Noordelijke huiswinterkoning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noordelijke huiswinterkoning
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Huis1kl.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Troglodytidae (Winterkoningen)
Geslacht: Troglodytes
Soort
Troglodytes aedon
Vieillot, 1809
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De noordelijke huiswinterkoning (Troglodytes aedon), een lid van de familie winterkoningen (Troglodytidae), is een bekende verschijning in veel Amerikaanse tuinen.

Kenmerken[bewerken]

Het is een vrij fors lid van de familie van de winterkoningen (ca 12 centimeter lang en 11 gram zwaar). De vogel is roestbruin tot grijzig, met lichte onderdelen en dwarsstrepen op en onder zijn staart.

Leefwijze[bewerken]

Als alle leden van de familie zoekt hij naar voedsel in spleten met zijn lange dunne snavel. Hij eet naast insecten en spinnen ook wel fruit.

Voortplanting[bewerken]

De zang is vrij gevarieerd met een serie murmelende dalende trillers en ratels. Als alle winterkoningen kan hij vocaal flink van zich afbijten met een stem die een grotere vogel niet zou misstaan. In het voorjaar maakt het mannetje daar gebruik van om een vrouwtje aan te trekken. Hij legt op een aantal plaatsen -meest boomholtes of nestkastjes- het fundament van een nest met wat takjes. Het vrouwtje kiest dan welke plek ze het liefste heeft en stoffeert het met veertjes en ander materiaal. Er zijn meestal twee broedsels per seizoen en de tweede leg kan best van een ander mannetje zijn.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De vogel komt voor in een groot deel van Noord-Amerika, noordelijk tot in Alberta. 's Winters trekt deze winterkoning naar de zuidelijke staten van de Verenigde Staten en Mexico. De noordelijke huiswinterkoning komt voor in verschillende type leefgebieden zoals bossen in uiterwaarden, maar ook in buitenwijken van steden. Het is de meest voorkomende soort winterkoning in Noord-Amerika.

De soort telt 33 ondersoorten:

  • T. a. parkmanii: van zuidwestelijk en zuidelijk-centraal Canada en de westelijke en centrale Verenigde Staten tot noordelijk Mexico.
  • T. a. aedon: zuidoostelijk Canada en de oostelijke Verenigde Staten.
  • T. a. cahooni: van zuidoostelijk Arizona tot centraal Mexico.
  • T. a. brunneicollis: centraal en zuidelijk Mexico.
  • T. a. nitidus: Mount Zempoaltepec in zuidelijk Mexico.
  • T. a. intermedius: van zuidelijk Mexico tot centraal Costa Rica.
  • T. a. peninsularis: Yucatán.
  • T. a. beani: Cozumel.
  • T. a. inquietus: van zuidwestelijk Costa Rica tot oostelijk Panama.
  • T. a. carychrous: Nationaal Park Coiba.
  • T. a. pallidipes: de Pareleilanden.
  • T. a. guadeloupensis: Guadeloupe.
  • T. a. rufescens: Dominica.
  • T. a. martinicensis: Martinique.
  • T. a. mesoleucus: Saint Lucia.
  • T. a. musicus: Saint Vincent.
  • T. a. grenadensis: Grenada.
  • T. a. tobagensis: Tobago.
  • T. a. atopus: noordelijk Colombia.
  • T. a. effutitus: La Guajira en noordwestelijk Venezuela.
  • T. a. striatulus: westelijk en centraal Colombia en noordwestelijk Venezuela.
  • T. a. columbae: oostelijk Colombia en westelijk Venezuela.
  • T. a. clarus: van Venezuela (behalve het westen), oostelijk Colombia en de Guyana's tot noordoostelijk Peru en westelijk Brazilië.
  • T. a. albicans: zuidwestelijk Colombia en westelijk Ecuador.
  • T. a. musculus: van centraal en oostelijk Brazilië tot noordoostelijk Argentinië en oostelijk Paraguay.
  • T. a. bonariae: uiterst zuidoostelijk Brazilië, Uruguay en noordoostelijk Argentinië.
  • T. a. puna: Peru en noordwestelijk Bolivia.
  • T. a. audax: westelijk Peru.
  • T. a. carabayae: centraal en zuidelijk Peru.
  • T. a. tecellatus: zuidwestelijk Peru en noordelijk Chili.
  • T. a. rex: van centraal Bolivia tot noordelijk Argentinië en westelijk Paraguay.
  • T. a. atacamensis: noordelijk en centraal Chili.
  • T. a. chilensis: zuidelijk Chili en zuidelijk Argentinië.

Status[bewerken]

De noordelijke huiswinterkoning heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) uiterst gering. De grootte van de populatie wordt geschat op meer dan 50 miljoen individuen en dit aantal gaat nog vooruit. Om deze redenen staat deze soort winterkoning als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Bronnen, noten en/of referenties