Norham Castle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Norham Castle is een gedeeltelijk vernield kasteel in Northumberland, Engeland, aan de Tweed, op de grens tussen Engeland en Schotland. Het kasteel werd het toneel van verschillende oorlogen tussen Engeland en Schotland. Het kasteel werd oorspronkelijk gebouwd op bevel van Ranulf Flambard, bisschop van Durham van 1099 tot 1128, om de bisschoppelijke eigendom in het noorden van Northumberland te beschermen tegen invallen van de Schotten.

In 1136 viel David I van Schotland Northumberland binnen en nam het kasteel in. Het werd spoedig teruggegeven aan de bisschop, maar werd in 1138 tijdens een volgende invasie opnieuw ingenomen. Het bleef verwoest liggen, totdat Hugh de Puiset bisschop van Durham werd in 1153. In 1209 herbergde het kasteel Jan zonder Land en Richard Leeuwenhart, toen Willem I van Schotland de eed van trouw aflegde aan de Engelse koning. Tussen 1208 en 1211 onderhield Jan zonder Land de versterking en plaatste er een sterk garnizoen. Dit bleek nuttig toen in 1215 Alexander II van Schotland, zoon van Willem de Leeuw, het kasteel gedurende 40 dagen belegerde. In 1217 kwam het kasteel weer terecht bij de bisschop van Durham. In het begin van de 14e eeuw vielen de Schotten Northumberland verschillende keren binnen, zonder telkens het kasteel van Norham aan te vallen. In 1318 belegerde Robert the Bruce echter het kasteel gedurende bijna een jaar. Ander belegeringen volgden elkaar op. Tijdens de rozenoorlogen (1455-1487) werd het kasteel opnieuw het strijdtoneel. In 1462 werd het kasteel in handen gehouden door de Yorkisten voor Edward IV.