Noord-Ierland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Northern Ireland
Tuaisceart Éireann
Norlin Airlann
Flag of Northern Ireland.svg Coat of Arms of Northern Ireland.svg
(Details) (Details)
Noord-Ierland
Basisgegevens
Officiële landstaal Engels, Iers, Ulster Schots
Hoofdstad Belfast
Regeringsvorm Constitutionele monarchie
Staatshoofd Elizabeth II
Regeringsleider Peter Robinson (premier) en Martin McGuinness (vicepremier)
Religie Protestantisme:48%
Katholicisme: 45%
Oppervlakte 13.843 km²
Inwoners 1.810.862 (2011) (131/km²)
Overige
Motto Quis separabit (Wie zal ons scheiden)[1]
Volkslied God Save the Queen
Munteenheid Pond sterling (GBP)
UTC 0 (zomer +1)
Web | Code | Tel. .uk, .ie, .eu | GBR | +44 28
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Noord-Ierland (Engels: Northern Ireland, Iers-Gaelisch: Tuaisceart Éireann, Ulster-Schots: Norlin Airlann) maakt als constituerend land met Engeland, Schotland en Wales deel uit van één staat: het Verenigd Koninkrijk. Het is van deze vier gebieden het enige dat niet op het eiland Groot-Brittannië, maar op het eiland Ierland ligt. Noord-Ierland grenst aan de Republiek Ierland. In Noord-Ierland is, net als in geheel Ierland, Engels de dominante taal. Op kleinere schaal, en vooral om symbolische redenen, wordt ook soms Iers gebruikt, zij het minder dan in de Republiek Ierland.

Noord-Ierland wordt omschreven als een land, provincie of regio van het Verenigd Koninkrijk. Sinds de ondertekening van het Goede Vrijdag-akkoord van 1998 is Noord-Ierland hoofdzakelijk zelfbesturend, maar in de internationale betrekkingen speelt als soevereine staat alleen het Verenigd Koninkrijk een rol.

Het Goede Vrijdag-akkoord stipuleert dat indien een meerderheid van de bevolking dat wil, Noord-Ierland deel kan worden van Ierland. Bij de laatste volkstelling van 2011 telde Noord-Ierland 1.810.863 inwoners. De protestanten, die 48% van de bevolking uitmaken, willen in meerderheid de band met de Britse unie behouden. De katholieken zijn eerder Iersgezind en maken voorlopig 45% van de bevolking uit.

Er wordt, net als in de rest van het Verenigd Koninkrijk, betaald met het pond sterling, dat is onderverdeeld in 100 pence. Het Noord-Ierse autokenteken is GB (traditioneel kenteken van het VK). De tijd is gelijk aan de Greenwichtijd, het telefoonprefix is 44 (maar vanuit Ierland moet een binnenlands nummer worden gekozen) en het internetdomein is .uk.

De enige internationale luchthaven van Noord-Ierland bevindt zich bij de hoofdstad Belfast. Het is een van de elf internationale luchthavens van het Verenigd Koninkrijk.

Geschiedenis[bewerken]

Noord-Ierland is in zijn huidige vorm ontstaan in 1922, terwijl de rest van het eiland als Ierse Vrijstaat definitief buiten het Verenigd Koninkrijk kwam te staan. Het hele eiland was tot 1919 een van de drie koninkrijken van het Verenigd Koninkrijk.

Ierland was voor de Engelse koningen altijd een lastig bezit geweest. In het noorden van het eiland was de weerstand tegen de Engelse overheersing het grootst. Een van de manieren om die weerstand te breken was een politiek van kolonisatie van het gebied door Engelse en vooral Schotse boeren. Deze kregen in de 16e eeuw de mogelijkheid om boerderijen te beginnen op land dat was geconfisqueerd van de grootste tegenstanders. De nieuwe bewoners waren protestanten, over het algemeen volgelingen van een van de calvinistische kerkgenootschappen die in Schotland waren ontstaan na de reformatie. De oorspronkelijke Ierse bevolking was altijd rooms-katholiek gebleven.

Door die politiek groeide in de provincie Ulster (het noorden van het eiland) een protestantse meerderheid die zich sterk verbonden voelde met de Engelse koning. Die verbondenheid kwam zwaar onder druk te staan toen de katholieke Jacobus II de troon besteeg. De verdrijving van Jacobus door zijn schoonzoon, Willem III van Oranje-Nassau, tijdens de Glorious Revolution en de uiteindelijke nederlaag van Jacobus tijdens de Slag aan de Boyne, zijn in de visie van de protestanten dan ook de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van het eiland. Dit wordt door veel protestanten jaarlijks herdacht in de Oranjemarsen.

Theobald Wolfe Tone

Toch waren het protestanten uit Ulster die in de 18e en 19e eeuw een grote rol speelden in de beweging voor zelfbestuur voor geheel Ierland. Theobald Wolfe Tone, een protestantse advocaat uit Belfast, wordt in Ierland gezien als een van de grote voorvechters van Ierse onafhankelijkheid.

In de loop van de 19e eeuw was er in het Britse Lagerhuis een meerderheid ontstaan voor het verlenen van zelfbestuur aan Ierland. Dat zelfbestuur, Home Rule, werd echter keer op keer geblokkeerd door het Hogerhuis. De meerderheid in het Hogerhuis zag in het verlenen van zelfbestuur een verzwakking van de Unie tussen Engeland en Ierland. De tegenstanders van autonomie noemden zichzelf daarom ook Unionisten.

In geheel Ierland vormden de Unionisten een kleine maar invloedrijke minderheid. In Ulster hielden beide kampen elkaar min of meer in evenwicht. De Unionisten waren geconcentreerd in vier van de negen graafschappen van Ulster. Twee graafschappen waren in kleine meerderheid protestant en daarmee haast automatisch voor autonomie, de overige drie waren overwegend katholiek.

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog ging het Britse Parlement akkoord met zelfbestuur voor het grootste gedeelte van Ierland. In dat plan zouden de vier in meerderheid Unionistische en protestantse graafschappen er buiten vallen. Door het uitbreken van de oorlog werd dit plan opgeschort. Na de oorlog dreigde er in Ierland een explosieve situatie. Ierse nationalisten hadden tijdens de oorlog, in 1916, de republiek uitgeroepen tijdens de Paasopstand. Die opstand was door de Engelsen bloedig onderdrukt. Voor de nationalisten was zelfbestuur mede daardoor inmiddels een achterhaald idee. Zij wilden nog slechts genoegen nemen met volledige onafhankelijkheid.

In het noorden versterkte dat de wens van de protestanten om bij het Verenigd Koninkrijk te blijven, ook onder de protestanten die in graafschappen woonden met een katholieke meerderheid. De demografische verhoudingen in de provincie Ulster als geheel hielden echter in dat beide bevolkingsgroepen elkaar bijna in evenwicht hielden. Om te voorkomen dat er een katholieke meerderheid kon ontstaan is er uiteindelijk voor gekozen om de drie graafschappen met de grootste katholieke meerderheid, Donegal, Cavan en Monaghan buiten het op te richten Noord-Ierland te houden.

David Trimble

In de wet waardoor Ierland zelfstandig werd binnen het Gemenebest en Noord-Ierland werd gevormd werd aan het nieuwe gebied een zeer grote mate van zelfbestuur toegekend. De wijze waarop de protestantse meerderheid invulling gaf aan dat zelfbestuur is een van de redenen waarom de verhoudingen tussen beide bevolkingsgroepen, protestant/Unionistisch en katholiek/nationalistisch steeds slechter werden. In de woorden van de Noord-Ierse oud-premier en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede David Trimble werd Noord-Ierland voor katholieken een koude plek om in te wonen.

In de periode vanaf de stichting van Noord-Ierland tot aan de jaren zestig was er sporadisch sprake geweest van ernstige ongeregeldheden tussen katholieken en de protestantse bestuurders. In de jaren zestig ontstond er langzamerhand onder de katholieken een beweging die gelijke rechten opeiste. Hun acties werden door de protestantse meerderheid als zeer bedreigend gezien waardoor er met veel machtsvertoon op werd gereageerd. De spanningen in Noord-Ierland liepen daardoor snel op. In Engeland groeide het idee dat de wijze waarop het protestantse bestuur zijn macht gebruikte het probleem eerder verergerde dan oploste. Om te voorkomen dat de situatie geheel uit de hand zou lopen, koos Londen daarom uiteindelijk voor de afschaffing van het zelfbestuur. Dit kan worden gezien als het beginpunt van The Troubles in Noord-Ierland.

Om de orde te herstellen werden Britse troepen naar Noord-Ierland gestuurd, waar zij met gejuich werden ontvangen door de meerderheid van de katholieken. De meer extreme delen van de katholieken zagen in de Britse troepen echter bezetters. De troepen werden voor deze extremisten dan ook legitieme doelen. Voor de Britse troepen bleek het al spoedig uiterst lastig om onderscheid te maken tussen gewone katholieken en extremisten van de IRA. Dat bleek op een uiterst pijnlijke wijze door de wijze waarop het leger reageerde tijdens een vreedzame demonstratie in Londonderry (door de nationalisten aangeduid als Derry).

Bloody Sundaymonument
Gerry Adams
Ian Paisley

Wat er die dag precies is gebeurd is nog steeds onderwerp van onderzoek door een commissie. Het staat echter vast dat op die Bloody Sunday (1972), 30 januari van dat jaar, 13 katholieken werden doodgeschoten door Britse militairen. Die gebeurtenis was koren op de molen van de extremisten. In de katholieke gemeenschap begon de aanhang van de gematigde Social Democratic and Labour Party geleidelijk af te nemen en die van de aan de IRA verbonden partij Sinn Féin snel toe te nemen. Aan protestantse zijde verminderde de aanhang van de traditionele Unionistische partij. De radicale groepering rond de militante dominee Ian Paisley (Democratic Unionist Party (DUP)) zag haar aanhang daarentegen snel groeien.

Het polariseren aan beide zijden heeft merkwaardig genoeg toch de mogelijkheid van een vreedzame oplossing niet volledig geblokkeerd. Na moeizame onderhandelingen werd in 1998 een akkoord bereikt. De Verenigde Staten hebben hierin een bemiddelende rol gespeeld in de persoon van senator George J. Mitchell. Krachtens dat akkoord, gesloten op 10 april 1998 en aangeduid als het Goede Vrijdag-akkoord, herkreeg Noord-Ierland zelfbestuur, waarbij garanties werden geschapen dat ook de katholieken deel zouden uitmaken van het bestuur. Hoewel dit akkoord het probleem nog niet onmiddellijk heeft kunnen oplossen, heeft dit proces er uiteindelijk wel toegeleid dat de militaire vleugel van de extreme nationalisten, de IRA op 28 juli 2005 een verklaring naar buiten heeft gebracht dat zij definitief stopt met gewapend verzet. Vanaf dat moment zegt de IRA zijn doelen alleen nog op politieke wijze na te streven.

In april 2007 kwam er dankzij de bemoeienis van de Britse regering een overeenstemming over een nieuwe coalitie tussen de protestantse voorman Ian Paisley en de katholieke voorman Gerry Adams tot stand. Deze coalitie kreeg haar beslag op 8 mei 2007, toen zij werd beëdigd. Sindsdien heeft Noord-Ierland weer zelfbestuur, nadat het sinds 2002 rechtstreeks door de centrale overheid van het Verenigd Koninkrijk was bestuurd. Ian Paisley werd de nieuwe premier, de katholiek Martin McGuinness de nieuwe vicepremier. Opmerkelijk, omdat de twee tot voor kort felle tegenstanders van elkaar waren.[2]

Op 31 juli 2007 om 24u00 verlieten de Britse troepen het Noord-Ierse territorium na een 38-jarige bezetting. Op 1 augustus nam de politie de taken van het leger over.

Geografie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geografie van Ierland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Kaart van Noord-Ierland

Steden:

Grootste en een van de vier bekendste meren: Lough Neagh, tussen Belfast en Omagh, en tussen Dundalk (25 000 - 100 000 inwoners) (Ierland) en Ballymena.

Noord-Ierland ligt aan de Atlantische Oceaan en aan drie zeeën: de Ierse Zee, de Donegalbaai (bij Enniskillen) en de Bann (bij Ballymena).

Klimaat[bewerken]

Noord-Ierland kent een gematigd zeeklimaat met zachte winters en zeer koele zomers.

Weergemiddelden voor Aldergrove (nabij Belfast Airport)
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
gemiddeld maximum (°C) 6,8 7,3 9,1 11,6 14,7 17,1 19,0 18,6 16,1 12,8 9,3 7,5 12,5
gemiddeld minimum (°C) 1,5 1,6 2,6 3,9 6,3 9,1 11,4 11,1 9,1 6,8 3,5 2,3 5,8
neerslag (mm) 86,9 59,7 68,1 56,9 56,3 60,8 66,2 76,5 80,1 88,0 79,6 83,3 862,4
bron: Metoffice.gov.uk[3]

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Historisch is Noord-Ierland (the Six Counties) onderverdeeld in zes graafschappen die samen met drie graafschappen in de Ierse republiek de oorspronkelijke Ierse provincie Ulster vormen:

  1. Fermanagh
  2. Tyrone
  3. Derry/Londonderry
  4. Antrim
  5. Down
  6. Armagh

De counties hebben sinds 1973 geen bestuurlijke functie meer. Het gebied is nu ingedeeld in 26 districten.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek