Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart met in het zwart de lijnen van de NOLS
Kaart voor het eerste ontwerp van de NOLS. De rode lijn is de ontworpen spoorlijn Zwolle/Neede-Ommen-Groningen met stations, de blauwe stippellijnen zijn uitbreidingen naar Delfzijl en Burgsteinfurt (D)

De Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) was een spoorwegonderneming die de spoorlijn van Zwolle via Mariënberg, Coevorden, Emmen, Gasselternijveen, Stadskanaal, Zuidbroek naar Delfzijl, met aftakkingen van Mariënberg naar Almelo, van Coevorden naar de Duitse grens bij Laarwald en van Gasselternijveen naar Assen heeft aangelegd en er tot 1938 eigenaar van was.

Oprichting[bewerken]

Het initiatief voor de onderneming werd genomen door de uit Winterswijk afkomstige textiel-industrieel en tevens Tweede Kamerlid Jan Willink, bijgenaamd Spoor-Jan. Hij had eerder de Nederlandsch Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij (NWS) en de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij (GOLS) opgericht. De NOLS was in zijn plannen een noodzakelijke schakel voor een railverbinding vanaf de Duitse grens bij Winterswijk tot aan de Noordzee. De zeehaven Harlingen had zijn voorkeur. Maar uiteindelijk was hij ook tevreden met een verbinding naar Delfzijl. In 1888 dient hij een aanvraag voor een concessie in en in 1890 krijgt hij de ontwerpconcessie. In de aanvraag was voorzien in een lijn van Neede naar Ommen, waardoor het NOLS-net zou aansluiten op het net van de reeds bestaande GOLS-lijnen in Twente en de Achterhoek. Deze belangrijke verbinding tussen de NOLS- en de GOLS-lijnen is er evenwel nooit gekomen. Wel is later door de Locaalspoorweg-Maatschappij Neede-Hellendoorn de Spoorlijn Neede - Hellendoorn aangelegd.

Daarna verliep het verder ontwikkelen van de spoorlijn moeizaam, onder andere door meningsverschillen met de regering. De plannen ondergingen diverse wijzigingen. In 1896 overleed Jan Willink, waarna zijn zoon A. Willink het initiatief overnam. Minister Lely loodste in 1898 de wet voor de NOLS door het parlement.

De maatschappij werd in 1899 opgericht. De onderneming kreeg Zwolle als vestigingsplaats. In datzelfde jaar kreeg de maatschappij de definitieve concessie en werd er een contract gesloten met de Staatsspoorwegen voor de exploitatie van lijn. Voor het ontwerpen van de gebouwen van de NOLS, zoals stations en haltegebouwen, nam de maatschappij de architect Eduard Cuypers, een neef van P.J.H. Cuypers, in de arm. Eduard Cuypers had eerder ook het stationsgebouw van 's-Hertogenbosch gebouwd. De stations worden geclassificeerd en elke klasse kreeg een vast basisontwerp, waarbinnen wel gevarieerd werd.

Bouw en exploitatie[bewerken]

Met de bouw van de lijn wordt in 1901 begonnen. In 1903 werd het eerste deel van de spoorlijn, van Zwolle tot Ommen, in gebruik genomen. In 1905 wordt in de loop van het jaar op verschillende momenten de rest van de lijn naar Stadskanaal in gebruik genomen. Deze lijn is 107 kilometer lang. Op 15 juni 1905 wordt ook het ca 30 kilometer lange traject van Assen via Gasselternijveen naar Stadskanaal geopend. Tussen Gieten en Gasselte passeert de lijn de Hondsrug en de beklimming ervan is te steil voor de trein. Daarom wordt hier met de schop een insnijding uitgegraven door het keileem om de helling minder steil te maken.

De 19 kilometer lange aftakking van Mariënberg naar Almelo volgt in 1906. De lijn van Zuidbroek naar Delfzijl met een lengte van 26 kilometer en het 22 kilometer lange traject van Stadskanaal naar Zuidbroek worden in 1910 geopend. Dit laatste gedeelte doorsnijdt een gebied met veel smalle percelen. Hiervoor waren 91 onteigeningsprocedures nodig op een totaal van 105 voor de hele lijn van de NOLS. Tussen Stadskanaal en Bareveld volgt de lijn de Semslinie. In Zuidbroek is er een aansluiting op de lijn van de Staatsspoorwegen van Groningen naar Nieuweschans. In 1910 wordt als de laatste de lijn tussen Coevorden en Laarwald bij de Rijksgrens met Duitsland geopend. Dit laatste gedeelte werd niet, zoals de rest van de lijnen van de NOLS, door de Staatsspoorwegen geëxploiteerd, maar door de Bentheimer Kreisbahn en haar opvolger de Bentheimer Eisenbahn (BE).

De belangrijkste locomotievendepots langs de lijn bevinden zich in Stadskanaal en Coevorden. In 1921 en 1922 wordt het gedeelte tussen Gasselternijveen en Stadskanaal dubbelsporig gemaakt. Vanaf 1924 wordt voor de dagelijkse trein die pendelt tussen Zwolle en Emmen gebruikgemaakt van een motorrijtuig, de omC. In 1930 worden de motorrijtuigen die bedoeld waren voor de Woldjerspoorlijn, de omBC, ook ingezet tussen Delfzijl en Zuidbroek. In december 1934 wordt deze lijn tussen Zuidbroek en Weiwerd gesloten. Het resterende deel tussen Weiwerd en Delfzijl van de lijn blijft in gebruik bij de Woldjerspoorlijn. In 1938 werd de spoorlijn door de Nederlandse Spoorwegen genaast en werd de NOLS ontbonden. Het gedeelte dat geëxploiteerd werd door de BE kwam in handen van deze maatschappij. Het depot in Coevorden werd gesloten.

De NS wenste de NOLS-lijnen te reorganiseren. Met ingang van 2 oktober 1938 zou al het personenverkeer worden stopgezet. Op de lijn Almelo – Mariënberg – Coevorden – Emmen, de lijn Assen – Stadskanaal en de lijn Wildervank – Zuidbroek zou nog goederenvervoer kunnen plaatsvinden. Alle overige trajecten wenste men af te breken. De gemeente Ommen en een actiecomité in de veenkoloniën, onder leiding van de burgemeester van Veendam, wezen de Minister van Waterstaat erop dat busvervoer geen alternatief was vanwege de slechte wegen in de regio. Ook de minister van Defensie bleek tegen, omdat de lijnen van de NOLS een strategisch belang hadden. Naast de verbinding Zwolle – Meppel was dit namelijk de enige spoorverbinding naar Noord-Nederland.

Na de opheffing van de NOLS[bewerken]

Gedeelten van de spoorlijnen die door de NOLS zijn aangelegd zijn in de loop van de tijd uit bedrijf genomen en opgebroken. Dat begint gelijk na de opheffing van de NOLS. Na twee onderbrekingen – van 1938 tot 1940 en 1942 tot 1945 (in deze laatste periode is het spoor opgebroken geweest) – stopt het reizigersvervoer tussen Emmen en Gasselternijveen in november 1945 definitief, gevolgd door het goederenvervoer later dat jaar. In 1946 werd het gedeelte WeerdingeBuinen opgeheven, in 1964 het deel Gasselternijveen – Buinen. In 1972 volgde opheffing van Emmen – Weerdinge. Dit lijngedeelte werd in 1979 opgebroken.

In 1947 stopt het reizigersvervoer tussen Stadskanaal en Assen. Het goederenvervoer is op deze lijn tot ver in de jaren zestig nog van betekenis, maar uiteindelijk wordt dat ook beëindigd. Na een mislukte poging om deze lijn tot een museumlijn om te zetten, werd hij in 1977 opgebroken.

In 2007 is het gedeelte van Zwolle tot Emmen in gebruik voor reizigersvervoer door de NS en voor goederenvervoer door ACTS, Bentheimer Eisenbahn en Railion. Het gedeelte van Mariënberg tot Almelo is in gebruik voor reizigersvervoer bij Connexxion en wordt ook voor goederenvervoer gebruikt. Tussen Zuidbroek en Stadskanaal is het reizigersverkeer gestaakt in 1953. Het gedeelte van Veendam tot Zuidbroek wordt nog gebruikt voor goederenvervoer en is op 1 mei 2011 heropend voor reizigersvervoer, als onderdeel van een halfuurdienst Veendam – Groningen, geëxploiteerd door vervoerbedrijf Arriva. Het gedeelte van Stadskanaal tot Veendam is onderdeel van de museumspoorlijn van Stadskanaal Rail (Star). De overige delen van de lijn zijn opgebroken.

De spoorlijn Zwolle – Emmen is in 1987 geëlektrificeerd. De baanvakken Zwolle – Dalfsen en Mariënberg – Gramsbergen zijn dubbelsporig. De maximumsnelheid tussen Zwolle en Mariënberg is 140 km/h en tussen Mariënberg en Emmen 130 km/h. Op Mariënberg – Almelo is de maximumsnelheid 80 km/h.

Het traject Zwolle – Emmen was van 1993 tot eind 2005 het vaste inzetgebied van de Railhopper (SM '90) en daarna van de elektrische treinstellen van het type Plan V. Sinds 9 december 2012 wordt het traject Zwolle - Emmen onder de naam Vechtdallijnen geëxploiteerd door vervoerbedrijf Arriva met Spurt-treinstellen.

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De Boer, H: De Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij en Eduard Cuypers in: Op de Rails 48e jaargang, 1980, nr 4, blz. 109-112. ISSN 0030-3321.
  • De Boer-Sap, Susan: NOLS – STAR – NS op het baanvak Veendam – Stadskanaal – Ter Apel – Rijksgrens in: Anneke Huyser: Van NOLS tot STAR blz. 13-29. Uitgegeven door Stichting Stadskanaal Rail en Uitgeverij De Wijze Kater 2002. ISBN 90-5111-002-2.
  • Sluiter, ir. J.W. e.a.: Overzicht van de Nederlandse spoor- en tramwegbedrijven, uitgegeven door Uitgeverij Stichting Matrijs 2002. ISBN 90-5345-224-9.
  • Huyser, Anneke: Van NOLS tot STAR. Uitgegeven door Stichting Stadskanaal Rail en Uitgeverij De Wijze Kater 2002. ISBN 90-5111-002-2.