding op jaarbasis 1 miljard minder te ontvangen aan transitopbrengsten over Russisch gas dat via de Jamal-Europa Gasleiding naar Europa wordt getransporteerd. Het Internationaal Energieagentschap steunde Polen hierin, door te verklaren dat het een politieke zet van Rusland is om Polen en Oekraïne te omzeilen. Polen en de Baltische staten hebben aangegeven bang te zijn voor afpersing door Rusland, dat net als bij het gasconflict met Oekraïne en Wit-Rusland kan dreigen het gas af te sluiten. Met name de Poolse president Lech Kaczyński heeft zich sterk tegen het plan gekeerd.

Verder kwam er ook ecologische kritiek, met name toegespitst op de onontplofte zeemijnen op de bodem van de Oostzee. Premier van Litouwen Algirdas Brazauskas verklaarde dat er bovendien tonnen gedumpte chemische wapens liggen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in het zuiden van de Oostzee, die bij openbreken voor een ramp zouden kunnen zorgen.[6] Gazprom stelde dat dit erg vergezocht is, deze uitspraken politiek gemotiveerd zijn en dat bij de aanleg de zeebodem juist schoongemaakt wordt. Deze kritiekpunten werden door de Duitse oppositie gebruikt bij de Duitse verkiezingen van 2005.

In verband met de mogelijke negatieve ecologische gevolgen kwam het presidium de Baltische Raad bijeen van 25 tot 26 november in Tallinn en nam een resolutie aan die van Rusland en Duitsland eist om hun ecologische en economische belangen goed af te wegen. De resolutie omvat ook een oproep aan de parlementen van alle landen rond de Oostzee en aan de ministerraden van de Baltische landen om speciale aandacht te vestigen op het project en goed te kijken of het wel voldoet aan de internationale overeenkomsten met betrekking tot de bescherming van de Oostzee en aan de wetten van de Europese Unie.

Op 28 december 2005 stelden de Estse parlementsleden Igor Gryazin en ex-premier Juhan Parts voor om de territoriale wateren van Estland in de Finse Golf te verbreden met 3 zeemijl, zodat de pijpleiding onder Estse soevereiniteit komt. Volgens hen valt de wettelijke grens in het midden van de Finse Golf volgens de maritieme conventie van de Verenigde Naties uit 1982. In 1993 nam Estland echter een wet aan die vrijwillig de grens 3 zeemijl naar binnen schoof, hetgeen ook gedaan werd door Finland, zodat er een neutraal gebied van 6 zeemijl ontstond tussen beide landen. Finland is echter voor 40% van zijn energiebehoefte afhankelijk van Rusland en bovendien participeert het Finse staatsbedrijf Fortum in het project, waardoor de kansen op medewerking aan dit Estse voorstel vrij klein zijn.

Kritiek op Gerhard Schröder[bewerken]

Bij de ceremonie voor de start van de aanleg van de pijpleiding op 9 december 2005 verklaarde Gazprom-bestuursvoorzitter Aleksej Miller dat Gerhard Schröder voorzitter van de toezichtsraad zou worden. Dit leidde tot een storm van kritiek op Schröder van verschillende kanten. Vooral de oppositie uitte kritiek, aangezien Schröder het project zelf actief heeft gepromoot tijdens zijn periode als bondskanselier en samen met Poetin druk uitgeoefend heeft om het door te voeren.

Alternatieven[bewerken]

Overigens zijn Polen en Oekraïne bezig met het doortrekken van een pijpleiding vanaf Odessa naar Polen, waarvan alleen het laatste gedeelte van Brody naar Polen nog moet worden gerealiseerd. De beide landen willen hiermee minder afhankelijk zijn van Russisch gas. Voor de levering van het gas hebben beide landen een contract gesloten met Kazachstan. Het gas wordt vanaf de Kaspische Zee onder andere vervoerd met de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan-pijpleiding.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties